Amerika en China

TUSSEN Amerika en China is de vrede voorlopig getekend. En meer dan dat. De VS en China zijn het eens geworden over de levering van Amerikaanse kerncentrales aan China, over een hot line tussen Washington en Peking en over nieuwe topontmoetingen....

Het bezoek van president Jiang Zemin aan de Verenigde Staten verloopt succesvol, de officiële relaties tussen 's werelds enige resterende supermacht en het Rijk van het Midden zijn langzamerhand welhaast hartelijk te noemen. Lang niet iedereen is er gelukkig mee dat het door de regering-Clinton ontwikkelde beleid van 'constructieve betrokkenheid' tot zo'n snelle en intense toenadering leidt.

Vanuit de Amerikaanse optiek betekent de nieuwe benadering van China een verschuiving in de richting van meer realisme en pragmatisme. Aan de sterke verkoeling van de relatie met de Chinese Volksrepubliek sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, is een einde gekomen. Dat is gebeurd zonder dat de opvolgers van Deng Xiaoping, destijds de facto verantwoordelijk voor het neerslaan van de democratische beweging, zich daarvan ook maar in enig opzicht hebben gedistantieerd.

Integendeel, de huidige Chinese leiders betogen in bloemrijke bewoordingen dat economische en politieke hervormingen haaks op elkaar staan. Met economische hervormingen zijn ze al een eind gevorderd, maar tegelijk houden ze vol dat een markteconomie op z'n Chinees juist gebaat is bij een strak geleid, autoritair - zeg maar dictatoriaal - politiek stelsel.

De betogers van diverse politieke richtingen die in de VS de straat op gingen tegen de Chinese schendingen van de mensenrechten, godsdienstvrijheid en de Tibetaanse autonomie, hebben met die protesten groot gelijk. De stelling dat het belang van de mensenrechten ondergeschikt hoort te zijn aan marktgerichte hervormingen of de stabiliteit in Azië, is onaanvaardbaar en kortzichtig.

Die constatering mag echter niet leiden tot een steriele getuigenispolitiek. Het gaat met de mensenrechten in China niet goed, maar ook niet slechter dan in het recente verleden. De overdracht van Hongkong is vrij netjes verlopen, tegenover Taiwan houdt Peking zich sinds kort weer in. Het heeft beloofd de non-proliferatie (tegenover Iran en Pakistan) in acht te nemen.

Dit soort bescheiden resultaten wordt meer bevorderd door Amerikaanse 'constructieve betrokkenheid' dan door een bevlogen confrontatiepolitiek. Clintons geschipper tegenover China is goed verdedigbaar. Gelukkig heeft hij zich niet monddood laten maken inzake de mensenrechten en het universele belang ervan nog eens met verve onderstreept. Ook dat blijven slechts woorden, maar belangrijk zijn ze wel.

Meer over