Amerika moet consequent zijn

Als machtigste natie ter wereld, rust op de Verenigde Staten een bijzondere verantwoordelijkheid. Het is, betoogt Owen Harries, niet langer aanvaardbaar dat Washington voor zichzelf andere maatstaven hanteert dan voor de rest van de wereld....

TIENTALLEN jaren, misschien wel generaties lang zullen de Verenigde Staten de belangrijkste macht ter wereld zijn. In die hoedanigheid kunnen ze heel veel goeds, maar als ze er een potje van maken, ook heel veel slechts tot stand brengen. Vanuit dit perspectief is het belangrijk - niet alleen voor Amerika zelf, maar voor iedereen - dat de Amerikanen in heldere termen denken over het buitenlandse beleid. Hier zijn drie bescheiden suggesties die daaraan wellicht kunnen bijdragen.

Ten eerste: leer onderscheid maken tussen de begrippen 'overwinning' en 'succes', want die twee betekenen niet noodzakelijkerwijs hetzelfde. Een zege kan niet alleen een Pyrrus-overwinning blijken te zijn, zelfs met een makkelijk te behalen overwinning ben je niet altijd het beste af.

Ik geef een heel duidelijk voorbeeld: de Britten en de Fransen kwamen als overwinnaar uit de Eerste Wereldoorlog te voorschijn. Maar als je denkt aan het grote verlies aan menselijk kapitaal, de lege schatkist en de aanslag die er werd gepleegd op hun wilskracht en vertrouwen, dan was de oorlog zeker geen succes.

De oorlog was ook geen succes als je denkt aan het effect op hun bondgenoot, Rusland, en op hun tegenstander, Duitsland, twee landen die later onderdak zouden bieden aan wrede totalitaire regimes. Over het geheel genomen zou een compromis-vrede in een eerder stadium - al zou die ongetwijfeld door de toenmalige superpatriotten van de hand zijn gewezen - de Britten en Fransen betere diensten hebben bewezen, zoals de Tweede Wereldoorlog liet zien.

Hetzelfde verschil tussen 'overwinning' en 'succes' vinden we in een meer eigentijdse, zij het kleinschaliger, context: in Kosovo. Of de overwinning van de NAVO op Servië een succes is, valt zeer te betwijfelen, en dat is nog zacht uitgedrukt. De interne situatie in Kosovo is deze laatste twee maanden, na de beëindiging van de bombardementen, gekenmerkt door moordpartijen, plunderingen, brandstichting, het ontbreken van een burgerregering en de massale exodus van één etnische groepering.

Tegelijkertijd zijn de betrekkingen met China en Rusland verslechterd. In West-Europa zal de NAVO-solidariteit er alleen maar zwakker en niet sterker op worden, nu de Europeanen druk bezig zijn met de ontwikkeling van hun eigen gezamenlijke militaire potentieel. Al met al heeft de hele operatie meer weg van een fiasco dan van een triomf.

Dit onderscheid tussen overwinning en succes verdient vooral de nadruk in een tijd waarin de Verenigde Staten over de militaire middelen beschikken om ieder ander land te verslaan en in hun buitenlandse beleid buitengewoon snel geneigd zijn om die middelen ter hand te nemen.

Suggestie twee: wees op uw hoede voor en verzet u tegen terminologie die geen ander doel dient dan het versmallen van de discussie. Zo werkt het bijvoorbeeld absoluut niet verhelderend wanneer argumenten voor een sober en verstandig gebruik van de Amerikaanse macht als 'neo-isolationistisch' worden afgedaan. In het Amerika van vandaag vind je geen echte isolationisten meer en het enige doel van dergelijk woordgebruik is het neerhalen van een legitiem standpunt, door het geheel ten onrechte te associëren met verdacht beleid uit het verleden.

Andere termen die op soortgelijke gronden dienen te worden verworpen zijn 'imperialisme' en 'appeasement' (concessiepolitiek). De kwalificatie 'imperialisme' verdoezelt alleen maar belangrijke verschillen tussen het soort invloed dat de Verenigde Staten momenteel uitoefenen en de directe overheersing van de echte imperialistische machten (waaronder ook de VS zelf) uit vroeger tijden. Hetzelfde geldt ook voor de pogingen die momenteel in de discussie over China worden gedaan om 'compromis' gelijk te stellen aan 'appeasement'. Zo wordt geprobeerd om anderen medeschuldig te laten lijken.

Maar zoals Hans Morgenthau het lang geleden zo overtuigend wist te verwoorden: compromis verwordt alleen maar tot concessiepolitiek als er gebruik van wordt gemaakt bij een tegenstander die almaar meer en meer blijft vragen. Wie alle compromis afdoet als 'appeasement' sluit een onmisbare dimensie van de diplomatie uit en veroordeelt het buitenlandse beleid tot een gevaarlijke starheid.

Wat in al deze gevallen speelt, is een poging om de discussie in te perken, een poging tot intimidatie. Op een moment waarop er dringend behoefte is aan een open, stevige discussie, dienen zulk soort pogingen de kop in te worden gedrukt.

Suggestie drie: vindt u pogingen om het gedrag van de VS met dezelfde morele maatstaven te beoordelen als dat van andere naties 'morele scherpslijperij' - en het kan heel goed zijn dat u zichzelf ongemerkt zo'n houding hebt aangemeten - neem uzelf dan onder handen.

In de Koude Oorlog, een strijd tegen het door en door slechte Russische imperium, waren verschillende maatstaven voor hetzelfde gedrag van Washington en Moskou nog enigszins verdedigbaar, omdat het morele karakter van de twee partijen zo wezenlijk van elkaar verschilde, al kwam dat niet zozeer door de unieke deugd van de VS maar meer door het 'lage' karakter van de Sovjet-Unie. Maar zelfs toen was het lastig om met twee maten te meten en was het een praktijk die zich makkelijk leende tot misbruik.

In de meer gewone wereld van vandaag zijn verschillende maatstaven voor Amerika en de rest van de wereld niet aanvaardbaar - er kan niet met twee maten worden gemeten in zaken als bijvoorbeeld aanvallen op het grondgebied van soevereine staten die jou niet hebben bedreigd, of het buiten het eigen grondgebied toepassen van nationale wetten of het nemen van protectionistische maatregelen. De Verenigde Staten moeten of in de praktijk brengen wat ze zelf van anderen verlangen of ze zullen moeten accepteren dat anderen hun gedrag zullen proberen na te volgen.

Met twee maten meten, maakt niet alleen een schijnheilige indruk op anderen en vermindert de Amerikaanse geloofwaardigheid en het Amerikaanse prestige. Het heeft ook een ernstiger effect: het maakt het onmogelijk om verstandig en consistent over internationale zaken na te denken. En zoals ik aan het begin van mijn betoog al zei, dat is een zeer slechte zaak voor een onmisbare natie.

Meer over