Amerikaanse eigenaar Ford weet subsidie van 130 miljoen in de wacht te slepen Britse staatssteun voor nieuwe Jaguar

Dank zij een Britse overheidsbijdrage van 130 miljoen gulden heeft eigenaar Ford besloten Jaguar in Birmingham een nieuwe middenklasse-auto te laten bouwen....

HENK STRABBING

Van onze correspondent

Henk Strabbing

LONDEN

De nieuwe Jag houdt de karakteristieke lage bouw en lange motorkap van de huidige modellen, maar wordt kleiner, qua uiterlijk en motor-inhoud. Geschat wordt dat het nieuwe project zesduizend banen gaat opleveren. De X200 komt in 1990 van de band en kan, mits succesvol, Jaguars jaarlijkse produktie verdubbelen tot honderdduizend.

De zojuist benoemde Britse minister van Handel en Industrie, Ian Lang, prees het nieuwe project gisteren de hemel in: 'Dit is de jongste in een lange reeks van investeringen door Ford in het Verenigd Koninkrijk. Het is tevens een bewijs van vertrouwen in de Britse motorindustrie en zijn ingenieurs.'

Ford kocht Jaguar in 1989 voor iets meer dan tweeëneenhalf miljard gulden. Ondanks de goede naam van het Britse luxemerk en een prachtige staat van dienst in de autosport - velen malen winaar in de materiaalmoordende 24 Uren van Le Mans - drong ook al gauw tot het Ford-hoofdkwartier in Detroit door dat het duurkoop was geweest. Gedurende de afgelopen zes jaar maakte Jaguar steeds verlies, maar dit jaar wordt dank zij reorganisaties voor de eerste keer weer winst verwacht.

Ford heeft het spel om de Britse overheidssteun hard en handig gespeeld. In maart vorig jaar kregen de mannen uit Detroit van de toenmalige minister van Handel en Industrie, Michael Heseltine, een subsidie van bijna twintig miljoen gulden, nadat ze gedreigd hadden de opvolger van Jaguars 'vlaggeschip', de XJS, in Portugal te laten bouwen. Ingewijden in de autowereld deden dat dreigement overigens meteen als bluf af.

Maar ditmaal dreigde Ford dat de produktie van de nieuwe X200 naar de Verenigde Staten zou worden overgeheveld. Die aankondiging leek veel serieuzer, omdat de voornaamste markt voor de 'kleine' Jaguar in Amerika wordt vermoed. De 130 miljoen gulden die de Britse regering nu betaalt, komt overeen met het bedrag dat Ford had kunnen uitsparen door de wagen in de Verenigde Staten te bouwen.

Minister Ian Lang meent evenwel geen gezichtsverlies te hebben geleden, want Ford wilde eerst nog dertig miljoen gulden meer hebben. Bovendien berekent het departement van Handel en Industrie dat de zesduizend nieuwe banen, waarvan duizend bij Jaguar zelf en vijfduizend bij toeleveranciers, de nu betaalde subsisidie tot een zeer redelijk bedrag maken.

Er kan overigens nog één adder onder het gras zitten: de kartelautoriteiten van de Europese Commissie moeten nog toestemming geven. De Britse overheid vertrouwt erop dat die geen problemen over de overheidssteun zullen maken.

Jaguar is min of meer gedwongen tot deze 'schaalverkleining' want de belangstelling voor grote, luxueuze auto's blijft de laatste tijd constant. Ook Helmut Werner, de grote baas van Mercedes-Benz, voorziet dat de vraag naar types als de Jaguar XJS en zijn eigen S-klasse de komende jaren niet zal groeien. Werner ziet ook Mercedes' toekomst in kleinere modellen.

Door betrekkelijk lage lonen gaat het momenteel uitstekend met de Britse auto-industrie, al is die bijna geheel in buitenlandse handen. Slechts specialistische sportwagenmerken als Aston Martin, TVR en Morgan zijn nog zelfstandig. British Leyland (Rover) is nu van BMW, na enkele jaren Japanse (Honda-)overheersing. Vauxhall is al sinds 1925 van General Motors, maar het merk is na een moeizame tijd sinds enkele jaren weer razend populair, omdat nu alle Opel-modellen onder de oude Engelse naam worden geassembleerd. Het ooit oer-Engelse Rolls-Royce wordt over enige tijd door BMW van nieuwe motoren voorzien om de aansluiting met de volgende eeuw niet te verliezen.

Japanse merken als Honda, Nissan en Toyota hebben grote fabrieken in Groot-Brittannië. Het Franse Peugeot exporteert zelfs vanuit Engeland naar het moederland.

Meer over