Altijd kijken of iemand een pet op heeft

Direct nadat hij in oktober met emeritaat was gegaan, kreeg prof. dr. Cees Hamelink (1940) een nieuwe leerstoel aangeboden. Dat was aan de VU nog niet eerder voorgekomen....

Stalin jr. stond op en bracht een toost uit op grootvader Roosevelt. Hij wendde zich tot Churchill jr. en hief het glas op diens grootvader. De spanning was te snijden, want alle disgenoten wisten: nu moet een van de andere twee toosten op de Russische dictator.

Churchill dacht het op te lossen door te drinken op de troika en zei: `Onze grootvaders hebben Europa bevrijd van het fascisme.` Daar wilde Stalin wel op drinken, maar eerst moest worden geklonken op zijn grootvader. Churchill loste het behendig op: `Mijn grootvader zei altijd van jouw grootvader dat hij een groot militair strateeg was. Ik drink op de militair Stalin en de moed van het Rode Leger.` De kelkjes konden worden geheven.

Het was aan de vooravond van de conferentie `Jalta en Daarna` in oktober van dit jaar in Maastricht, die werd geleid door Cees Hamelink. Behalve communicatiedeskundige en mensenrechtenactivist is hij spreekstalmeester. De bijeenkomst met de drie kleinzonen van De Grote Drie die in februari 1945 op Jalta het naoorlogse Europa hadden verdeeld, was dit jaar zijn lastigste klus als discussieleider.

`Er lag een hoop dynamiet opgeslagen tussen die mannen. Ze hadden elkaar nog nooit ontmoet. Er had maar weinig hoeven gebeuren of het was misgegaan. Churchill had tijdens het kennismakingsdiner tegen Stalin gezegd dat diens grootvader de grootste massamoordenaar van de twintigste eeuw is. Dat bracht de stemming er meteen lekker in.`

Wie Hamelink op het podium in de weer ziet, vermoedt in hem niet de bassist die met Louis van Dijk in 1961 het jazz-concours van Loosdrecht won. `Loosdrecht nimmer zo goed`, kopte een krant. `Voor de eerste keer in de geschiedenis van het Loosdrechtse jazz-concours zijn de winnaars zo subliem geweest dat een grammofoonplatenmaatschappij hen voor de plaat heeft gecharterd.`

Zes jaar speelde Hamelink met Louis van Dijk, waarna hij voor de journalistiek en de wetenschap koos. In november doken ze na veertig jaar weer de studio in om een cd op te nemen: September. Er staan tien ballads op die in klankkleur met de eerste herfstmaand hebben te maken, zoals Autumn in New York en Stars fell on Alabama. `Dat vond ik wel mooi in het jaar dat ik 65 ben geworden.`

In dubbel opzicht pakt Hamelink daarmee zijn oude stiel op, want op September (die komend voorjaar uitkomt) speelt hij vibrandeon, een aangeblazen accordeon. Het instrument waarmee hij ooit begon, maar dan zonder blaaspijp. Als accordeonist trad hij op buurtfeesten op met Ria Valk. Op zijn 16de won hij het Nederlands kampioenschap accordeon spelen voor junioren, waarna hij overstapte op de bas. `Ik speelde wel eens mee in het Fokker Dansorkest en had een groot deel van de avond niets te doen, ik zat me rot te vervelen. De bassist was de hele tijd bezig, die droeg het orkest. Ik had al snel bedacht: ik moet bas gaan spelen.`

De jonge bassist destijds in een interview, nadat hij Loosdrecht had gewonnen: `Op de meest wilde feesten zijn we van de partij en onze belangstelling gaat vooral uit naar eerlijke muziek, recht op de man af, we willen zo negroïde mogelijk spelen.` Hamelink nu: `Het improviseren dat we met de jazzmuziek deden, komt me nog steeds van pas. In toespraken en colleges laat ik me inspireren door de zaal.`

Hamelink reist de hele wereld over om lezingen te houden, bijeenkomsten te leiden en regeringen te adviseren. In het Engels, Frans, Duits of Spaans spreekt hij wetenschappers, bedrijfsleiders, politici, zakenlieden en diplomaten toe. De ene avond in een zaaltje in Eindhoven voor de Stuurgroep Politiek Avondgebed over media in de multiculturele samenleving, twee dagen later op een grote conferentie voor radiomakers in Londen.

De week erop staat hij in Parijs achter het spreekgestoelte van de Algemene Vergadering van Uneso, de organisatie van de VN voor onderwijs, wetenschap en cultuur. Van Frankrijk vliegt hij naar Kuala Lumpur om de Maleisische regering te assisteren bij het formuleren van een nationaal communicatiebeleid. Aan universiteiten in vijftig landen heeft hij gastcolleges gegeven.

