Altijd dat scoren. . . 'Kamerleden en journalisten zitten te dicht op elkaar'

'Het is toch geen voetbalwedstrijd, de politiek?', vraagt Margaretha de Boer zich af. De minister van VROM wordt niet vrolijk van het geveins en het moeten scoren in Den Haag....

HET grootste taboe in dit kabinet is de stress van het ministerschap. Daar praat je niet over, de mannelijke collega's al helemaal niet. Die durven zich niet kwetsbaar op te stellen, terwijl het voor ons allemaal heel zwaar is. De emoties en het werk zijn niet gering. Af en toe ben je doodmoe. Alleen de vrouwelijke bewindslieden praten er met elkaar wel eens over.

'Maar het is zeer de moeite waard. En ik ben veel sterker dan ik dacht. Het is hard werken en ontzettend je best doen om het contact met je kinderen in stand te houden. Als je niet uitkijkt. . . Het is geen werk, het is leven. Alles staat in dienst van het ministerschap.'

We zitten in de vredige tuin van haar monumentale Saksische boerderijtje (1774) in het Drentse Zeijen. Glooiend grasveld, een stroompje dat van de pomp naar de vijver loopt. Achter het hek grazen schapen. De residentie lijkt lichtjaren verwijderd.

Margaretha de Boer (58), minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: 'Het is een paradijs. Als ik de brink passeer, denk ik: dat het allemaal nog bestaat. Het is een andere planeet. In onze boerderij kun je prima onthaasten. Dat moet hier ook wel, want als je hard loopt, stoot je je kop tegen de lage deurposten.'

Ze opent de deur van een kamer. 'Vroeger woonde hier een heel gezin. Onvoorstelbaar.' Aan de muur van haar werkkamer hangt een foto. Drie turfstekers naast een modderschuit in Zuidoost-Friesland. 'Dit is pake.' Hij draagt een overall, heeft de pet strak op zijn hoofd getrokken. De grove lijnen in zijn gezicht vertellen het verhaal van een zwaar arbeidersbestaan.

'Het geslacht De Boer zat altijd in een rol van dienstbaarheid aan anderen en was tegelijkertijd zeer zelfbewust. Nooit op het land van je werkgever wonen. Absoluut niet onderdanig, met een sterke hang naar onafhankelijkheid en jezelf op een afstand plaatsen. Die enorme behoefte herken ik.'

Ze wordt dan ook niet gehinderd door gevoelens van onderdanigheid in haar huidige contacten met koningin Beatrix.

'Ik heb nooit de indruk als ik op Huis ten Bosch zit, dat ik de koningin naar de mond moet praten. De koningin is zeer goed geïnformeerd, ze stelt kritische vragen en gaat niets uit de weg. Onze opvattingen lopen niet altijd parallel en daar kun je het over hebben, dat is prettig.

'Ik vind niet dat wat het staatshoofd in een gesprek met mij zegt, van meer gewicht is dan een gesprek met andere mensen in de maatschappij. Majesteit heeft ook een mening. Maar ze heeft geen invloed, anders dan wat je zelf zou willen overnemen. Ze zegt echt niet: ik zou dit niet doen. Daar is geen sprake van. Dat gebeurt niet.'

Vader De Boer was een Friese anarchist, hij wilde heel sterk zijn eigen ontwikkeling bepalen. 'Het was een fatsoenlijk anarchisme. Je kunt het ook romantisch socialisme noemen. Lid worden van de AJC (socialistische jeugdbeweging) was absoluut verwerpelijk. Je ondergeschikt maken aan een systeem, met een halsdoekje om rond de meiboom dansen: dat kon helemaal niet. Daar sprak hij over met nog meer emotie dan over de roomse kerk, dat wilde wat zeggen.'

Hij noemde zich een atheïst, maar kende de Bijbel. 'Hij was dus wel met godsdienst bezig. In ons gezin was veel kritiek op het geloof en op de kerk. We konden in grote woede ontsteken over arbeiders die ondersteuning kregen van de hervormde en de gereformeerde kerk, als ze de kerkdienst maar bijwoonden. We gingen desalniettemin naar een christelijke school.

'Ik geloof niet dat er ergens een God is die een aantal dingen bestiert. Wel heb ik een gevoel voor de filosofie die naar voren komt bij de schrijfster Etty Hillesum. Ik geloof erin dat je zelf een grote verantwoordelijkheid hebt voor wat je doet. Noem het een godsbesef, een geweten. Voor veel christenen is die eigen verantwoordelijkheid in zekere zin buiten hen geplaatst.'

