'Alsjeblieft, niet weer een bom, laat ons leven'

Madrid verkeert in doodsangst. Wie kan, mijdt trein en metro en neemt de auto. Het verkeer loopt vast. Angst en woede....

Gegil vult de hal van het Atocha-station. Agenten smeken om medewerking. Kunnen de eigen emoties nauwelijks baas. De verwarring is enorm. De angst is zichtbaar op honderden gezichten. Alsjeblieft, niet weer. Niet weer een bom.

Eenmaal buiten beginnen enkele vrouwen hysterisch te huilen. Mannen schreeuwen hun frustraties uit. De politie weet zich geen raad, wil ze bij het gebouw wegkrijgen. Er wordt geduwd en getrokken. 'We laten ons niet verjagen door terroristen', klinkt het hier en daar verbitterd.

Hoe langer de evacuatie duurt, hoe groter de woede. 'Jullie moeten de mensen niet voor de gek houden', gilt een man tegen de agenten. 'Jullie kunnen ons niet beschermen.' Wezenloos kijken omstanders hem aan. Ja, ook zij geloven niet langer in veiligheid.

Gelukkig blijkt even later de bommelding loos. En enkele minuten later druppelen de eerste Madrilenen weer het station binnen. Om alsnog een bloemetje te leggen in de hal. Om alsnog een bordje met 'No Al Terrorismo' bij de kaarsen te plaatsen.

De geplande minuut stilte wordt echter niet meer in acht genomen. De hevige emoties staan een collectief zwijgen in de weg. Zo blijft de hoogbejaarde Marilu Ferrer minutenlang haar hoofd schudden. 'Dit is verschrikkelijk. We willen leven. Maar dat maken deze schoften ons onmogelijk.'

Ook voor het station van Santa Eugenia, waar ten minste vijftien doden zijn gevallen, zijn de angst en de woede voelbaar. Het meeste venijn richt zich op de ETA. Maar Wladimir Barrigos wijt de slachting aan de politiek. 'Premier Aznar heeft ons in een oorlog geloodst die niet de onze was. En nu worden we gestraft voor onze bemoeienissen in Irak.'

Hij weet het zeker: Al Qa'ida zit achter het bloedbad en meer aanslagen zullen volgen. Wie de verkiezingen zondag ook wint. Omstanders manen hem tot stilte. Houd je bek, hijo de puta. Het is niet gepast om over politiek te praten. Het interesseert niemand of de ETA of Al Qa'ida erachter zit. 'We moeten stilstaan bij die arme zielen die gingen werken en nooit meer zullen thuiskomen.'

Een groep schoolmeisjes zet kaarsen neer. Twee van hen huilen. Hun troostende vriendinnen barsten even later zelf in tranen uit. Verderop laten klasgenoten witte handafdrukken achter op een groot doek. Als symbool voor de vrede en tegen terrorisme. Een paar oudere vrouwen hangen zwarte linten op aan een hek.

Alfonso Duran brengt een bloemengroet aan de overleden buurtbewoners. Hij zucht. Eén ervan had zijn zwangere vrouw kunnen zijn. Als ze donderdag, net als elke ochtend, de trein van kwart voor acht had genomen. 'Godzijdank was ze niet lekker en nam ze de auto. Maar ja, als ik dit zie, durf ik niet eens van geluk te spreken.' Vrijdag is ze weer met de auto naar haar werk gegaan. Net als de halve stad. De metro wordt angstvallig gemeden. De treinen nog altijd gewantrouwd. De hele dag loopt het verkeer in de Madrileense straten vast. Herhaaldelijk klinkt het geluid van rondcirkelende helikopters.

'Dit is een stad in angst', zegt Nacho García. 'Wie zegt dat dit niet nog eens gaat gebeuren? We lopen allemaal op onze tenen van de zenuwen.' Zelf is hij bijna gebroken. De vrouw van Mario is dood. En de moeder van Eva ook. En de zus van José en haar man. Allemaal bekenden uit de buurt. Vannacht is hij meegegaan naar 'het slachthuis', naar het grootste mortuarium van Spanje. García doelt op gebouw nummer zes van IFEMA. Daar liggen de 199 doden opgebaard.

Daar mogen familieleden bij het horen van hun naam naar beneden komen voor de identificatie. Van digitale foto's en testresultaten. Want vaak is de aanblik van de lijken niet te verdragen.

Elk uur vertrekt er minstens één lijkwagen uit het tentoonstellingsgebouw. Op weg naar andere uitvaartcentra. Voor eeuwige rust. García zal er later op de dag een paar moeten bezoeken. En daarna naar de grote demonstratie op de Plaza Colon. 'Om de woede van me af te schreeuwen.'

Of is het de angst? Bij veel van de ruim twee miljoen Madrilenen die 's avonds in de stromende regen de straat op gaan om tegen het terrorisme te ageren zeker. Te midden van de vele strijdliederen en verwensingen klinkt opvallend vaak een simpele smeekbede: 'Alsjeblieft, laat ons leven.'

Meer over