Ambtenaar: ieder wist van bankieren

Karel Baarspul, de ambtenaar die leiding gaf aan het 'bankieren' bij de provincie Zuid-Holland, vreest dat hij is geschorst om anderen uit de wind te houden....

Baarspul zoekt de confrontatie met de provincie. 'Ik voel me genaaid door het Zuid-Hollandse provinciebestuur. Bij de provincie leeft sterk het idee dat er na het aftreden van PvdA-gedeputeerde De Jong ook een VVD-slachtoffer moest vallen. Het besluit om te gaan bankieren werd destijds genomen door Gedeputeerde Staten waarin Pvda en VVD sterk vertegenwoordigd waren.'

Door hem te offeren kan de politiek volgens Baarspul verder leed voorkomen. Belangen zijn er volgens Baarspul genoeg. Het college van Gedeputeerde Staten probeert vlak voor de publicatie van het rapport van onderzoeker Cees van Dijk zijn eigen positie veilig te stellen, meent hij. Ook de positie van Leemhuis (VVD), de commissaris van de koningin, staat onder druk. Griffier Korff, de hoogste provincie-ambtenaar, is eveneens kwetsbaar. Deze VVD'er werd enkele jaren geleden benoemd.

Baarspul wijst erop dat de griffier in het provinciehuis verantwoordelijk is voor het bankieren, omdat hij directeur is van de centrale diensten en dus ook van de afdeling Financiën. Korff heeft de afgelopen jaren echter nooit vragen hierover aan Baarspul gesteld.

Baarspul: 'Er waren geen richtlijnen. Ik had grote bevoegdheden en niemand vroeg mij ooit wat. De winsten werden wel in dankbaarheid aanvaard.'

De ambtenaar voelt zich belazerd door de politiek omdat die hem in een 'spagaat' zou hebben gezet: 'Het besluit om te gaan bankieren was vertrouwelijk. Ik moest het uitvoeren zonder dat iemand het mocht weten.'

Formeel heeft de provincie Baarspul geschorst omdat hij heeft gezwegen over twee transacties die hij in 1998 heeft uitgevoerd. Ook hier stond hij in een spagaat: 'Mijn baas en het hoofd van een andere afdeling (Toezicht Gemeente Financiën red.) drukten mij op het hart mijn mond te houden over een geldlening van de gemeente Gouda. De lening was op hoog niveau tussen de gemeente en de provincie afgekaart.'

Volgens de ambtenaar wist iedereen in Den Haag dat Zuid-Holland bankierde: 'Behalve Binnenlandse Zaken was ook het ministerie van Financiën gedetailleerd op de hoogte.' Uit de slechts enkele vragen die Statenleden over het bankieren stelden, maakt hij op dat ook zij meer weten dan ze openlijk toegeven.

Meer over