Als Zwarte Piet niet lacht

Een jong stel gaat samenwonen. De vrouw denkt, ik maak wat lekkers voor 'm, en bereidt een rollade. Voordat ze de rollade in de oven doet, snijdt ze de beide zijkanten eraf. 'Die kantjes zijn juist het knapperigst', protesteert de vriend. 'Waarom haal je die er nou af?'


'Dat hoort zo. Mijn moeder doet dat ook altijd', zegt de vrouw. 'Waarom?', vraagt de man. 'Weet ik niet', zegt de vrouw. De vrouw gaat naar haar moeder. 'Waarom snij jij eigenlijk de kantjes eraf?', vraagt ze. 'Weet ik niet', zegt de moeder. 'Dat deed mijn moeder altijd.' Ze gaan samen naar oma. 'Oma, waarom haalde je de kantjes van de rollade er altijd af?' Antwoordt oma: 'Omdat de rollade anders niet in mijn koekepan paste. Ik had geen oven.'


Verschil tussen traditie en kunst: bij traditie ben je gewend geen vragen te stellen. Bij kunst wel. Traditie is comfort zone. Oliebollen, kerstkaartjes op de mat. Kunst is uncomfort zone.


Toen twee jaar geleden het Van Abbemuseum in Eindhoven aankondigde een performance in de straten van Eindhoven uit te voeren, was het hommeles. Onderwerp: Zwarte Piet. Een protestmars à la de jaren tachtig moest het worden, met borden en spandoeken, tegen Zwarte Piet. Read The Masks. Tradition Is Not Given, heette de performance van kunstenaars Annette Krauss en Petra Bauer, als onderdeel van de serie Be(com)ing Dutch, waarin de Hollandse identiteit bevraagd werd.


Moet je net in 2008 doen. Rita Verdonk had zojuist nog iets geroepen als: 'en van Sinterklaas moeten ze afblijven!', bij de lancering van haar Trots Op Nederland-beweging. De reacties op de website van De Telegraaf alleen al: 'Een Duitse en een Zweedse gaan ons hier vertellen dat Zwarte Piet wegmoet? Het moet niet gekker worden.' En zo voort.


Charles Esche, de Britse directeur van het museum, was overdonderd door de negatieve reacties, volgens hem samen te vatten in 'blijf met je buitenlandse poten van onze Zwarte Piet af'. Toen schelden overging in dreigementen, haakten kunstenaars en museum af. De performance werd afgeblazen omdat 'de kans groot was dat het op geweld zou uitlopen'. Esche zei dat het kunstwerk 'vernietigd' was. De kunstenaars zeiden dat ze slechts de discussie over Zwarte Piet wilden heropenen.


Je kunt je, ook als kunstliefhebber, afvragen of dat is wat kunst moet doen. Of een protest tégen Zwarte Piet een vorm is van discussie openen, of gewoon een uiting van een politiek standpunt. Het laat immers weinig ruimte voor interpretatie.


Er zijn drie manieren waarop er in de kunst de laatste tijd met het fenomeen Zwarte Piet is omgegaan. Althans, drie kunstwerken die met gemak publiciteit en waardering kregen. Alledrie - een (geplande) performance, een fotoserie en een verhaal - zijn gemaakt door niet-Nederlanders en hebben dus een outsiders' perspective; wat in de praktijk bij sommigen het sentiment dat Zwarte Piet 'van ons' is versterkte: zie Eindhoven.


Een neutralere strategie dan de Eindhovense act van de morele tegenstander, nam de Britse kunstenaar Anna Fox in de jaren negentig in met haar fotoserie Zwarte Piet, tentoongesteld geweest in onder meer de Tate Modern in Londen, en aangekocht door het Museum of Contemporary Photography in Chicago. Zij veranderde feitelijk maar één ding aan de Zwarte Piet die elke Nederlander sinds kind-zijn kent.


Zwarte Piet lacht niet. Op elk van haar twintig foto's kijken de geschminkte pieten, veelal vrouwen, serieus. Er is er slechts één met een soort van verre glimlach. Maar die wordt bijna een grimas.