In huize De Boer werd de recht-door-zee-benadering geprefereerd. 'Huichelachtigheid, daar konden we niet tegen.' En: 'De familie De Boer keek heel kritisch naar wat er om ons heen gebeurde, het neigde naar achterdocht.'

Die eigenschap wordt nog vaak misverstaan. 'Voordat je je aansluit bij een standpunt, kijk je toch goed naar andere aspecten. Men denkt dat je tegen bent als je je niet meteen voor honderd procent aansluit. Dat ervaar ik mijn hele leven al.'

Als meisje van zestien heeft ze de mulo op zak. 'In ons milieu was dat heel wat. Daarna ben ik mijn hele leven blijven werken en leren.' De Boer gaat bij de Nederlandse Jeugdherbergcentrale werken en vijf jaar later voegt ze zich bij haar uitgezonden echtgenoot in Zuid-Afrika. 'We werden daar lid van de Progressive Party, wat ons niet in dank werd afgenomen door de Nederlandse werkgever.'

Terug in Nederland gaat ze naar de sociale academie, wordt lid van de PvdA en kandideert zich - 'jong, vrouw én zwanger' - voor de gemeenteraad van Wormer. Het is het begin van haar lange mars door het openbaar bestuur. 'Begin jaren zeventig ging de raad echt over Wormer, de wereld hield op bij de Zaanbrug. Ik kwam terecht in een bestuurlijk gezien zeer gesloten gemeenschap die was blijven stilstaan. Wat een cultuurschok. . . Als je daar met een nieuw idee kwam. . .'

Ze vertelt over haar protestbrief aan B en W over het bespuiten van openbaar groen. De burgemeester weigerde die in de raad te behandelen. Over de heisa die ontstond toen ze te kennen gaf niet jaarlijks te willen dineren met de commissie-Bijstandsuitkeringen: 'Ik was spelbreker, dat kreeg enorme proporties.'

Na zeventien jaar huwelijk volgt een scheiding. 'Greet' gaat zich Margreeth noemen. 'Je verandert je huis, gaat naar de kapper en neemt afscheid van een naam. Greet is overigens precies dezelfde als Margreeth. Ik ben niet veranderd, ik kan niet anders.'

Later in de jaren zeventig stapt ze over naar de Provinciale Staten. Eerst gewoon lid, dan fractievoorzitter en Gedeputeerde. Op dat niveau voert ze ook haar milieustrijd.

Grote landerijen in Noord-Holland werden omgezet tot bollengronden, de humuslaag moest worden afgegraven tot het zand. 'Dat was een snoeiharde discussie om veel geld, het emotioneerde me. Onbegrijpelijk dat het CDA met name vanuit het rentmeesterschap geen oog had voor wat er fundamenteel werd vernietigd in het landschap.'

In 1991 solliciteert ze op verzoek naar de functie van Commissaris der Koningin van Drenthe. Ze wilde graag terug naar het noorden. In haar boerderij rinkelt in het voorjaar van 1994 opnieuw de telefoon. Of ze burgemeester van Amsterdam wil worden.

'Eerst Van Kemenade. Ik zei nee. Daarna Felix Rottenberg. Weer nee. Nog een keer Felix. Niet dus. Tegen Van Kemenade andermaal nee gezegd. Ook aan Van der Laan (PvdA-fractievoorzitter Amsterdam) heb ik nee verkocht. Ed van Thijn kwam er nog eens tussendoor. Op een gegeven moment, het was avond, heb ik gezegd: Goed, ik doe het. Maar de volgende ochtend heb ik gebeld: geen sprake van dat ik het doe'

Amsterdam is een passie van haar. Ze laat het lopen omdat ze de Drenten niet het gevoel wil geven dat Amsterdammers belangrijker zijn. Ze is pas een goed jaar commissaris. En De Boer wil niet weg uit de boerderij, waar ze met haar levensgezel is gaan wonen.

DRIE maanden later doet de PvdA een beroep op haar. Of ze minister wil worden. 'Mijn eerste reactie was weer: dat kan niet. Maar, vroeg Wallage, als we in nood komen, zou je het dan doen? Tja, dan wordt het moeilijk als een partij waarvan je al zo lang lid bent, dat vraagt.'

Ze wordt minister van VROM. Bij haar aantreden bespeurt De Boer een onzekere houding van haar ambtenaren in haar richting. Later begrijpt ze het waarom.