Als je hem in één zin moet vatten, luidt zijn boodschap: zoek in de absurditeit van het leven naar gedragsregels voor een menswaardig bestaan voor iedereen. Hij wijst op misleiding door geheime diensten, oneerlijke handel tussen het rijke Westen en de Derde Wereld, schending van de mensenrechten en de ongelijke toegang tot informatie en kennis. `Als ik praat over communicatie en communicatiebeleid is de centrale vraag: wat betekent het voor gewone mensen?`

Zijn specialiteit is het ontrafelen van machtsstructuren. `Je hoort vaak: dat komt door de politiek. Of: de verzekeraars hebben dat gedaan. Maar wij worden niet gemanipuleerd door anonieme instellingen. Er zitten altijd mensen achter beslissingen, die doen iets omdat zij dat in hun belang vinden, of in het belang van anderen. Ik wil graag weten wie dat zijn. Je kunt de macht alleen bestrijden als je er een naam aan geeft`, vindt Hamelink, die in zijn boek Finance and Information ontrafelt hoe de grote internationale banken de communicatie-industrie in hun greep hebben.

Het inzicht dat je de macht een gezicht moet geven, verwierf hij in de jaren zestig toen hij radioreportages maakte in het Midden-Oosten en Afrika. Hij interviewde de progressieve Afrikaanse presidenten Julius Nyerere van Tanzania en Kenneth Kaunda van Zambia. Op conferenties kwam hij in contact met Dom Helder Camara, de Braziliaanse bisschop van de armen, en vooruitstrevende economen uit de Derde Wereld.

`Het werd mij steeds duidelijker dat de ongelijke verhoudingen niet toevallige verschijnselen zijn. We hebben een wereld gecreëerd waarin grote groepen mensen arm worden gehouden. Het probleem is niet de armoede, maar de rijkdom. Dat is alleen maar erger geworden. De Verenigde Naties hebben niet zo lang geleden berekend dat minder dan vierhonderd miljardairs 45 procent van het wereldvermogen beheren.

`Van de consumptiegoederen wordt 80 procent geconsumeerd door 16 procent van de wereldbevolking. Dagelijks bezwijken dertigduizend kinderen aan ondervoeding, gebrek aan water en geneesmiddelen. Elke dag. Houdt nooit op. Terwijl er altijd voldoende geld is geweest, en voldoende voedsel. Dat is structureel geweld en een grove schending van de mensenrechten.`

In de jaren zeventig schreef hij met Raoul Castro, destijds minister van Informatie van Cuba en broer van Fidel, resoluties die bij de Verenigde Naties werden ingediend door de niet-gebonden landen. `Dat waren spannende tijden, we waren in een staat van euforie. Nu ging het gebeuren, een nieuwe, rechtvaardige orde was binnen handbereik, want de Derde Wereld had de meerderheid van de stemmen in de Verenigde Naties. Dus we moesten hun verlangens goed opschrijven. Vind ik ook leuk werk. Ik ben gek op het schrijven van verklaringen. Als je een handvest nodig hebt, moet je bij mij zijn.`

Hamelink is gevreesd om zijn scherpe tong. Op het gymnasium verliet de rector in tranen de aula vanwege zijn cabaretteksten. In de jaren zeventig debatteerde hij geregeld op de radio met een redacteur van de NRC over de ongelijke machtsverhoudingen tussen Noord en Zuid. `Op een dag werd ik opgebeld door de redactie van de NRC: hij komt niet meer, zijn huisarts heeft hem afgeraden te gaan, de debatten met u zijn slecht voor zijn hart. Ik dacht: bingo.`

De competitieve drift is inmiddels beteugeld, tegenwoordig is Hamelink meer voor de dialoog. `Ik ben tot de conclusie gekomen dat samenwerken meer oplevert. De dialoog leidt niet automatisch tot consensus, maar wel tot een beter begrip.`

Vlak nadat Al Qa`ida de Twin Towers was binnengevlogen, 11 september 2001, experimenteerde hij voor de eerste keer met de dialoog. `Unesco had mij gevraagd in Beiroet een congres voor te zitten van joden, moslims en christenen. Het was een van de eerste vluchten na 11/9, ik zat in een bijna leeg vliegtuig en dacht: ik ga écht proberen er een dialoog van te maken.`

De eerste dag stuurde Hamelink de deelnemers naar huis met de boodschap over hun eigen gelijk na te denken. `De tweede dag hebben de groepen apart zich de vraag gesteld of ze enkel en alleen waren gekomen om gelijk te krijgen. Want dan heeft een dialoog geen zin. De derde dag heb ik iedereen die niet van plan was naar de ander te luisteren, verzocht weg te gaan. Na een pijnlijke stilte stonden er mensen op en verlieten de zaal.`

Daar keek Hamelink niet van op. `Ik was jarenlang een vechtersbaas die dacht dat hij het gelijk aan zijn kant had. Ik kom op voor de armen en vertrapten, mij hoef je geen oor aan te naaien. Heel vaak dacht ik: dat argument heb ik al honderd keer gehoord, dat is het argument van rechtse mensen, van zakenmensen, van neo-liberalen. Die deugden niet en hadden bij voorbaat ongelijk.`

Wat het Beiroet-experiment heeft opgeleverd, kan Hamelink niet precies benoemen. `Maar dat die mensen in die moeilijke situatie met elkaar in gesprek gaan, is van geweldige betekenis. En leidt er in elk geval toe dat de tegenstellingen niet verder verscherpen.`

Zijn optreden, enkele jaren geleden, in het tv-programma De leugen regeert was voor hem de bevestiging dat van de dialoog meer is te verwachten. In dat programma ging hij vol in de aanval en was hij niet al te gelukkig in de keuze van zijn munitie. Vooral zijn pogingen aannemelijk te maken dat de aanslagen van 11/9 met voorkennis van de regering-Bush gepleegd kunnen zijn, kwamen hem op een storm van kritiek te staan en leverden hem het predikaat `professor Zonnebloem van de media` op.

