Amerikaanse bedrijven kregen miljardenorders voor defensiewerk in Irak

Amerikaanse en buitenlandse bedrijven hebben na de invasie van Irak in 2003 voor 107 miljard euro aan orders gekregen van Washington. Het enorme bedrag werd gebruikt voor beveiliging, de aanvoer van voedsel en brandstof en de wederopbouw.

VAN ONZE BUITENLANDREDACTIE

AMSTERDAM - Dit blijkt uit een onderzoek van de Financial Times naar de bedrijven die de afgelopen tien jaar het meest hebben geprofiteerd van de inzet van contractors in Irak en het buurland Koeweit.

De Irak-campagne was de eerste oorlog waarbij het Pentagon op grote schaal bedrijven inzette voor taken die vroeger werden gedaan door de krijgsmacht. Zo werden diplomaten en hoge regeringsfunctionarissen niet beveiligd door het leger maar door privé-bewakingsbedrijven. De regering-Bush zette deze praktijk ook op grote schaal door in Afghanistan.

De top-10 van bedrijven wist voor zo'n 56 miljard euro aan opdrachten binnen te halen voor werk in Irak en Koeweit. Op de eerste plaats staat KBR, een vroegere dochter van het Amerikaanse bedrijf Halliburton. Deze onderneming werd ooit geleid door Dick Cheney voordat hij in 2000 vicepresident werd onder president Bush.

KBR kreeg in tien jaar tijd voor ruim 30 miljard euro aan contracten, onder andere om de Amerikaanse krijgsmacht te voorzien van drinkwater, voedsel, transport en benzine. Op de tweede en de derde plaats komen de Koeweitse bedrijven Agility Logistics en het staatsoliebedrijf Kuwait Petroleum. Zij kregen voor respectievelijk 5,5 miljard en 4,9 miljard euro werk.

'Deze bedragen zijn onthutsend', zegt de Democratische senator Claire McCaskill die ijverde voor het beperken van de inzet van contractors. 'In de afgelopen tien jaar hebben we gezien hoe miljarden belastinggeld werd gebruikt voor projecten en diensten die weinig tot soms niets hebben bijgedragen aan onze militaire missie.' Een woordvoerder van KBR bestrijdt dit.

undefined

Meer over