Column

Amerikaanse verkiezingen zijn verslavend

Gelet op de hoeveelheid schuim die de Amerikaanse verkiezingscampagne produceert, zou je haast denken dat de dag snel nadert waarop de kiezers hun definitieve vonnis vellen.

Hillary Clinton (R) en Bernie Sanders - beide presidentskandidaat voor de Democraten - schudden elkaar de hand tijdens een debat in Las Vegas. Beeld afp
Hillary Clinton (R) en Bernie Sanders - beide presidentskandidaat voor de Democraten - schudden elkaar de hand tijdens een debat in Las Vegas.Beeld afp

Niets is minder waar. Dit gebeurt pas over 367 dagen: morgen over precies een jaar weten we wie in januari 2017 de nieuwe bewoner van het Witte Huis zal worden.

En ook de voorverkiezingen staan nog niet bepaald voor de deur. Op 1 februari - over welgeteld 84 dagen - zijn de caucus-verkiezingen in Iowa, die gelden als de opmaat naar het voorverkiezingsseizoen. Een week later vindt de eerste echte primary plaats in New Hampshire.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben wel iets weg van een verslaving. Ze duren veel te lang en kosten veel te veel geld, maar toch hebben ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht. En niet slechts op politieke junkies. De eerste twee Republikeinse tv-debatten - bij Fox in augustus en bij CNN in september - haalden ongekend hoge kijkcijfers. Fox scoorde 24 miljoen en CNN 22 miljoen. De amusementsfactor die Donald Trump heet, zal daarop ongetwijfeld van invloed zijn geweest, maar het blijven opmerkelijke cijfers. Ook over het Democratische tv-debat in Las Vegas had CNN niet te klagen: er keken bijna 16 miljoen mensen.

Als het om de lange duur van de campagne gaat, wordt in kleine landen als Nederland nogal eens miskend dat de Verenigde Staten zich uitstrekken over een heel continent. In Chicago en Indianapolis is Washington al ver weg, laat staan in Los Angeles en Seattle. Iemand als senator Marco Rubio uit Florida, die dingt naar de Republikeinse nominatie, is in zijn eigen staat een bekende persoonlijkheid, maar moet elders bij nul beginnen.

Een tijdrovend en uitputtend, maar ook zeer democratisch proces. Het mooie van juist de voorverkiezingscampagne is dat politici met presidentiële ambities inderdaad een groot deel van het land moeten bereizen en moeten afdalen tot de gewoonste huiskamers en de kleinste buurtzalen om steun te verwerven voor hun kandidatuur. Het is tevens een harde test van ieders fysieke en mentale weerbaarheid.

Ook op het bezwaar van de torenhoge - en nog steeds stijgende - campagnekosten is wel iets af te dingen. Zeker, de bedragen zijn duizelingwekkend. De gezamenlijke campagne-uitgaven van Obama en Mitt Romney in 2012 kwamen uit op 2,24 miljard dollar, waarvan overigens bijna 40 procent voor rekening kwam van de omstreden Super PACs, politieke actiecomités die onbeperkt fondsen kunnen werven bij bedrijven en rijke individuen en die deze gelden vaak aanwenden voor giftige reclamecampagnes.

Dit zijn natuurlijk wanstaltige bedragen, die de regel bevestigen dat je zonder een flink kapitaal geen president kunt worden. Maar er staat gelukkig tegenover dat je mét een flink kapitaal allerminst verzekerd bent van succes. Anders dan wel eens wordt gedacht, is vermogend en donerend Amerika allesbehalve eensgezind. Obama beschikte over een even ruime campagnekas als Romney. Een belangrijke reden waarom er nu nog steeds zo veel Republikeinen in de race zijn, is gelegen in het feit dat ze allemaal nog kunnen aankloppen bij donateurs. En Trump dankt zijn opkomst bepaald niet alleen aan zijn riante bankrekening. Diverse miljonairs hebben in het verleden al snel de strijd om de nominatie moeten staken.

Is er, met nog een jaar te gaan tot Election Day en met nog zoveel kandidaten in het spel, wel iets zinnigs te zeggen over de mogelijke uitkomst? De stemming van de Amerikaanse kiezers lijkt ongeduriger dan ooit, maar laten we niet vergeten dat verkiezingstijden vaker beginnen met heftige schommelingen, waarna toch enkele beproefde mechanismen in werking treden.

Als dat laatste inderdaad gebeurt, hebben de Democraten de beste kaarten in handen, denkt (Republikeins) politiek consulent Matt Mayer, die enkele weken geleden in Nederland was op uitnodiging van de Atlantische Commissie. Hij heeft een prognosemodel opgesteld op basis van de verkiezingsuitslagen sinds 1992.

In dat model is de Democratische presidentskandidaat favoriet in 21 staten die de laatste zes verkiezingen altijd of op één keer na Democratisch hebben gestemd, terwijl de GOP mag rekenen op 24 staten die altijd of op één keer na Republikeins hebben gestemd.

Maar de Democratische staten zijn goed voor 257 van de 270 kiesmannen die nodig zijn om het Witte Huis te veroveren, terwijl de GOP-teller staat op 206. Resteren de 75 kiesmannen van de vijf battle states Colorado, Florida, Nevada, Ohio en Virginia.

De geschiedenis kan natuurlijk worden gelogenstraft, zeker in de VS. En er kan iets totaal onverwachts gebeuren. Maar onderschat de continuïteit niet.

Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over