Alter & Ego

De foto die afgelopen maandag op de voorpagina van deze krant prijkte, laat vier mannen zien, twee blanken en twee zwarten; ze hebben elkaar bij de hand genomen en heffen eendrachtig hun armen ten hemel....

Zou Martin Luther King het zo bedoeld hebben?

Een stralende najaarsdag in Washington. Heaven can wait.

Op dezelfde plek hield King in 1963 zijn beroemde 'I have a dream'-rede, waarin hij zijn visioen ontvouwde over blanke kindertjes die hand in hand lopen met zwarte kindertjes, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Dat was het toen niet, maar er is veel veranderd, want daar stonden ze, zijn erflaters, zijn droomgeslacht. De kinderen waren flink gegroeid en hadden snorren gekregen, leesbrillen en kale hoofden, kortom alles wat een jongen tot een man maakt. Ze verwezenlijkten King's visioen, massaal en met groot gemak, zonder dat iemand hoefde te vrezen voor politiecharges of bijtende honden.

Intussen waren er wel een paar veranderingen aangebracht in het script van de dominee. Zo ontbraken King's 'little white girls' volkomen, ook in volgroeide variant. Hetzelfde gold voor de little black girls.

In deze droom figureerden louter mannen, die zoveel van hun vrouwen hielden dat ze die er even niet bij konden gebruiken. De echtgenotes bleven thuis, op last van de organisatie: daar zaten ze in hun eentje geliefd te wezen. Toewijding laat zich nu eenmaal het best uitdragen als je niet de hele tijd gestoord wordt door het object van je liefde.

'Promise keepers' noemen ze zichzelf, de half miljoen mannen die op 4 oktober naar de Amerikaanse hoofdstad togen om daar, ja, wat te doen eigenlijk?

Bijna had ik uit gewoonte geschreven 'om te demonsteren', want bij massa's denk ik automatisch aan demonstraties, aan mensen die tegen kernwapens zijn, tegen apartheid en in een moeite door ook tegen de eigen bijdrage voor het ziekenfonds. Niet zo lang geleden kreeg je ze daarvoor de straat op. Liep het Malieveld vol en zag de Mall in Washington zwart, dan stond er onveranderlijk een tekst aan de hemel geschreven, in een ferme, vastberaden letter, en die luidde: Tegen.

Maar op deze bijeenkomst hadden zich louter voorstanders verzameld, en geen vijand te bekennen. De mannen, lees ik in de krant, kwamen om 'te getuigen van hun christelijke waarden' en 'van hun gehechtheid aan huwelijk en gezin'.

Bestaat er dan een wet in Amerika tegen God of Jezus? Is het verboden om te trouwen? Worden echtparen met kinderen geweerd uit overheidsfuncties, en moeten jonge vaders voor straf naar heel vieze wc's waar gezonde vrijgezellen nog niet dood willen worden aangetroffen?

Nee, allemaal niet het geval. De enigen die hier overtuigd moesten worden waren de mannen zelf die zich 'gearmd, geknield, biddend, om vergiffenis smekend en vaak in tranen' in Washington ophielden. Zij, en zij alleen, dreigden hun goede voornemens te frustreren en hun beloftes te breken. Vandaar dat de spreekkoren ('Je-sus, Je-sus') nog luider klonken dan gebruikelijk is bij dit soort gelegenheden: een groepje tegenstanders laat zich nog wel overschreeuwen, maar wanneer ben je er zeker van dat je ook je 'slechtere ik' er onder hebt gekregen?

Bestond er dan zoiets als een gemeenschappelijk doel? Oprichter van de 'Promise keepers' is de oud-footballcoach Bill McCartney, iemand die in Amerika net zo bekend is als Louis van Gaal hier. (Even stel ik me voor dat Van Gaal niet de eenzelvige en authentiek chagrijnige man is die wij kennen, maar een blijmoedige getuiger die niet alleen zijn elftal maar heel het volk wil bezielen: daar moet je toch eigenlijk ook weer niet aan denken, de gevolgen zouden desastreus zijn.)

