Amerikaan Herman Daly wint Heineken-prijs voor milieuwetenschappen 'Ecologische kosten stijgen sneller dan productie'

Aan Herman Daly is de American dream niet echt besteed. Niks ontembaar enthousiasme, kansen die voor het grijpen liggen, van krantenjongen tot miljonair....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Daly is dezer dagen in Nederland. Hij ontving gisteren uit handen van prins Claus de dr. A. H. Heinekenprijs voor milieuwetenschappen. De prijs draagt de naam van biermagnaat Freddy Heineken, die via een omweg de bijbehorende 250 duizend gulden ook ophoest. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen heeft Daly uitverkoren 'vanwege zijn originele bijdragen aan het begrip van de sociaal-economische aspecten van de achteruitgang van het milieu'.

Maar veel begrip heeft Daly in de bijna dertig jaar dat hij zich nu al bezighoudt met de relatie economie en milieu nog niet ontmoet. Althans niet onder economen. 'Ik word nog net niet voor idioot uitgemaakt. Maar veel economen laten wel merken dat ze denken dat ik de economische theorie nog niet helemaal goed begrepen heb.'

Dat kan komen omdat zijn boodschap nogal afwijkt van de doorsnee redenering onder economen. En politici hem willen meestal wel beleefd aanhoren maar willen niet echt luisteren. Volgens Daly is in meeste ontwikkelde landen geen ruimte meer voor 'ouderwetse' economische groei. Ouderwets omdat alleen wordt gekeken naar groei in de vorm van hogere produktie. Maar dat elke extra ton plastic, elke nieuwe auto en elk vers pak melk ten koste gaan van het milieu wordt niet meegerekend. Als dat wel zou gebeuren dan bleef er van al die mooie groeicijfers niet veel meer over.

'We hebben nu het punt bereikt dat de ecologische kosten sneller toenemen dan de productie', zegt Daly. 'Ik noem dat oneconomische groei. Ik zie de economie als onderdeel van een groter ecosysteem. De omvang van dat grotere systeem staat vast. Daarbinnen neemt de economie nu een steeds grotere plaats in. Dat betekent dat de economie zich op den duur als het ecosysteem moet gaan gedragen.'

Dat is Daly's rationele verklaring voor zijn opvattingen over economie en milieu. Maar er is ook nog een morele, 'meer religieuze' drijfveer. 'De natuur en het milieu zijn voor ons gecreëerd. Wie deze schepping vernietigt begaat een zonde.'

Het hoeft, gelet op deze opvattingen, nauwelijks verbazing te wekken dat Daly de boodschap verkondigt dat het gedaan moet zijn met de simpele productiegroei. Anders blijft er niets over van het milieu.

Maar zeg dat maar eens tegen het premier Kok of minister Wijers van Economische Zaken. Die hebben net op prinsjesdag verkondigd dat de Nederlandse economie juist meer moet groeien, ten minste 3 procent per jaar, terwijl tegelijkertijd 'de milieudruk' omlaag moet.

Dat is een onmogelijke combinatie, denkt Daly. 'Voor meeste politici is groei de belangrijkste doelstelling. Maar dat is in strijd met behoud van het milieu.' Toch is hij niet al te kritisch over het Nederlandse beleid. 'In Nederland wordt veel serieuzer over dit onderwerp gediscussieerd dan in mening ander land.'

In Nederland wordt bijvoorbeeld ook al voorzichtig een begin gemaakt met het verschuiven van de belastingdruk. Minder belasting op arbeid, meer op milieuvervuiling. Kom daar maar eens om in de VS.

'De situatie in mijn land is zo droefgeestig. Er wordt heel veel gepraat over herziening van het belastingstelsel. Maar dan gaat het alleen over verlaging van de belastingen. Een belasting op benzine is niet of nauwelijks mogelijk. Het Amerikaanse beleid ligt ver achter op het Europese.'

Precies die situatie wordt door veel Europese landen aangegrepen om zeer zuinig te zijn met het invoeren van milieuheffingen. Zoiets kan alleen, is het argument, als het wereldwijd gebeurt. Anders ondermijnen de voorlopers alleen maar de concurrentiekracht van hun eigen economie.

Het is niet Daly's denkwijze. 'Deze redenering is gebaseerd op het idee dat compleet vrije handel de oplossing is voor ongeveer alle problemen. Dat is een grote leugen. Zij leidt ertoe dat ontwikkelingslanden worden aangezet tot de productie van bananen of koffie voor de export in plaats van voedsel te telen voor de eigen inwoners. Een klein aantal landen kan wel van een vrije handel profiteren. Maar niet alle landen tegelijk want de totale export in de wereld is per definitie gelijk aan de totale import.'

Het zijn zinnen die Daly in zijn jaren als econoom bij de Wereldbank (1988-1994) ook heeft uitgesproken, maar daar waren ze toen net bezig het idee van vrije handel te omarmen dus veel gehoor kreeg hij niet. Na zijn vetrek bij de bank heeft Daly zijn universitaire loopbaan weer voortgezet, dit keer bij de universiteit van Maryland.

Van daaruit zet hij de discussie met economen voort. De meesten geven hem nog steeds geen gelijk. Daardoor wordt hij regelmatig door twijfel besprongen. 'Dan loop ik de hele zaak weer door, zoek waar de fouten kunnen zitten en pas soms mijn opvatting aan. Maar er is een nieuwe klasse van ecologische economen aan het opkomen die zeggen dat ik gelijk heb. Het gevecht tussen deze twee stromingen moet gevoerd worden. Er begint een echt debat te ontstaan. Dat geeft hoop.'

Meer over