Amateurclubs doen meer dan voetbal alleen

Buitenschoolse opvang, reïntegratie van werklozen: voetbalclubs breiden hun activiteiten steeds meer uit.

VAN ONZE VERSLAGGEVER WILLEM VISSERS

AMSTERDAM - Meer dan de helft van de clubs in het amateurvoetbal is maatschappelijk actief naast de trainingen en wedstrijden. Dat blijkt uit een studie van de Universiteit Utrecht, in opdracht van de voetbalbond KNVB en de door de bond opgerichte stichting Meer dan Voetbal.

Het is voor het eerst dat de maatschappelijke betrokkenheid van het amateurvoetbal wordt onderzocht. De belangrijkste resultaten: 58 procent van de clubs doet meer dan trainen en voetballen, terwijl 85 procent van de leden en 90 procent van de bestuurders vindt dat het ook zo hoort. Ook blijkt dat niet alle clubs in staat zijn buiten het voetbal actief te zijn, door gebrek aan vrijwilligers of kwaliteiten.

De maatschappelijke betrokkenheid uit zich in een breed scala van activiteiten, zoals het moeilijk bereikbare jongeren laten zaalvoetballen onder leiding van rolmodellen, het sportcomplex openstellen als buurthuis, programma's voor langdurig zieken, naschoolse opvang en reïntegratie.

Onderzoeker Frank van Eekeren van de Universiteit Utrecht is opgetogen over de resultaten. 'Je hoort veel geklaag over gebrek aan vrijwilligers, over clubs die met moeite het hoofd boven water houden. Dan zijn deze cijfers opvallend. Veel clubs doen iets, al is het soms incidenteel.'

Directeur amateurvoetbal van de KNVB Anton Binnenmars: 'Het amateurvoetbal is al maatschappelijk betrokken, maar we mogen niet vergeten dat het vrijwel volledig op vrijwilligers rust. Extra activiteiten zijn geen vanzelfsprekendheid. Een club die geworteld is in haar omgeving staat echter wel sterker. Het is een prachtig gegeven dat meer en meer verenigingen een actieve rol spelen in wijk of dorp.'

De KNVB heeft ongeveer 1,2 miljoen leden, verdeeld over 3.400 verenigingen. Zo'n 300 duizend vrijwilligers zijn actief om wekelijks 32.500 wedstrijden mogelijk te maken.

Clubs die maatschappelijke activiteiten buiten het spel zelf om ontplooien, werken samen met gemeenten, scholen, sponsoren en, in mindere mate, welzijnsinstellingen en woningcorporaties. De variatie is groot, op elk gebied. Het gebeurt op het platteland, in achterstands- of Vinex-wijken. Clubs met een solide basis en stimulerende bestuursleden zijn succesvoller met hun activiteiten.

De voorbeelden zijn talrijk. De club Mulo uit Helmond probeert via de stichting Jeugd in Beweging Brengen jongeren aan het sporten te krijgen. Het sportcomplex van het Laakkwartier in Den Haag is ook een ontmoetingsplaats. Het is zelfs geschikt voor uitvaartplechtigheden. Er zijn culturele avonden of uitwisselingen met clubs in ontwikkelingslanden.

Uit het onderzoek blijkt ook dat clubs het van belang achten dat voetbal de voornaamste bezigheid blijft. Als ideaalbeeld zien de clubs dat de lokale overheid, de KNVB of de bondsstichting Meer dan Voetbal zich als partner gedragen en niets dwingend opleggen. Bij hun omgeving betrokken clubs denken na over hun functioneren, staan open voor de buitenwereld, ideeën en veranderingen.

Van Eekeren onderzocht eerder de maatschappelijke betrokkenheid in het betaald voetbal. Daarmee zijn alle clubs bezig. Soms voelen ze zich daartoe min of meer gedwongen door de steun die ze ontvangen van overheden. Ook beseffen de clubs dat maatschappelijk verantwoord ondernemen bijna gemeengoed is tegenwoordig.