Ontneem Piet zijn glimlach, haal hem uit zijn vertrouwde Hollandse context, en je ontneemt hem z'n vanzelfsprekendheid. Daar sta je, in een van de meest gereputeerde musea van hedendaagse kunst ter wereld. In een witte zaal naar een grote foto te kijken. Hij heet Zwarte Piet, die foto. Maar alsof de ziel eruit is gezogen: je ziet geen Piet. Je ziet een blank meisje met een gekke gekleurde muts. Met een geverfd masker om haar blauwe ogen. Met nylon kroeshaar en dik gestifte rode lippen. Met een kraag. Een witte kraag die doet denken aan een andere Hollandse traditie: die van de glorie van de Gouden Eeuw, waar de koopmannen zich statig lieten portretteren.


Je zou bijna vergeten dat één generatie voor ons een serieuze Piet helemaal niet ongewoon was. Sterker, Zwarte Piet hoorde niet te lachen, want hij zou je wel eens in de zak kunnen stoppen. Zo legt Fox ook de vinger op een verandering in de traditie: Piet is sinds een jaar of dertig vrolijk, clownesk en 'onschuldig'. Waarmee de vergelijking met het Amerikaanse Blackface Theater zich aandient: blanken die zich zwart schminkten in komische rollen. Het angst-aspect is niet meer van nu. De traditie verandert weldegelijk.


Onbeholpen door het kinderlijke geschmink, grimmig vanwege de blik, en ja, ongemakkelijk, want waarom zou een blank kind zich als een neger - met alle karikaturen zoals lang geleden de negerslaaf werd uitgebeeld - vermommen?


Anna Fox' Zwarte Pieten zeggen niks over goed of fout. Ze laten alleen de bestaande traditie even kantelen. Een klein Copernicaanse draaitje. En leggen er subtiel de nadruk op, als je daar als Hollander staat, dat de traditie van het Zwarte Pietspel voor niemand anders dan voor Hollanders normaal is. Ook niet voor Duitsers. Ook niet voor Britten, of Amerikanen. We zijn niet hetzelfde, zeggen ze, terwijl voor veel Nederlanders de gedachte dat onze identiteit heel dicht bij die van andere Westerse landen ligt, geruststellend is.


Hoe onverkoopbaar het concept van Zwarte Piet aan buitenstaanders is, wordt door de Amerikaanse David Sedaris in het verhaal Six To Eight Black Men tamelijk hilarisch duidelijk gemaakt. Een klassieker, die onlangs in bekendheid groeide door heruitgaven in het Nederlands. Sedaris outsiders' view is weer anders dan die van Eindhoven en die van Fox. Hij vent het uit tot het uiterste.


Het hele verhaal gaat over regionale en nationale verschillen. Sedaris loopt uiteindelijk na een optreden in Amsterdam op met de Nederlandse Oscar en laat zich inlichten over het gebruik van Sinterklaas. Verrassend, vindt hij, want ten eerste: hun Santa Claus was niet 'ooit iets', zoals een bisschop in Myra. En hij woont al helemaal niet in zo'n gewoon land als Spanje, waar hij dus het hele jaar zou kunnen worden herkend en aangesproken op straat.


Sedaris neemt op een milde manier evenzeer het ongemak van de Hollander met Zwarte Piet, als dat van de blanke Amerikaan met zijn zwarte landgenoten op de hak.


'Kunst is culturele analyse', schrijft Literatuurwetenschapper Mieke Bal in een catalogus bij Anna Fox' fotoserie. Bal voegt aan de serie een reeks uitgesproken analyses toe, die soms misschien verder gaan dan noodzakelijk door de beelden wordt aangeboden. Zo wijst ze op de individuele gezichtsuitdrukkingen van de Pieten, terwijl alle Zwarte Pieten samen één naam hebben: 'fantasmatic black men lumped together under one generic name, as if slavery were still alive'. Dat kun je in de foto's zien.


Maar misschien is het meer culturele ontleding dan culturele analyse, wat deze kunstwerken doen. De serie laat zien waar kunst toe in staat is als het gaat om tradities. En dat zit 'm niet in antwoorden of morele uitspraken over de houdbaarheid van een traditie. Het zit 'm in het a priori niets als vanzelfsprekend zien. Het potentieel om je wereldbeeld een beetje te kantelen. Omdat dat waar geen vragen bij worden gesteld, wordt losgewrikt. De outsiders' view komt niet alleen, zoals bij deze voorbeelden, omdat de kunstenaars niet Hollands zijn. Maar omdat het buitenstaandersperspectief inherent is aan de kunst zelf. En dan had Oscar nog niet eens aan David Sedaris voorgezongen: 'Ook al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed.'


Meer over