Amerika keert terug naar de negentiende eeuw

Terwijl de Franse werknemers zich massaal verzetten tegen de bezuinigingsplannen van de overheid, lijkt de Amerikaanse bevolking lijdzaam af te wachten....

IN alle landen van de welvarende geïndustrialiseerde wereld staat de economie onder enorme druk. De concurrentie van de lage-lonenlanden heeft een inkomensdaling voor velen tot gevolg. Door de technologische ontwikkelingen is de vraag naar laag-geschoolde werknemers afgenomen, waardoor een hele klasse burgers is ontstaan voor wie op de arbeidsmarkt geen plaats meer is.

In de Verenigde Staten zag 80 procent van de werknemers zijn besteedbaar inkomen dalen terwijl in het bedrijfsleven drastische saneringen plaatsvonden. Niet alleen de Republikeinse meerderheid in het Congres, maar ook president Clinton is voorstander van grote bezuinigingen op de sociale voorzieningen; de meningsverschillen aldaar beperken zich voornamelijk tot de precieze omvang van de bezuinigingen op de ouderdomsuitkeringen.

Dit alles staat in scherp contrast met wat de afgelopen maanden in Frankrijk is gebeurd. De nieuwe regering, die over een ruime parlementaire meerderheid beschikt, maakte een aantal plannen bekend om het begrotingstekort terug te dringen. Het ging om kleine bezuinigingen op de gezondheidszorg en de ouderdomsvoorzieningen van ambtenaren, en minimale reorganisaties bij een aantal staatsbedrijven, waaronder de spoorwegen.

Niettemin gingen de werknemers de straat op, staakten het werk, blokkeerden de wegen en deden er alles aan om de Franse economie te ontwrichten. Hoewel het publiek bijzonder werd gedupeerd door de acties, gaven opiniepeilingen aan dat verreweg de meeste Fransen achter de stakende ambtenaren stonden. De actievoerders behoorden niet tot de politieke aanhang van de regeringspartijen, maar niettemin wisten ze zoveel druk uit te oefenen dat het Franse kabinet ten slotte concessies moest doen.

Twee jaar daarvoor was bij Air France sprake van herstructureringsplannen, vergelijkbaar met de reorganisaties die reeds waren doorgevoerd in het Amerikaanse luchtvaartwezen. Maar de Franse werknemers verzetten zich fel en de plannen werden van tafel geveegd. En wat gebeurde er toen president Reagan stakende luchtverkeersleiders ontsloeg? Niets. Grote, winstgevende bedrijven die de salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden van hun werknemers gemakkelijk kunnen opbrengen, kondigen massale inkrimpingen van het personeel aan (veertigduizend banen weg bij AT & T is het recentste voorbeeld). Wat gebeurt er? Niets. De Fransen geven blijk van solidariteit en komen in opstand, terwijl de Amerikanen hun lot in stilte dragen.

Werknemers in Amerika die horen over het succes van hun Franse collega's, troosten zich met de gedachte dat de Fransen onredelijk zijn, en dat ze toch eens de gevolgen onder ogen zullen moeten zien van de mondialisering van de economie, de technologische vooruitgang die ongeschoolde arbeiders overbodig maakt en de teruglopende economische groei.

Zelfs als ze daar gelijk in hebben: elk jaar dat de geplande bezuinigingen worden uitgesteld, is toch weer een jaar erbij waarin de Franse werknemers het goed hebben. Het is onverstandig om een teruggang in levensstandaard te accepteren, behalve als dit verbeteringen belooft voor de toekomst. Maar er is niemand die de Amerikanen een beter leven in het vooruitzicht stelt.

Ook willen de Amerikanen er nog wel eens op wijzen dat er in de Verenigde Staten de laatste 25 jaar veel meer banen zijn gecreëerd dan in Europa. Dit is zeker waar, maar in landen als Frankrijk daalt het bevolkingscijfer en aan zoveel banen als er in de VS zijn bijgekomen - bijna veertig miljoen - is in Frankrijk dus geen behoefte.

De officiële werkloosheidspercentages zijn in Europa bijna twee keer zo hoog als in Amerika, maar dat komt voor een groot deel doordat men in de VS een engere opvatting van de term 'werkloos' hanteert. Zo worden part-timers die full-time willen werken (4,5 miljoen mensen) niet meegerekend. Ook zijn de werkloosheidsuitkeringen in veel Europese landen, en zeker in Frankrijk, hoger dan het inkomen van een minimumloner in de VS.

