Altijd slecht: voetbal, weer en de Zomergasten-presentator

Connie Palmen houdt geen rekening met haar publiek. Dat maakt haar nu juist zo goed, zegt de fan. Moet de presentator van Zomergasten een doorgewinterde interviewer zijn?...

Van haar bewondering voor vriend en collega Cees Nooteboom maakte debuterend Zomergasten-presentatrice Connie Palmen zondagavond geen geheim. Daarop wordt ze in het literaire circuit ongetwijfeld afgerekend, voorziet Jeroen Vullings, chef-boeken van Vrij Nederland. Vullings ratelt als een mitrailleur geladen met dodelijke eufemismen: ‘Dat wereldje is namelijk niet zo flexibel.’

Voor schrijvers is het ‘ontzettend gevaarlijk’ om Zomergasten te presenteren, weet Vullings. ‘Ten eerste gaat dan in het circuit de mare dat je uitgeschreven bent. Ten tweede: als je je dienend opstelt, heet je meteen een knechtje te zijn.’

De eerste aflevering met Nooteboom miste Vullings (Ibiza, de video liep mee) maar bij thuiskomst kan hij constateren dat een andere voorspelling juist bleek: ‘Connie zal echt niet de kritische interviewer gaan spelen.’ Palmen is namelijk altijd ‘volstrekt haarzelf’, speelt nooit toneel en is de vleesgeworden onaangepastheid. Dus als ze Nooteboom geweldig vindt, dan zal ze dat ook laten blijken.

In 1999 leerde Vullings Palmen pas echt goed kennen toen hij haar tijdens een tournee rond haar Boekenweek-geschenk (De Erfenis) vijf keer interviewde. De waardering voor Palmen nam bij Vullings alleen maar toe. Ze is werkelijk een ster, ontdekte hij, en dat vindt ze heel leuk. Maar haar publiek naar de mond praten is er niet bij.

Dus als een lezer (Vullings: ‘Mannen stellen geen vragen. Die doen mededelingen.’) weer eens wees op incorrect Latijn in Palmens werk, dan werd die onder hartelijke dankzegging publiekelijk te kakken gezet, een dweepzieke lezeres (Vullings imiteert kirrend klaarkomen) kon op eenzelfde behandeling rekenen. ‘Connie is zo echt. Ze houdt geen rekening met haar publiek.’ Dat zeurderige stemgeluid doet dan extra pijn.

In de zomer heeft Nederland de spectaculair gestegen/gedaalde ijsverkoop, het ontsnapte roofdier, het geloof van Feyenoord-supporters dat die ploeg nu toch echt, echt kampioen gaat worden, het nooit goede weer en het gezelschapsspel Zomergasten-presentator bashing. Zes weken gaat het in de media amper over de Zomergast en/of diens keuze van tv-fragmenten, maar over hoe ergerniswekkend de presentatie wederom was.

Zo gaat dat al sinds juli 1988, toen Pierre Jansen als eerste gast een tv-avond mocht samenstellen en het discours uiteindelijk handelde over de vraag of eerste presentator Peter van Ingen er wel of niet iets van kon. Het meestgehoorde antwoord op die vraag laat zich raden.

Toen Adriaan van Dis in 2003 door opvolger Joost Zwagerman naar zijn ervaringen werd gevraagd, was het antwoord al niet anders. Zwagerman: ‘Adriaan zei dat er drie dingen zijn waar iedere Nederlander verstand van heeft: voetbal, het weer en de presentator van Zomergasten. En ze zijn alle drie altijd slecht.’

Deze waarschuwing weerhield Zwagerman er niet van twee jaar lang als presentator op te treden. Was hij – vrij naar Vullings – uitgeschreven? Heeft hij – weer naar Vullings – schade ondervonden in het literaire circuit? Zwagerman wil liever helemaal geen woorden vuil maken aan de kwestie, maar zegt dan toch: ‘Wat me het meeste is bijgebleven, is het verwachtingspatroon van velen. Dat men kennelijk confrontaties met een gast verwacht. Maar daar is dat programma helemaal niet voor.’

Waar gaat Zomergasten wel over? Een gast mag een televisie-avond samenstellen aan de hand van zelfgekozen beelden. Een gast wordt dus verwend, zeker als alle gevraagde beelden ook werkelijk beschikbaar zijn. Zo krijgt de kijker inzicht in voorkeur of aversie van de gast. De presentator is vooral gastheer/vrouw die aan de hand van de beelden helpt die voorkeur of aversie nog zichtbaarder te maken.

Zo heeft althans Adriaan van Dis (1999-2002) zijn presentatietaak opgevat en opvolger Joost Zwagerman volgde hem in dit opzicht ook letterlijk na. ‘Als presentator ben je het vehikel, het gaat om de gast. Ik heb heus wel echt geïnterviewd, ook op een confronterende manier, maar daar gaat het in dit programma niet om.’

Oud-redactielid Pieter Hilhorst (Volkskrant-columnist) herinnert zich dat ‘zijn’ presentator Adriaan van Dis er in 1999 bewust voor koos meer op de achtergrond te blijven dan hij in het literaire tv-programma Hier is... Adriaan van Dis! gewoon was. Laatstgenoemde programma beschouwde Van Dis als een journalistiek programma en dus interviewde hij scherp en was hij naar eigen zeggen, ‘parmantig’. Zomergasten beschouwde hij als verwennerij van de gast.