Deze McCartney pleit er voor dat 'mannen in hun gemeenschap en in hun gezinnen een leidende rol spelen'. Hij ziet daarin kennelijk een ideaal, en niet de droomloze beschrijving van een al duizenden jaren bestaande situatie. Ze moeten 'werken aan sterke gezinnen en huwelijken'. Wat je daar ook van wilt denken, het is een activiteit die heel goed in stilte kan plaatsvinden.

Feministes hadden het vroeger over onzichtbare arbeid, en daarmee bedoelden ze al die taken en taakjes die vanzelfsprekend aan vrouwen toevielen, zonder dat ze er geld of zelfs maar eer aan overhielden. Even snel de keuken aan kant, de kinderen naar bed en de goede sfeer bewaren. Werk dat pas opvalt zodra het niet meer gebeurt.

Zo kan men ook onopvallend getrouwd blijven, en niet vreemdgaan: men kan er stilletjes van afzien zijn dochter te verkrachten, zijn vrouw te mishandelen, zijn zoon met een leren riem te bewerken. Het is allemaal mogelijk, ook zonder misbaar en manifestaties in Washington.

Het is waarschijnlijk een oude mannelijke gewoonte om luidkeels te verkondigen wat je niet gaat doen ('nee, ik zal niet lastig zijn'), en het vervolgens zo te draaien dat dat niet-doen ook nog sprekend op werk begint te lijken. Ik snap niet dat vrouwen er nog steeds in trappen, mannen onder elkaar hebben het trucje meteen door.

En zo werd daar in Washington de meest schimmige tegenstander bewerkt die zich maar laat denken: de vijand in jezelf. Het was een bijeenkomst van ego's en alter ego's, van trouwhartige huisvaders die hun eigen schaduw van zich af probeerden te schudden. Op dat uitgestrekte plein hadden zich dus net zoveel voor- als tegenstanders verzameld: een half miljoen.

Het wordt nu ook begrijpelijk waarom al die mannen elkaar voortdurend bij de schouders moesten vatten. Zij zochten steun en warmte bij elkaar, de een wilde er ongetwijfeld zijn voor de ander - ik herkende het boterzachte repertoire van de mannenbeweging, eind jaren zeventig. Toen ging het er nog om de homo in jezelf te ontdekken, die nu in Washington met precies dezelfde technieken moest worden uitgedreven.

De doelen veranderen, en de middelen blijven ongestoord werken.

Maar er kwam dit keer ook een praktische kant bij kijken: de mannen hielden elkaar niet alleen vast, ze hielden elkaar ook tegen, als in de uitdrukking 'Hou me vast, of ik bega een moord'. De lichamelijke contacten zagen er zo stevig en vastberaden uit, dat elke aanraking veel weghad van een arrestatie. En omdat slachtoffers en daders, boosdoeners en weldoeners verenigd waren in een en dezelfde persoon, durfde niemand zijn greep te verliezen.

Intussen werd er luid om vergiffenis gesmeekt en om nog veel meer zaken: kracht, sterkte, Jezus, doorzettingsvermogen, huwelijkse moraal, zuivere heteroseksuele gedachten en nogmaals Jezus.

Dat is niet niks, maar als ik het zou moeten samenvatten, zou ik zeggen: die mannen vroegen om een geweten.

Vroeger moest je zoiets op eigen kracht zien te ontwikkelen, maar dat is veranderd, je kunt die dingen nu kant en klaar bestellen. Bovendien krijgen grootgebruikers korting. Daarom stonden ze met zijn honderdduizenden te dringen voor de winkel die het spul in voorraad heeft.

Ze hieven hun armen in de lucht en keken verwachtingsvol naar de hemel. Ze waren er klaar voor, de godvrezende consumenten; wat hen betreft kon de grote najaarsuitverkoop beginnen.

Meer over