'Van het betaald voetbal mag je dat ook vragen', aldus Van Eekeren. 'Bij amateurs is die betrokkenheid toch wel bijzonder. Die clubs zijn al maatschappelijk betrokken door hun prominente aanwezigheid in een wijk of in een dorp. Het ligt niet voor de hand dat ze nog iets extra's doen.

'Tegenwoordig willen ook gemeenten steeds vaker iets terugkrijgen voor hun inspanningen, bijvoorbeeld omdat ze subsidie geven voor onderhoud van accommodaties. Geregeld houden ze de clubs een spiegel voor, zoals het rapport schrijft, 'om het maatschappelijke dna in de club in te voeren'.

Van Eekeren vindt dat die inspanningen geen verplichting mogen zijn. 'Er zijn kleine clubs die al veel binding hebben, waar de stukadoor in het bestuur zit. Dat heeft dan al maatschappelijke waarde. Als je zo'n clubje opdracht geeft om huiswerkbegeleiding te doen, werkt dat niet.'

Voorbeelden van maatschappelijke betrokkenheid amateurclubs:

HVV Laakkwartier, Den Haag

De voetbalclub heeft een centrale rol in de gelijknamige wijk en werkt samen met andere organisaties in het Buurthuis van de Toekomst. Op het complex Laakkwartier worden wijkfeesten en andere activiteiten georganiseerd. Ook bevindt zich in het complex een Zorgloket voor ouderen. Verder zijn er vergaderingen voor VVE's en bijeenkomsten over burengeschillen. Er is zelfs de mogelijkheid uitvaartsplechtigheden te verzorgen op het complex. Een advocatenkantoor houdt spreekuur op het complex en tien basisscholen organiseren er hun naschoolse activiteiten.

VV De Meern

De club richtte de stichting VV De Meern Betrokken op voor haar maatschappelijke activiteiten. Daarvoor zet De Meern vrijwilligers in en scholieren die hun maatschappelijke stage lopen. De stichting organiseerde schoolvoetbal in de wijk Leidsche Rijn. Vooraf waren er in vijftig klassen clinics met als thema sportiviteit en respect. Verder biedt de club jongeren de gelegenheid zich op allerlei vlakken te ontwikkelen: leidinggeven, organiseren, draaiboeken maken, training geven, fluiten. Het voetbal geldt als bindmiddel bij cursussen. De maatschappelijke rol die De Meern wil spelen, is opgenomen in een beleidsplan en de club heeft een bestuurslid maatschappelijk verantwoord ondernemen.

RKSV Mulo - Helmond

De vereniging stimuleert sportdeelname van bewoners uit de omliggende wijk. RKSV Mulo biedt onder meer sport aan als gratis naschoolse activiteit en werkt daarbij samen met korfbalvereniging OEC. Het doel is om meer kinderen te laten bewegen en ze in aanraking te laten komen met verschillende sporten. Inmiddels is er zelfs een stichting opgericht, JIBB (Jeugd in Beweging Brengen), waarbij veertig lokale verenigingen zijn aangesloten. Ook als er geen voetbaltrainingen plaatsvinden, wordt de accommodatie van Mulo zinvol gebruikt. Jongeren zijn welkom bij de club voor hun stages en werklozen reïntegreren door klussen bij de vereniging. Er is veel aandacht voor Gehandicapten-voetbal.

TPP Rotterdam

Onder motto 'Ons veld is groter' probeert de zaalvoetbalvereniging topsport en sociaal beleid te integreren. De club wil voorbeelden stellen voor de jeugd en gebruikt haar spelers als rolmodellen. Ze stimuleert probleemjongeren om te komen voetballen. Ze krijgen dan training van selectiespelers die ze discipline bijbrengen, normen en waarden. Ook streeft TPP naar grotere leefbaarheid in de wijk. Het ministerie van Veiligheid en Justitie steunt TPP financieel. Jongeren die niet aan georganiseerde sport doen, stromen via een scholencompetitie in bij de club. Ze tekenen dan met hun ouders een deelnamecontract. Zo ontstaat een driehoek: vereniging-onderwijs-thuis.

undefined

Meer over