Van Dis zegt nu geen behoefte te voelen zich over Zomergasten uit te spreken. Zijn eertijdse redactielid Hilhorst doet dat wel: ‘Adriaan was in dat programma én journalist én een prettige gastheer. Dat is de meest ideale combinatie.’

Nog voordat hij de eerste aflevering met Palmen heeft gezien, pleit Hilhorst ervoor dat de presentatie in handen moet zijn van iemand die heel goed kan interviewen. ‘De spanningsboog drie uur lang intact houden, is heel moeilijk. Over interviewen wordt vaak geringschattend gedaan, maar het is razend moeilijk’, zegt Hilhorst.

Zomergasten dreigt al gauw ‘een praatje met plaatje’ te worden wanneer het heft in handen is van een niet-journalist, vindt hij. ‘Dan wordt het zo’n autobiografische avond, terwijl het veel interessanter is één thema vast te houden. Van Dis met Tom Lanoye vond ik prachtig. Die hele avond ging het om Lanoyes verhouding tot macht.’

Maar nogmaals, beklemtoont Hilhorst, dan moet je wel kunnen interviewen. ‘Denk aan het klassieke voorbeeld van Paul Witteman met Ad Melkert. Hij vraagt: Waarom kijkt u Fortuyn niet aan? Opeens leeft het gesprek! Opeens is er spanning!’

Voor scherp interviewen zijn andere programma's, vindt Joost Zwagerman. ‘Ik had Van Agt. Ik vind dat een programma als NOVA maar de degens met hem moet kruisen.’ Niet dat een tv-programma per se aan de oorspronkelijke formule moet vasthouden (bedenker Krijn ter Braak hoopte dat de keuze van tv-beelden veel vertelde over de gast) en de vraag of Zomergasten een voor alles journalistiek dan wel amuserend programma is, is ook al zeventien jaar oud.

Peter van Ingen, eerste presentator en nu eindredacteur: ‘Ik ben journalist, maar we kiezen ook wel eens voor celebrities. Nee, dat is geen buiging voor kijkcijfers.’ Hij wijst erop dat sommige gasten het juist ‘aantrekkelijk’ vinden om niet bij ‘gelikte tv-presentatoren’ te zitten. ‘Dat vinden ze interessant, spannend. Praten met iemand die als presentator geen ervaring heeft.’

Niemand is toch verplicht als Zomergast op te treden? ‘De gast moet het ook leuk vinden om drie uur lang met iemand in dezelfde ruimte te zitten.’

Van Ingen herkent dat het ‘debat’ vrijwel altijd gaat over de presentator. Zijn ervaring: ‘Je hebt mensen die anti-Zwagerman zijn. Dus is Zomergasten meteen ook slecht als Zwagerman presenteert.’ Hij wijst er voorts op dat in de zomermaanden tv-kritieken vaak door invallers worden geschreven. ‘Zo iemand kan helemaal niets van tv weten, maar bijvoorbeeld heel veel van film. Als je een gast hebt die met film te maken heeft, ergert de recensent zich meteen aan de presentator. Want die stelt zulke stomme vragen over film.’

Zei Van Ingen afgelopen vrijdag. Maandag blijkt het gelijk: ‘Moet je lezen hoe Maarten 't Hart als invalrecensent Connie afbrandt in NRC/Handelsblad.’

Tv-wetten, daar heeft de Nederlander die alles weet van voetbal, het weer en de presentator (vrij naar Van Dis) ook geen boodschap aan. Natuurlijk zou Jan Cremer een leuke gast zijn. Maar Jan Cremer versta je niet. ‘Heb je die wel eens horen praten?' Dat wordt drie uur lang zeer inspannend luisteren voor de kijker, verzekert Van Ingen.

VPRO Gids-medewerker Anton de Goede was een van de velen die Palmen interviewde over haar nieuwe rol. In zijn verhaal erkende Palmen ruiterlijk dat ze nog nooit iemand heeft geïnterviewd, maar wel liefhebber is van een gesprek. Kennis over interviewtechnieken heeft ze wel. Zekere geheimen zijn haar door haar overleden echtgenoot Ischa Meijer geopenbaard.

De Goede heeft er wel vertrouwen in. ‘Connie is heel slim, foto-geniek en zelfs dat Limburgse stemgeluid valt wel mee. Ze verheugt zich erop. Het is ook een heel leuk mens om mee te praten. Waar het op mis kan gaan, is dat ze de radio- en tv-ervaring mist: dat je binnen een paar minuten tot de kern moet komen. Juist bij Zomergasten denk je dat je kunt relaxen want dat duurt toch drie uur. En haar belangstelling voor mensen is heel groot. Toch moet het allemaal in een keurslijf. Acht minuten en hup, volgende fragment.’

De Goede weet wel zeker dat Palmen alle kritiek zal lezen, ‘maar kleinzielig is ze niet en het meeste wimpelt ze weg.’ Angst voor beschadiging heeft ze volgens hem niet. ‘Weet je wat zo leuk aan die vrouw is? Ze denkt hardop en heel associatief.’

Hoe het niet moet, ondervond Palmen nog als Zomergast, zeggen de geraadpleegden onafhankelijk van elkaar. In 1996 was ze te gast bij presentator Freek de Jonge. Vullings zet de toon: ‘Ze wilde iets heel ambitieus: een soort essay met beelden. Daar moet je bij zo’n ego en groot jengelend kind als Freek niet mee aankomen.’

Meer over