Amerika kent de weg in zijn achtertuin

Tweemaal eerder intervenieerden de VS in Hai¿ti. En daar niet alleen. Maar wat doen de Fransen daar?..

Amerikaanse mariniers die in Midden-Amerika de orde komen herstellen: niets nieuws onder de zon. De president van Hai¿ti die op aangeven van oud-kolonisator Frankrijk het veld moet ruimen dat is op zijn minst opmerkelijk. De Frans-Amerikaanse interventie in Hai¿ti trekt niet alleen de aandacht vanwege 'Irak'. Het tekent ook de afnemende belangstelling van Washington sinds '11 september' voor een regio die de Amerikaanse regering altijd als zijn 'achtertuin' beschouwde.

De State of the Union waarmee president James Monroe zich op 2 december 1823 tot het Amerikaanse Congres richt, is voor een belangrijk deel gewijd aan het buitenlands beleid van de VS, tot op dat moment gekenmerkt door afzijdigheid.

In het zuiden hebben de Spaanse kolonizich net aan het gezag van het moederland ontworsteld. De Spaanse koning Ferdinand VII heeft echter de hoop nog niet opgegeven dat hij, met steun van de Europese mogendheden, de kolonizal kunnen heroveren. In het noorden klopt Rusland, reeds aanwezig in Alaska, op de deur. Tsaar Alexander I claimt de soevereiniteit over de Amerikaanse westkust tot ruwweg Vancouver.

Groot-Brittannitelt Amerika voor een gezamelijke verklaring uit te geven waarin de Europese mogendheden wordt gewaarschuwd het Amerikaanse continent met rust te laten. Monroe heeft daar wel oren naar, maar zijn minister van Buitenlandse Zaken, John Quincy Adams, weet hem ervan te overtuigen dat dit een goede gelegenheid is Amerika's eigen positie duidelijk te maken.

De Verenigde Staten, zo luidt Monroe's boodschap aan het Congres, streven geen belangen na in Europa, maar verlangen op hun beurt dat Europazich niet in Amerikaanse aangelegenheden mengt. Niet door te proberen het gezag over de voormalige kolonite herstellen en zeker niet door nieuwe kolonite stichten.

De poging van Napoleon III van Mexico een Frans protectoraat te maken, laten zien dat de zorgen van Washington niet helemaal ongegrond zijn. Maar uiteindelijk wordt het zuidelijke buurland vooral het slachtoffer van Amerika's expansiedrang en raakt het de helft van zijn grondgebied aan de VS kwijt. Voor verderreikende avonturen ontbreken dan nog de middelen. Daarin komt pas verandering door de Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898) die de entree van de VS op het wereldtoneel markeert. Het Panamakanaal, voltooid in 1914, vergroot het strategisch belang van het Caribisch gebied en Midden-Amerika.

De geschiedenis van de Midden-Amerikaanse republieken wordt vanaf de onafhankelijkheid gekenmerkt door staatsgrepen en opstanden. Vanaf ongeveer 1900 grijpen de VS dan ook steeds vaker naar het middel van de gewapende interventie om hun belangen te beschermen en de rust te herstellen.

Soms gaat het om een kortdurende peace-enforcing operatie, soms om een langdurige bezetting waarbij het bestuur geheel of gedeeltelijk door Amerika wordt overgenomen. Zo duurt de eerste Amerikaanse bezetting van Hai¿ti bijna twintig jaar, van 1913 tot 1934. Buurland de Dominicaanse Republiek staat van 1916 tot 1924 onder Amerikaans militair bestuur, Nicaragua wordt met een onderbreking van een paar jaar bezet van 1909 tot 1933, Honduras van 1924 tot 1934. Cuba, na de Spaans-Amerikaanse Oorlog officieel onafhankelijk geworden, is weinig meer dan een Amerikaans protectoraat.

De Amerikanist Schulte Nordholt noemde de zogenoemde Monroedoctrine in De Mythe van het Westen 'de grondwet van de buitenlandse politiek van de VS', die nog tot ver na de Tweede Wereldoorlog zou worden aangeroepen om Amerika's belangen in Latijns Amerika te verdedigen. Het andere deel van de doctrine, Amerika bemoeit zich niet met Europa, is dan overigens door de Amerikaanse deelname aan beide wereldoorlogen al lang achterhaald.

Na 1945 staan Amerika's bemoeienissen met Latijns Amerika vooral in het teken van de wereldwijde strijd tegen het communisme. Beperken we ons tot Midden-Amerika: In 1952 wordt in Guatemala de hervormingsgezinde president Arbenz aan de kant geschoven. Een poging in 1961 om door middel van een invasie de Cubaanse leider Castro uit het zadel te wippen mislukt daarentegen jammerlijk. In 1965 stuurt president Johnson mariniers naar de Dominicaanse Republiek om te verhinderen dat de afgezette linkse president Bosch opnieuw aan de macht komt. Van recentere datum zijn de interventies in Grenada (1983), Panama (1989) en niet te vergeten Hai¿ti (1994).

Hai¿ti demonstreert meteen het geringe succes van al deze interventies en hele en halve pogingen tot nation building. De Monroe-doctrine mag in aanleg tot doel hebben gehad de voormalige kolonite beschermen tegen Europese machtsaanspraken, in de praktijk ontpopten de VS zich als beschermheer van regimes die niet minder tyranniek waren dan de absolute monarchiein Europa.

In veel gevallen werden de betrokken landen van de regen in de drup geholpen. Zo plaveide de Amerikaanse bezetting van Nicaragua de weg voor de dictatuur van de familie-Somoza. Trujillo, wiens schrikbewind in de Dominicaanse Republiek door Vargas Llosa indringend is beschreven in Het Feest van de Bok, was commandant van de door de VS opgerichte Nationale Garde. Castro's revolutie vond op Cuba een vruchtbare bodem dankzij het corrupte bewind van Amerika's stroman Batista.

Of de Hai¿tianen blij moeten zijn dat nu ook de Fransen komen helpen hun land op orde te brengen, staat te bezien. Frankrijk kan in zijn eigen achtertuin Afrika niet op veel betere resultaten bogen.

Meer over