Ambitieus trio mikt op dertig miljoen

Het NOCNSF presenteerde gisteren trots zijn team de mission voor Sydney 2000. Met de aanstelling van het academische trio Loorbach, Alberda en Sturkenboom weet de Nederlandse topsport zich verzekerd van een driemanschap met grote ambities....

Van onze verslaggever

John Volkers

PAPENDAL

'Nederland staat economisch in de top-10. Straks verschijnen we als sportland misschien ook bij de beste tien', zo zette technisch directeur Joop Alberda, de man achter het Olympisch goud van de volleyballers, de toon voor het evenement in Australië.

In Atlanta, bij de Spelen van 1996, bezette de nationale ploeg in de medaillestand - volgens de IOC-norm met het goud als zwaarst wegend - de vijftiende plaats. In Seoul, in '88, was Nederland nog 22ste; vier jaar later in Barcelona al achttiende. 'In die lijn doorrekenend komen we in 2012 onder nul', stelde Jan Loorbach, voorzitter van het triumviraat, droogjes.

Om louter het in tien jaar veroverde terrein te behouden zijn grote, extra inspanningen nodig. Loorbach wees op Engeland, Zuid-Afrika en Australië als landen die in Sydney naar voren zullen dringen. Dat gaat daar gepaard met geweldige investeringen, zoals in Nederland ook meer geld nodig zal zijn.

Voorlopig is voor de veertien maanden tot en met 31 december 1998 drie miljoen gulden gereserveerd ter specifieke voorbereiding van de ploeg voor de Zomerspelen. Daarna staan voor 1999 (het voor-Olympische, dus duurste jaar) en voor 2000 telkens vijf miljoen in de boeken. Dat totaal van dertien miljoen is volgens het team de mission goed voor een realistisch basispakket voor de topsport.

Het leidinggevende trio denkt echter al in andere, meer ideale cijfers. Voor elk jaar tot Sydney zou tien miljoen beschikbaar moeten zijn. De verdubbeling van het budget, dertig miljoen is de rekensom van Alberda, moet uit de markt komen. Het project dat daar voor moet zorgen, heet Performance 2000 en Alberda is de geestelijk vader.

De grote budgetten zijn nodig voor het vrijmaken van de sporter die een inkomen hoort te hebben. Eerst was het werk, nu is het de studie die ook al niet meer samen gaat met sport. Verder moet worden geïnvesteerd in de aanstelling van topkader en het verwerven van kennis en materiaal.

Een voorname investering is ook vereist voor de programma's van de sporters. Alberda: 'Twee voorwaarden staan voor mij vast. Je moet trainingspartners van mondiaal niveau hebben en je moet een wedstrijdprogramma verwezenlijken dat van wereldniveau is. Als dat niet lukt, is je kans aan de top te blijven nul.'

Geld is overigens niet de enige factor die telt. De topsport in Nederland moet, aldus Alberda en volgens de wetten van zijn voorgangers Bolhuis en Jorritsma, baanbrekend te zijn. 'We moeten zorgen dat we onze grenzen overschrijden, zelf nieuwe dingen uitvinden. Nederland hoort niet te volgen, maar voorop te lopen.'

Als het allemaal lukt, als de sporters haast professioneel kunnen werken, als hun bonden het alleen af kunnen, dan zal, aldus Loorbach 'ergens in 2012 onze functie weer die van reisleider worden'. Voorlopig wil Loorbach vooral zijn technisch directeur Alberda veel op reis zien, om internationale ontwikkelingen bij te blijven.

De Groninger is voorstander van veel verkenningen in Australië. Potentiële deelnemers moeten vijf keer het tijdverschil naar het oosten toe hebben ervaren. De ploeg voor Sydney zal ook groot zijn. Alberda: 'In Barcelona hadden we een vliegtuig vol, in Atlanta anderhalf vliegtuig met deelnemers. Nu zetten we in op twee kisten.'

Meer over