'Als ze gaan schieten? Ik weet niet wat ik dan doe'

'Kijk er staan mensen op het dak. Ik zie er drie. . . nee vier. Op het huis daar links....

Van onze correspondent

Michel Maas

PRISTINA

Het is donderdag, pas hun tweede dag 'in het veld', en nog ruim drie rustige dagen verwijderd van de bloedige maandag - de dag waarop bij een 'incident' ruim dertig doden zullen vallen.

De waarnemers zien uit over het half verwoeste Opterusa. De vier kleine gestaltes op het huis zijn de enige zichtbare levende wezens. Althans: bijna. Op de asfaltweg die midden door Opterusa voert, lopen nog twee mannen: twee patrouillerende soldaten van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK). Vooral deze twee worden door de waarnemers in de gaten gehouden. De waarnemers op hun beurt worden in de rug bekeken vanaf de heuveltop, waar een Servische uitkijkpost is ingericht.

De waarnemers zijn nog een beetje onwennig. Zij zijn de allereerste lichting die in naam van de OVSE 'het veld' in is gestuurd, en de praktijk is toch iets anders dan de theorie die ze vier dagen lang hebben verwerkt in het trainingscentrum in het voormalige ski-oord Brezovica.

Op eenvoudige vragen hebben zij nog niet zo een-twee-drie een antwoord. 'Als ze gaan schieten? Ik weet niet wat ik dan doe. Ik denk zo ver mogelijk uit de buurt gaan en de zaak van veilige afstand bekijken', zegt een van hen.

Zij zijn twintig kilometer verderop gelegerd, in de stad Prizren, waar zojuist een plaatselijk hoofdkwartier van de OVSE is geopend. Vanuit Prizren bestrijken nu negentig, en binnenkort 180 waarnemers de gevoelige zuidoostelijke hoek van Kosovo, het deel dat grenst aan Macedonië en Albanië.

Binnenkort komt er net zo'n hoofdkwartier in het noorden, in Mitrovica. Over een maand, schat OVSE-woordvoerder Duncan Bullivant, zal de OVSE overal in Kosovo zitten. Tweeduizend waarnemers zullen dan vanuit de plaatselijke hoofdkwartieren uitzwermen over de provincie om 'waar te nemen', of beter: om te controleren of de Serviërs voldoen aan de eisen van de internationale gemeenschap, en of beide partijen zich houden aan het broze staakt-het-vuren.

Tweeduizend man om te tonen dat het menens is, zegt Bullivant. 'Het slagen van de operatie hangt niet echt af van het aantal waarnemers. Dat aantal is gewoon een sterke boodschap van de internationale gemeenschap. Een politieke boodschap.'

Het omvangrijke hoofdkwartier van de OVSE in Pristina, ondergebracht in een pompeus voormalig bankgebouw, is al 'functioneel'. Aan de deur staan bewakers die gasten uitsluitend een voor een binnenlaten - voor de veiligheid. 'Nieuwe regels', moppert een van de bewakers. 'Ik ben hier zaterdag begonnen, en elke dag krijgen we nieuwe veiligheidsregels.'

Het gedoe met regels zal hem overigens een zorg zijn. Met aan de deur staan bij de OVSE verdient hij veel beter dan de gemiddelde Kosovaar, en oneindig veel meer dan hij 's avonds kan verdienen als drummer - 'hardcore-hiphop, dat heeft geen toekomst in Pristina'. De deurwachter is een van de eerste gelukkigen die door de OVSE zijn uitgekozen voor een baantje. Hij behoort daarmee tot een nieuwe klasse die de komst van de OVSE, en van 48 andere westerse organisaties, inmiddels heeft gecreëerd.

Alleen de OVSE zal, schat Bullivant, eind januari 2500 mensen in dienst hebben. 'Iedere auto met waarnemers heeft een vertaler nodig en een chauffeur. Elk gebouw heeft bewakers nodig. En administratief personeel.'

Iedereen wil daartoe behoren, lijkt het wel. Vierenhalfduizend vooral jonge, goed opgeleide en Engelstalige Kosovaren hebben de afgelopen maand letterlijk in de rij gestaan voor werk bij de OVSE. Het doet er voor de meesten niet toe welk werk, als er maar dat OVSE-salaris aan vastzit van duizend Duitse mark per maand voor een chauffeur tot tweeduizend voor een vertaler; een fortuin in een regio waar een gemiddeld maandloon niet meer dan tweehonderd mark bedraagt.

Pristina lijkt nog voor de komst van de grote golf OVSE'ers overspoeld door buitenlanders. En lang niet iedereen is nog blij met al die vreemdelingen, die niet alleen de arbeidsmarkt, maar vooral ook de huizenmarkt in de war schoppen. Buitenlanders hebben de villawijk Dragodan al vrijwel volledig in handen.

Maar ook de rest van de stad heeft eronder te lijden. De huiseigenaren, die voor hun huis minimaal tweeduizend mark huur per maand ontvangen, zijn zelf verhuisd naar kleine goedkope flats in de stad, zodat ook daar nu de prijzen drastisch beginnen te stijgen, zegt een verslaggever van de krant Koha Ditore. 'De huren zijn soms verdubbeld. Zo proberen de eigenaren de mensen uit de flats te jagen, zodat ze die kunnen doorverhuren aan buitenlanders.'

De gemiddelde Kosovaar schiet daar niets mee op. Integendeel. Het zijn toch weer de goed opgeleiden en de mensen van Dragodan - toch ook al niet de armsten - die nu profiteren, zegt de verslaggever ietwat zuur. En de restaurants natuurlijk.

De waarnemers bij Opterusa doen intussen gewoon wat van hen wordt verwacht. Zij turen door hun verrekijker, wachten, en vertellen onderwijl van 'het incident' van de vorige dag. Een schietpartij tussen een grote Servische patrouille en een UCK-soldaat, een jongen van hoogstens negentien jaar. Niemand raakte gewond. Na wat heen-en-weergeschiet droop de politie af. 'Die jongen sprong overeind en stak triomfantelijk zijn vuist in de lucht. Hij was echt dapper', zegt de waarnemer bewonderend.

De patrouille zal passeren zonder dat er een schot wordt gelost, en de OVSE zal de aanwezigheid bij Opterusa later bestempelen als 'geslaagd'.

Meer over