Altijd de excentrieke vreemdeling

Tweevoudig Oscar-winnaar Peter Ustinov, die zondagnacht overleed, speelde in zijn lange carri vaak de man die van buitenaf een wereld binnendringt....

Hij was een decadente slavenhandelaar in Spartacus (Stanley Kubrick, 1960). In Topkapi (Jules Dassin, 1964) toonde hij zich een sjoemelaar. Indruk wekte hij ook als Hercule Poirot, Agatha Christie's detective die hij keer op keer speelde. Maar in het collectieve geheugen staat Peter Ustinov gebeiteld als de luie, kwaadaardige keizer Nero uit Quo Vadis? (Mervyn LeRoy, 1951). Toen de paleizen van Nero in 1999 voor het publiek werden geopend, nodigde de burgemeester van Rome Ustinov uit als eregast. 'Ik feliciteer de stad met het werk dat is verricht sinds ik de boel in brand stak', zei hij.

Peter Ustinov, zondagnacht op 82-jarige leeftijd in een kliniek in Zwitserland overleden, had een Duitse vader van Russische afkomst en een Frans-Russische moeder. Bij de acteur stroomde naar eigen zeggen Zwitsers, Ethiopisch, Italiaans en Frans bloed door de aderen genoeg om zich als een onvervalste wereldburger te presenteren.

Ustinov was een renaissance man. Hij sprak net zo makkelijk Romaanse als Slavische als Germaanse talen, en had altijd een petit histoire paraat. Ustinov leefde van verhalen. Hij speelde ze, regisseerde ze, schreef ze op, en maakte er theater en televisie van.

Ustinov werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw beroemd door zijn karakterrollen in grote Hollywoodproducties. Voor zijn bijdrage aan Stanley Kubricks Spartacus kreeg hij de Oscar voor de beste mannelijke bijrol. Dezelfde onderscheiding kreeg hij voor zijn rol in Topkapi. Zijn loopbaan omspant uiteindelijk meer dan 70 films, gedraaid in alle hoeken van de aardbol.

Door zijn voorliefde voor talen en accenten werd Ustinov vanaf het begin van zijn carri gecast als excentrieke vreemdeling. In zijn debuut One of Our Aircraft is Missing (1940) speelt hij een priester die Latijn en zelfs een woordje Nederlands spreekt. Sindsdien bleef hij in films de man die van buitenaf een wereld binnendringt. De Belgische speurneus Poirot, een Arabier, of een circusbaas Ustinov had aan zijn taalgevoel, stembuigingen en lijf genoeg om er een markante verschijning van te maken. Tot deze acteermiddelen was hij ook veroordeeld; door zijn postuur was hij in de bioscoop al snel een dominante verschijning bij wie de karikatuur niet ver weg was.

Hoewel hij was voorbestemd het beste onderwijs te volgen, verliet Ustinov (Londen, 1921) op 16-jarige leeftijd de Westminster School. Een jaar later ging hij als acteur aan de slag. In dezelfde periode begon hij ook voorzichtig met het schrijven van dialogen.

Die stap was 'een vlucht naar het leven'. Het theater en de film gaven Ustinov, met zijn overgewicht ongeschikt voor op de kostschool hoog aangeslagen gymlessen, de mogelijkheid de wereld naar zijn eigen wensen in te richten. Zijn leven veranderde in 'een lachbui'. Hij raakte verslaafd aan die lach. 'Het geluid van een vrolijk persoon heeft mij altijd als de beschaafste muziek van de wereld in de oren geklonken.'

Aan Ustinov kleeft vooral het imago van de welbespraakte causeur. Dat stempel doet hem te kort. Behalve een rasverteller en een betrouwbaar acteur was hij een succesvol schrijver (13 romans plus een bestselling autobiografie; een Oscarnominatie voor het scenario van Hot Millions), een veelgevraagd opera-regisseur, en een overtuigende speelfilmmaker; vooral Billy Bud (1962), een verfilming van Herman Melville's roman, geldt als een mijlpaal.

De laatste jaren van zijn leven bleef Ustinov aan het werk. Hij dook op als grand old man in een historisch drama, of hij leende zijn stem aan een dier in een animatiefilm, zoals aan de walrus in Alice in Wonderland (1999). Maar het was zijn liefdadigheidswerk dat inmiddels de meeste aandacht trok.

Ustinov, in 1990 in de Engelse adelstand verheven, was 30 jaar ambassadeur van Unicef. Toen in de Sovjet-Unie de eerste contouren van de glasnost zichtbaar werden, was hij een van de eerste prominenten die in de media de reikwijdte van Michael Gorbatsjovs beleid onderstreepten.

Sir Peter Ustinov bleef voor het grote publiek vooral de man die zeven talen sprak en zich in zeven andere prima kon redden. Ustinov was de ultieme globetrotter, die zich van grenzen niets aantrok en overal thuis was. Zelf vond Ustinov dat een passend beeld. Al kon hij in interviews een kwinkslag niet laten, en vertelde hij met genoegen dat hij in de hele wereld eigenlijk niet meer dan twee woorden nodig had: 'herentoilet' en 'dank u'.

Meer over