'Mijn voorgangers Nijpels en Alders renden als twee jonge honden door het ministerie. Ze verschenen bij de schrijver aan het bureau, die een dergelijk contact waardeerde. Ik ben daar te professioneel voor, dat komt door mijn langere bestuurservaring. Ik wil iedereen in zijn rol laten. Ik ga niet zo maar buiten directeuren-generaal om opdrachten geven.

'We staan samen voor belangrijke klussen, maar als het erop aankomt, ben ik de baas. Dat weten mijn ambtenaren ook heel goed. Wat ambtenaren van verschillende departementen zelf overeenkomen is mooi, maar uiteindelijk ben ik degene die er nog overheen kan gaan. Dat heeft wel eens tot conflicten geleid, maar het hoort erbij. Ik ben degene die wordt afgerekend in de publiciteit en de politiek.'

Tot het moment van haar aantreden heeft De Boer altijd juichende kritieken gehad. Ook nog in de eerste week van haar ministerschap; ze heeft twee optredens: De Boer moet het boren buiten de Waddenzee verdedigen en de aanwijzing voor de gasopslag te Langeloo.

'Het verbaasde me dat ik de loftrompet kreeg voor die gevoelige onderwerpen. En plotseling, van de ene dag op de andere, draaide het om. Alles werd in een negatief daglicht gesteld. Die positieve houding was overdreven, maar dit sloeg ook nergens op.'

Vanaf die week domineert de suggestie dat het milieu in slechte handen is bij De Boer. Het is een beeld dat haar pas sinds een half jaar heeft verlaten. Bij alle belangrijke beslissingen in de jaren die volgen - de hogesnelheidslijn, de nachtvluchten op Beek, de Betuwelijn, en de uitbreiding van Schiphol - krijgt ze ingewreven dat het milieu weer een nederlaag heeft geleden.

'Het kwam de milieubeweging, waar ik inmiddels weer een goede verhouding mee heb, niet slecht uit. Die kampte met een identiteitscrisis. Maar één zekerheid hadden ze: dat deze milieuminister een teleurstelling was. En als die ook niet in staat is door onervarenheid te formuleren wat haar winst is, dan kom je van dat beeld niet meer af. Het waren allemaal complexe besluiten waar het vorige kabinet niet was uitgekomen. Veel zaken heb ik de goede richting op gekregen, maar ik kon het niet zichtbaar maken. Zo analyseer ik het achteraf.'

Ze schetst in grote lijnen hoe het politiek-bestuurlijke proces naar een majeure beslissing verloopt.

'De aanloop begint minstens een half jaar van tevoren. Ik hou ervan vroeg te worden betrokken door een ambtelijke projectgroep. Met zo'n onderwerp wil ik meegroeien. Dan kun je meesturen, aangeven hoe je er zelf over denkt. De ambtenaren kunnen dat proces dan zelf ook meemaken.

'Je overlegt met andere ministers, probeert tot overeenstemming te komen. De stukken gaan heen en weer, worden aangepast. Als je er bestuurlijk helemaal niet meer uitkomt, dan moet je de ministerraad confronteren met verdeeldheid tussen vakministers. Dat is not done. Het is me twee keer overkomen: bij de nachtvluchten op Beek en bij de hogesnelheidslijn.

'Je probeert het jouw kant op te krijgen met overleg, overleg en overleg. Anderen informeren wat het belang is, in en om de ministerraad. Bij het besluit over Beek hadden we ontzettend vaak overleg. Wijers (EZ), Jorritsma, premier Kok, soms zit Zalm (Financiën) erbij, dan weer vice-premier Dijkstal.

'Als ik zie dat het niet de kant uitgaat die ik wil, houd ik vast. Het conflict moet worden opgelost in de ministerraad. Blijven vasthouden en voorkomen dat ik heel boos word. Heel goed weten wat je wel en wat je niet wilt en dat kenbaar maken. Altijd je grenzen in zicht houden. En ervoor zorgen dat je in de spiegel kunt blijven kijken.

'Ik heb het odium dat ik altijd het compromis zoek, maar bij alle onderwerpen zijn er ook fikse stappen door mijn collega's gezet. Natuurlijk kom je zelf ook in beweging. In zo'n complexe situatie reikt de minister-president vaak de oplossing aan.'

Het beeld: collega Jorritsma van Verkeer en Waterstaat triomfeert, De Boer verliest. Ze wordt er niet vrolijk van.

