Altijd verse bloemen en altijd vers fruit

'Verleidelijke fruitstukken', schrijft het Centraal Museum in zijn aankondiging van de tentoonstelling met stillevens van Adriaen Coorte. Slaat dat verleidelijk op de vorm van de asperges, die ook in de zeventiende eeuw al erotische associaties opriep?...

Wieteke van Zeil

Die asperges met hun suggestieve vorm maken de schilderijen hooguit stout. Uien, asperges, vijgen en druiven kunnen veel symboliek toevoegen aan een zeventiende-eeuwse liefdesvoorstelling, maar eenvoudig liggend op een tafelblad, wordt het toch een beetje zoeken naar verleidelijkheid.

Coorte was een vrij onbekende schilder uit Zeeland die gespecialiseerd was in simpele fruitstillevens: niet meer dan drie stukken fruit, liggend op een zwaar stenen tafelblad, fel belicht tegen een zwarte achtergrond. Van alle soorten stillevens die in de zeventiende eeuw ontstonden, zijn Coortes onbezielde onderwerpen veruit de eenvoudigste. Hij schilderde ze met vastberadenheid, misschien wel honderdvijftig in totaal.

Ze verkochten goed, de stillevens. Niemand hoefde ervoor model te staan en ze waren niet actueel, dus ze konden in voorraad worden gemaakt. Liefhebbers kochten ze bij de schilder of bij een kunsthandel, vaak gewoon om een goed geschilderde wandversiering te hebben. Aartsbisschop Federico Borromeo van Milaan prees de kundigheid van de stillevenschilders, en toonde zich ook gelukkig dat hij nu altijd bloemen in huis had, zelfs al was het er het seizoen niet voor.

Het vergankelijke eeuwig gemaakt: altijd verse bloemen, altijd vers fruit. En hoe beter ze geschilderd zijn, hoe meer je hun aanwezigheid voelt. Coortes perziken zijn zacht en zo doffig wit uitgeslagen, dat je het vel al tegen je gehemelte voelt plakken. En als je goed kijkt, lijkt het begin van een rotte plek zichtbaar.

Wat Hollywood en Playstation tegenwoordig met de werkelijkheid doen, deden de stillevenschilders vroeger: simuleren tot je het bedrog niet meer door hebt. Over de beste kunstenaars werd opgeschept dat ze zelfs de vogels in de maling namen, die nietsvermoedend op de geschilderde druiven afvlogen. 'Enckel ooghenspooksel', vond de zeventiende-eeuwse schrijver Franciscus Junius. En iedere kunstenaar wilde de ander overtreffen.

Sommige schilders maakten er een sport van om de kijker te misleiden, zoals Cornelis Gijsbrechts die de koning van Denemarken een stilleven op een schildersezel aanbood: ook de ezel was geschilderd. Van deze trucjes is in twee van Coortes schilderijen in de tentoonstelling iets te zien. Daarop is het fruit in een nis uitgestald, die als een tweede lijst op het schilderij staat.

Fruitstukken die verleiden omdat ze bijna echt zijn. Maar is dat wel zo? De stillevenstukken hebben geen achtergrond, waardoor ze weliswaar meer aandacht krijgen, maar geen diepte. Door het felle theaterachtige licht, altijd van linksboven, ziet het fruit er bovendien anders uit dan op de fruitschaal.

Van een normale kijkafstand, ongeveer een meter, doen de schilderijen aan Spaanse stillevens van Cotán en Zubarán denken. Felle lichtdonkercontrasten, die een citroen of appel in tweeën splijt: een donkere en een lichte helft, die zo van elkaar af kunnen vallen. Fascinerend, maar niet overtuigend.

Coortes schilderijen vragen om dichterbij te komen om ze goed te zien: de aardbeitjes in de stenen pot, de kruisbessen, de helwitte asperges. Pas dan zie je dat de aardbeien nog niet helemaal rijp zijn, dat de blaadjes van de bessentak aan de randen al wat bruin worden, en dat het licht de asperges bijna doorzichtig maakt. Buig je té ver voorover, dan is het weer gewoon verf wat je ziet.

Maar er is dat ene moment, dat je eten ziet. Eten je ruikt, proeft, in je mond wil stoppen. Op dat ene moment is Coortes fruit onweerstaanbaar.

Meer over