Daardoor geniet een Franse werkloze een hogere levensstandaard dan heel wat Amerikanen met zo'n nieuw gecreëerde baan. Een nieuwe baan is alleen een vooruitgang als het de levensstandaard van de werknemer verhoogt. Het komt erop neer dat een Amerikaanse werknemer die is weggesaneerd of wiens besteedbaar inkomen is verlaagd, beter af was geweest als hij in Frankrijk had gewoond.

DE vraag waarom de Amerikanen en de Fransen zo verschillend reageren, kan eenvoudig worden beantwoord. Er wordt in beide landen heel anders gedacht over de rol van het individu en de maatschappij als het gaat om succes en mislukking. Voor Amerikanen is individualisme geen loos begrip. Ze achten zichzelf verantwoordelijk voor hun eigen falen. Hulp van buitenaf beschouwen ze niet als iets waar je recht op hebt. Alles wat anderen je geven, wordt gezien als liefdadigheid, die in feite vernederend is voor de ontvanger.

Daarentegen geloven de Fransen dat succes of mislukking veelal een gevolg is van het sociale systeem waarin het individu leeft. Tegenslag is niet per se iemands eigen schuld. In zekere zin heeft dan de maatschappij gefaald: ze heeft niet de juiste condities en structuren geboden waarin een individu de kans heeft te slagen in het leven. Grof gezegd kun je stellen dat de Fransen niet geloven in laissez-faire. Economische omstandigheden zijn, anders dan weersomstandigheden, het produkt van en beïnvloedbaar door menselijk handelen.

Omdat de Amerikanen voor alles geloven in individuele verantwoordelijkheid, zijn ze koploper waar het gaat om het afbreken van het sociale-zekerheidsstelsel, ook al is dat in de VS vergeleken met andere landen veel minder ontwikkeld.

Tegelijkertijd zijn de Amerikanen het sinds de depressie van de jaren dertig vanzelfsprekend gaan vinden - net als de bevolking van de andere rijke geïndustrialiseerde landen - dat de overheid via het onderwijs iedereen zoveel mogelijk gelijke kansen biedt en voor een sociaal vangnet zorgt ten behoeve van hen die niet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces: zieken, bejaarden en werklozen. Maar als de wetsvoorstellen worden aangenomen waarover momenteel in het Congres wordt gedebatteerd, gaat dat allemaal veranderen.

Amerika staat op het punt terug te gaan naar een negentiende-eeuwse variant van het kapitalisme. Destijds ontwikkelde de Engelse filosoof Herbert Spencer een idee dat hij het kapitalisme van de survival of the fittest noemde (een begrip dat Darwin later zou gebruiken in zijn evolutietheorie). Spencer meende dat het de taak van de economisch sterken was om de economisch zwakken uit te roeien. Dàt was het geheim van het kapitalisme. Het elimineerde de zwakken.

Het Republikeinse Contract with America ademt een Spenceriaanse geest en maakt de weg vrij voor een kapitalisme van de survival of the fittest. De voorstanders van deze politiek zijn echter minder eerlijk dan Spencer, want ze ontkennen dat er iemand van honger zal omkomen. In hun ogen is een sociaal vangnet overbodig, want als het sociale-zekerheidsstelsel wordt afgeschaft zal niemand meer van de economische trapeze storten. Met de hongerdood als enige alternatief, steken de mensen vanzelf de handen uit de mouwen. De angst om te vallen zal iedereen aansporen om zo hard te werken, dat er geen vangnet meer nodig zal zijn.

HET Spenceriaanse denkbeeld dat werkloosheid en armoede worden veroorzaakt door individuele tekortkomingen en daarom niet door sociale voorzieningen kunnen worden bestreden, vindt men terug in boeken als The Bell Curve, waarin impliciet wordt uitgegaan van racistische ideeën. Het idee is: wie zich aan de onderkant van de samenleving bevindt, dankt dat aan zichzelf.

In de moderne tijd is dit kapitalisme van de survival of the fittest nog nooit serieus in de praktijk gebracht. Voor sociale wetenschappers zal het een interessant experiment zijn. Voor de proefpersonen zal het pijnlijk zijn. Voor iedereen die belang hecht aan sociale stabiliteit, breken angstige tijden aan.

Lester C. Thurow is hoogleraar management en economie aan het Massachussetts Institute of Technology (MIT) en wordt beschouwd als een van Amerika's meest invloedrijke economen.

The Los Angeles Time Syndicate

Vertaling: Brigit Kooijman

Meer over