'Het is toch geen voetbalwedstrijd, de politiek? Af en toe heb ik wel het gevoel dat ik moet scoren om het scoren. Iets in mij verzet zich daartegen. Nee, denk ik dan, het beleid moet de goeie kant op. Als je hoog inzet en je haalt het niet. . . Als je laag inzet, heb je weer geen ambities. Dat zijn volstrekt onterechte afrekeningen.

'Altijd dat scoren. . . Annemarie Jorritsma en ik vinden het allebei kloten, die beeldvorming met dat gedoe van een winnaar en een verliezer. Ik ben er soms heel kwaad over geweest. Je kunt niet rationeel tegen een beeld strijden, dat is zinloos. Het enige dat je mag hopen, is dat het negatieve beeld verandert.

'Ik kan erg geraakt worden als ik met hart en ziel ergens bij betrokken ben. Als dat wordt gekleineerd of vertrapt, word ik er buitengewoon emotioneel over. Bij sommige onderwerpen in mijn portefeuille voel ik me ontzettend persoonlijk betrokken. Dan oefen ik geen vak meer uit, maar ben er met al mijn vezels mee verbonden. Het maakt je kwetsbaarder, op die momenten heb ik weinig distantie. Ik moet me dan in hand houden, spreek mezelf toe. Volgens mijn medewerkers lukt dat.

'Ik kan het wel van me afzetten. Maar mijn intimi zullen het weten als ik geraakt ben. Eerst moet ik een tijd razen. Ontzettend kwaad ben ik dan. Dat overheerst in de lastige momenten: woede. . . Maar een mens kan niet woedend blijven. Het zakt af en als ik dat heb gehad, kan ik verder. Dan kom ik weer tot mezelf, word weer stabiel en kan verder functioneren. Maar het is niet zo dat ik het vergeet.

'Muziek helpt me daarbij, dat zit voor mij heel dicht tegen eten en drinken aan. Zonder muziek en literatuur zou het een stuk armoediger zijn. Ik word gegrepen door strijkkwartetten van Beethoven, Schubert. Schitterend. Ik krijg ook steeds meer interesse in heel moderne muziek, zoals Schönberg. Dat is zo emotioneel geladen, het zit zo vol uitersten, net als mijn ministerschap.'

Het duurde na haar aantreden even voor ze in de gaten had dat het besturen in Den Haag anders gaat dan in de Provinciale Staten.

'In Provinciale Staten ben je als Gedeputeerde een vooruitgeschoven post van de fractie en probeer je met hen tot een standpunt te komen. Zo zit ik in elkaar en dat heb ik vijfentwintig jaar zo gedaan.

'Ik heb me niet gerealiseerd dat de afstand tussen de Tweede Kamer en de regering gigantisch is. Nu is het me helder, maar in het begin probeerde ik impliciet zaken te doen met de Tweede Kamer. Dan leg je een dilemma voor, maar zo zijn hier de mores niet. Je moet aangeven wat jij wilt, er is weinig sprake van een dialoog met de Tweede Kamer.'

DE Haagse politieke cultuur bevatte in meer opzichten verrassingen. De Boer wil zich daar niet bij neerleggen. 'Ik vind dat de politieke cultuur in Den Haag moet worden opengebroken. Het is heel begrijpelijk dat het een heel klein wereldje is. Ministers, Kamerleden, journalisten: we werken keihard, dag en nacht. Iedereen woont ook in Den Haag. Er is weinig vrije tijd, dus er wordt met elkaar gegeten. Kamerleden en journalisten zitten veel te dicht op elkaar. Het gevolg is dat de een de ander herhaalt, er ontstaat een communis opinio.

'Het heeft ongetwijfeld voordelen bij elkaar betrokken te zijn. Maar de nadelen voor de kwaliteit van het werk van de Tweede Kamer en de parlementaire journalistiek zijn niet gering. Er is te weinig afstand, te weinig reflectie. Zowel Kamerleden als journalisten zouden er goed aan doen zichzelf op een afstand te plaatsen. De democratie staat of valt met de kwaliteit van de pers. Je moet wel kritisch benaderd worden, maar de kwaliteit moet geweldig hoog zijn. Hoofdredacteuren zouden journalisten moeten laten rouleren.'

