Altijd bereid om een grens te overschrijden

Tijdloos hoefden de ontwerpen van Benno Premsela niet per se te zijn. Duurzaamheid daarentegen was een gebod. De donderdag overleden Premsela was niet alleen een internationaal vermaard ontwerper, maar gold bovendien als groot stimulator en talentenscout....

JAAP HUISMAN

HIJ wilde geen interviews meer. Dat artikel in de Volkskrant van 15 maart moest het laatste zijn; daarmee, vond Benno Premsela, had hij alles gezegd wat er nog te zeggen viel. Hij was er, vertellen intimi, zelf door ontroerd. Zijn aanvankelijke scepsis tegenover het zoveelste interview over zijn leven sloeg uiteindelijk om in een bevrijding. Luchthartig, ja zelfs bijna laconiek, besprak hij zijn naderende dood, die dan nu na anderhalf jaar ziekte is gekomen. Donderdag overleed hij, 76 jaar oud, in het ziekenhuis, gisteren werd hij in besloten kring gecremeerd.

'Ik zie doodgaan als een avontuur. Binnenkort, of weet-ik-veel wanneer, staan mij dus allemaal onbekende dingen te wachten. Dat is toch spannend? Een stervensproces moet je op dezelfde manier vormgeven als de wijze waarop je hebt geleefd. Positief. Zonder dikdoenerij. Met een zekere nonchalance.'

Typerende Benno-uitspraken. Hij zal ze wel hebben afgerond met zijn altijd aanstekelijke lach, de nek opgericht, de mond wijd open. Hij nam alles serieus, maar wist ook te relativeren. Het moet de sleutel geweest zijn tot zijn succesvolle carrière in de kunstwereld, hoewel hij het woord verafschuwde. Carrière, daaraan werken alleen misdadigers. Desondanks, zijn betrokkenheid en ambitie hebben Premsela gemaakt tot wat hij was: intermediair tussen gearriveerde en beginnende kunstenaars, tussen het bedrijfsleven en de consument, tussen een homoseksuele minderheid en een heteroseksuele maatschappij.

Kunstpaus van Nederland, dat embleem is hem ooit opgespeld. Niet dat hij op macht of invloed uit was. Integendeel. Hij kon gewoon nooit nee zeggen, hij werd nu eenmaal voor alles gevraagd en als we eerlijk zijn, het was weinigen in Nederland gegeven om zo'n vogelperspectief van de kunstwereld te bezitten. Premsela bewoog zich even gemakkelijk in de sectie Dans van de Raad voor de Kunst, als in de beeldende kunst. Hij stond op de bres voor sieradenmakers, keramisten, industrieel ontwerpers. Gedreven door een nimmer aflatende nieuwsgierigheid, altijd bereid een grens te overschrijden.

Terwijl hij wist dat zijn leven aan het aflopen was, overschreed hij er nog een: voor het affiche van de komende KunstRai, ontworpen door Anthon Beeke, liet hij zich voor het eerst van zijn leven schminken. Als een clown, de ogen geel omcirkeld en een tulp geklemd tussen de blauwe lippen. Een bizar dodenmasker denk je bij het zien van het affiche: hier zien we een stervende die de dood nog even bij zijn lurven grijpt. Dat affiche verschijnt na zijn dood, een macabere gedachte, maar het hoort bij Benno: hij regeert over zijn graf heen. Zijn persoonlijkheid zal nog een tijd doorstralen.

Hij kwam alleen uit de oorlog, samen met zijn broer Robert. Zijn ouders en zusje overleefden Auschwitz niet. Alleen op de wereld in 1946 en ook nog homoseksueel in een tijd dat de maatschappij daar nauwelijks over nadacht, laat staan het tolereerde. Zijn nuchterheid hielp hem vooruit. 'Er was geen plek voor mij, dus die plek moest er maar komen', stelde hij voor zichzelf vast. 'Een subcultuur trok mij niet: met mijn eigenwijze natuur was het ondenkbaar dat ik ooit nog zou kunnen vegeteren in een besloten omgeving. Ik voelde mij onaantastbaar.' Die houding zou bepalend zijn. Wie anders dan hij was geschikt als voorzitter van het COC, de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit?

Dat onaantastbare maakte Premsela tot een figuur die zich nauwelijks of niet liet bekritiseren. Hij vond wat hij vond, hij deed wat hij deed. Aan franje had hij een broertje dood, ontwerpen en voorwerpen moesten functioneel zijn, kleding comfortabel - vandaar zijn pleitbezorging voor de trui -, zijn interieurs neutraal, op het zakelijke af. Zo'n woonmachine is het huis op het Prinseneiland dat hij drie jaar geleden met zijn vriend Friso Broeksma betrok.

Het is moeilijk te bepalen wat Premsela allemaal heeft nagelaten. Zijn kracht was vooral de combinatie van creativiteit en samenwerking. Bij alles wat hij maakte of ondernam, prees hij zijn partners, bij het inrichten van de etalages van de Bijenkorf tot en met de totstandkoming van een nieuw type Van Besouw-tapijt. Zo innovatief als dat linnen- en katoentapijt is, zo basic is zijn Lotek-lamp: lapjes vlieseline gespannen tussen vier iele stalen poten. Tijdloos hoefde een ontwerp voor Premsela niet per se te zijn, duurzaamheid was daarentegen een gebod.

Belangrijker dan zijn industriële ontwerpen en zijn interieurs was Premsela's niet aflatende rol als stimulator. Beter nog: een arrangeur. Hij onderkende een talent en gaf het een plaats in de kunst. Als er geen vrouwelijke dirigent bestond, moest er coute-que-coute een komen. Jonge talenten, of ze nu keramist waren of sieradenontwerper, meubelmaker of beeldend kunstenaar, steunde hij op uiteenlopende manieren. Hij kocht hun werk aan, ijverde voor stipendia, liet een atelier bouwen of noodde ze bij hem uit aan tafel.

Werd er een expositie geopend, dan was Premsela van de partij, een zwarte Sandeman-man die afstak bij de doorgaans witte omgeving, die gezag uitstraalde met zijn strenge brilmontuur en indrukwekkend kale schedel. In zijn pijpela op het Prinseneiland, vernuftig gebouwd door Tijmen Ploeg, was Premsela dé gastheer. Het middelpunt van de conversatie met vrinden, zoals hij zijn dierbaren noemde. Voorkomend, geestig, nieuwsgierig. En passant liet hij dan vallen hoe hij zijn invloed aanwendde: door een briefje met aanmerkingen in de bus te stoppen bij zijn vriendin Hedy d'Ancona, toen nog minister van WVC. Dat had meer effect dan een frontale aanval.

'Ik kan mij troosten met een volbracht leven', zei hij in zijn laatste interview. Premsela uitte ook een wens: dat hij opgebaard in de Stadsschouwburg zou worden uitgeluid met het ballet Grosse Fuge van Hans van Manen. Aan Van Manen wordt de treffendste uitspraak toegeschreven over zijn goede vriend Benno: het belangrijkste ontwerp is zijn eigen leven. Daarbij hoort een afsluiting in stijl: de Stadsschouwburg staat volgende week zaterdag vanaf 11.00 uur open en op het doek wordt Grosse Fuge gedanst.

Jaap Huisman

Meer over