`Ik moest provoceren en aantonen dat de media misleiden. Maar dat leent zich niet voor snel iets neerzetten en weglopen. Daardoor heb ik dingen geroepen waarvan ik achteraf dacht: dat zou ik in de collegezaal zo niet hebben gezegd.`

Zijn tegenstanders moeten niet denken dat Hamelink eindelijk is getemd. `In een dialoog kun je net zo gevaarlijk zijn. Ik daag niet alleen mezelf uit van gedachten te veranderen, ook mijn gesprekspartners.`

Knokken leerde hij in het Brabantse Boxtel, waar hij als protestant bijna dagelijks werd opgewacht door de katholieken voor een stevige matpartij. Het hervormd schooltje waarop hij zat, had één lokaal en één juf voor alle klassen. `De derde en de vierde heb ik alleen gedaan. Daar word je onafhankelijk van.`

Veel had Hamelink daar niet voor nodig, hij is zelfstandig geboren. `Toen ik 7 was, werd ik door mijn moeder op de trein gezet naar mijn grootouders in Leeuwarden. Aan een meneer vroeg ze of hij een oogje in het zeil wilde houden, want ik moest vier keer overstappen. In Den Bosch ben ik uit de trein geglipt en in een andere coupé gaan zitten en dacht: dat kan ik zelf. Tot verbijstering van mijn oma stapte ik uren later alleen uit de trein.

`Ik heb me mijn hele leven verzet tegen iedereen die een uniform draagt. Ik heb thuis geleerd niks vanzelfsprekend te vinden. Daarom geef ik graag onderwijs. Ik wil de achterdocht overdragen. Altijd kijken of iemand een pet op heeft. Dat staat voor: oefent iemand gezag over je uit? Een predikant, een politicus, een docent - jazeker, ik ook. Je moet altijd alert zijn als iemand meent de waarheid in pacht te hebben. Dan moet je je onmiddellijk afvragen of dat wel klopt.`

Wat heeft zijn strijd opgeleverd? Moeilijk te zeggen, vindt Hamelink, maar wel wat. `Ik kreeg meesmuilende commentaren in de jaren zeventig toen ik me druk maakte om overnames van kranten en tv-stations door grote bedrijven. Banken zijn de belangrijkste aandeelhouders van de film-en tv-industrie. Steeds meer mensen zien daar de nadelen van in. Op de omslag van BusinessWeek stond een tijdje geleden: alle overnames door Disney zijn een bedreiging voor de culturele- en informatievrijheid.` Kijk, die gevaren, dáár hamert Hamelink op.

Hij blijft zijn principes trouw. Altijd gedaan, hoe groot de verlokkingen ook waren. `Een multinational heeft mij ooit gevraagd vice-president voor de Derde Wereld te worden om computers te slijten. Dat is een groeimarkt en daar vertrouwen ze je, werd er bij verteld. Een mooie baan, regeringen onder druk zetten en zo. Ik kreeg de beschikking over een privé-jet en een eigen chauffeur. Maar het zou me volstrekt ongeloofwaardig hebben gemaakt. Alles wat ik tot dan toe had gedaan, zou voor niks zijn geweest.`

De toon mag anders zijn, het hart blijft radicaal. `Als er morgen weer een Oranje Vrijstaat met kabouters wordt opgericht, sta ik vooraan in de rij.` Hamelink blijft op de barricaden staan; hij kan niet anders. Ook al beseft hij dat een betere wereld niet in het verschiet ligt, daar is zijn mensbeeld te somber voor. `Als je ervan uitgaat dat het menselijk bestaan tot niks dient, is het feit dat mensen elkaar martelen zo onvoorstelbaar, want dat doen ze dan ook om niks - dan moet ik daartegen in opstand komen.`

Dit jaar bedankte hij als persoonlijk adviseur van Kofi Annan omdat de VN een conferentie over de informatiemaatschappij belegden in Tunesië. Hamelink vindt dat je die bijeenkomst niet kunt houden in een land dat de mensenrechten zo flagrant schendt.

Hoe kun je je hele leven activistisch zijn terwijl je niks verwacht van de mens? Het is de paradox van zijn leven. `Het hoort bij grote vragen dat ze onoplosbaar zijn. Het belangrijkste in je leven is dat je daarmee leert leven.`

Meer over