De Boer kijkt nog steeds op van het uitlekken van ambtelijke stukken. 'Lekken is onderdeel van het politiek systeem. Dat was nieuw voor mij. Mij wordt door toonaangevende journalisten toegevoegd dat ik toch eens meer primeurtjes zou moeten geven.

'Het lekken is zo'n onderdeel geworden van de strategie. Je moet goed in de gaten hebben wanneer je het doet, dan krijgt het zijn eigen dynamiek waar je je voordeel mee kan doen. Maar als er echt heel vertrouwelijke stukken in de krant staan, staat me dat nog steeds tegen. Het is de slordige kant van de Nederlandse politiek.'

TWEEDE-Kamerleden en journalisten signaleren in hun vermaledijde gezamenlijkheid dat De Boer eindelijk haar draai begint te vinden in Den Haag. Het tobberige is er af. Dat werd enkele maanden geleden pas goed zichtbaar tijdens haar optreden in het televisieprogramma Buitenhof.

Daar zat een andere De Boer: ze stelde de eis dat het milieu goed moet worden geregeld in het regeerakkoord, wilde ze tekenen voor een tweede termijn. Want ze moest het beleid nu voor de poorten van de hel wegslepen.

'Zoals ik daar zat, dat ben ik. Absoluut strijdbaar. In Den Haag kan men toch niet goed omgaan met eerlijkheid en openheid. Maar ik weet ook dat je er in het openbaar bestuur niets mee opschiet de zaken op de spits te drijven. Je moet toch proberen tot elkaar te komen. Het heeft heel lang betekend dat ik de redelijkheid zelve bleef. Ik heb dat een beetje van me afgeschud.

'Dan moet je na zo'n televisie-optreden opdraven in het vragenuurtje van de Tweede Kamer. Zo'n vragenuurtje voegt zo weinig toe. Toen het te vroeg overleden CDA-Kamerlid Esselink op zijn ziekbed lag en naar het vragenuurtje op de televisie keek, zei hij tegen zijn vrouw: nu begrijp ik pas waarom jullie je hieraan zo ergeren. Begrijp me goed, als ik daar sta is het mijn wereld. Maar de buitenwereld kijkt met volstrekt andere ogen naar de kinnesinnerigheid van de politici in de Tweede Kamer.

'Als staatssecretaris Schmitz eerlijk in Vrij Nederland zegt ''Mijn baan is zwaar, ik houd het nog twee jaar vol'', dan ontstaat er rumoer. Men ziet het van Schmitz als een teken van zwakte. Terwijl het feit dat ze dat durft te zeggen wel eens een teken van sterkte zou kunnen zijn. Dat wordt niet geaccepteerd. Het heeft mogelijk te maken met de mannencultuur: waarom moet er in Den Haag zoveel worden geveinsd? Er wordt zó veel geveinsd. Het zou de kwaliteit van de politiek ten goede komen als we opener durfden te zijn.'

En als ze het allemaal van tevoren geweten had? Ze zou het weer doen.

'Absoluut. Als ze me willen hebben, en er ligt een goed verkiezingsprogramma, ga ik straks op de kandidatenlijst staan voor de Tweede Kamer. Ik ben beschikbaar voor een ministerschap, maar het is een dobbelspel. Als het zo loopt, word ik Tweede-Kamerlid.'

Het moet met haar recht-door-zee-mentaliteit toch vreselijk zijn in de ellenbogencultuur van de PvdA-fractie?

'Ik kan me daarin staande houden met mijn onafhankelijke instelling. In de Provinciale Staten waren dergelijke types in ruime mate voorhanden. Je moet ze gewoon laten zien dat je ze wel doorhebt.'

Een tweede ministerschap betekent nog een aanslag van vier jaar op haar privé-leven. 'Mijn levensgezel weet hoe ik in elkaar zit. Hij is gelukkig iemand die zichzelf ontzettend goed bezighoudt. Een kunstenaar is nog veel meer op zichzelf gericht in relatie tot zijn werk dan anderen. Hij heeft vaak de eenzaamheid nodig, is in de goeie zin van het woord op zichzelf gericht.

'Tegenwoordig ben ik ook vaak de weekends weg. Vorig weekend was ik er niet, volgend weekend ben ik er ook niet. Als ik weer vier jaar minister zou worden, dan moeten we kijken of we in het Westen een groter appartement kunnen hebben. Of we dat doen weet ik niet, mijn man is ook zo verknocht aan Drenthe.'

Margaretha de Boer steekt haar vinger op. 'Hoor je dat? Een specht'

Meer over