Als was in de handen van Wibi, Wibi forever

Zijn eigen vleugel gaat mee naar elk concert. Sommige fans menen aan zijn spel te kunnen horen wat z'n lievelingskleur is....

Eén ding heeft hij gemeen met de invalide smartlappen-grossier Koos Alberts: achterna reizende adepten. Waar hij optreedt, ontwaart Wibi Soerjadi steeds meer vertrouwde gezichten. Het Borsato-effect zeg maar. De verzaligde blikken zijn niet gebonden aan leeftijdsgrens of sekse. Aandacht willen de bewonderaars. Aanraken ze willen ze hem. Ze willen met hem op de foto, ze willen met hem taartjes eten. En als het even kan nog meer. Ze kunnen hem wel opeten.

Die keer dat hij stond te signeren in de De Doelen, drong zich een jongeman met geweld uit de haag van groupies naar voren, duwde een dame opzij met de woorden: 'Schandalig. Ik mag eerst, ik ben naar al z'n concerten geweest, en voor u is het pas de eerste keer.' Hiërarchie moet er wezen. Wibi, Wibi forever. En Wibi geniet.

Hij is de Javaanse droomprins met de rappe goochelvingers die het gemoed doet smelten. Akkoordenvariaties als ingenieuze parelsnoeren zijn het patent waar een glimlach bij hoort. Het Soerjadi-patent. Zo'n combinatie doet geesten op hol slaan. Soerjadi speelt niet, hij vlindert.

Er zijn fans die aan zijn toucher kunnen horen wat zijn lievelingskleur is. Groen, het moet wel groen zijn! Dat kan gewoon niet anders, staat er dan in een brief die geen tegenspraak duldt. Maar als het antwoord op die fanmail niet bevestigend is, staat er een wereld op instorten. Blauw? Nee, dat klopt niet, dat kàn niet!

'Mensen hebben een bepaald beeld van je en zo moet je je kennelijk ook gedragen', weet Wibi Soerjadi inmiddels. 'Want anders komt er een moment dat ze geen fan meer van je kunnen zijn. Dan kom je nog met ze in de clinch ook.' Van liefdesbetuigingen hoort hij niet meer op; zijn twee man sterke secretariaat heeft de toon gevonden om er behoedzaam en toch niet al te obligaat mee om te springen. Er zijn brieven van volslagen onbekenden waarin de held 'zonder tegenbericht' verwacht wordt voor een dineetje daar en daar. Soms legt hij de allereerste brief van zo'n fan naast diens laatste: van Himmelhochjauchzend, zum Tode betrübt.

In een platenzaak wilde hij een Liszt-cd kopen in de vertolking van een bepaalde pianist. De verkoper ried hem die sterk af en viste een ander uit het rek. Soerjadi! 'Die heb ik al, zeg ik. Maar waarom vindt u die zo goed? Omdat hij het in een blad gelezen had. Dat vond ik flauw. Ik zeg: vindt u hem niet erg geconcentreerd? Hij blijft wel erg trekken op een noot. Door m'n specialistische vragen drong het na tien minuten hem door dat Soerjadi voor hem stond.'

Gierende lach, smorend in een sisje.

Nagenoeg elke zin uit zijn mond eindigt in schatersalvo, alsof hij zich op z'n 25ste een tikje geneert voor zijn Riesenerfolg dat er nu ook in Duitsland zit aan te komen. Pratend accellereert hij in galop, zoals hij moeiteloos Oranje boven en het Wilhelmus tegelijkertijd uit zijn Bösendorfer kan halen. En zijn vingertoppen er vandoor gaan met de Kerstparafrase. Het hoort bij hem, zoals de knuffel-leeuwtjes bij hem horen, zijn Snoopy, en zijn speelgoedpapegaaien.

Buiten staat z'n Jaguar met beijzelde ruiten. Over het plantsoentje van het Noordhollandse Abbekerk huppelt een piano-menuet van Paderewski. In zijn semi-bungalow maakt de Prince Charming van de concertvleugel zich zorgen over de krasjes op zijn glanzende instrument. Elke keer als zijn Bösie terugkeert van een transport, komt er een krasje of wat bij. De tol van de onafscheidelijkheid. Zonder zijn eigen vleugel (en zijn eigen kruk) geen Soerjadi op het podium. De heilige drie-eenheid.

Onder het zachtboardplafonnetje studeert hij. 's Nachts. Dan tikken de minuten traag weg, dan kan hij een hoop doen. 'Dan is het hier een spookhuis, met maar één lampje aan. Dan krijg ik dat zwevende gevoel. Als de postbode komt, worden je creativiteit en je fantasie eigenlijk al geremd.' Acrobatiek? Ach, je kunt virtuoos zijn in het pianissimo, het gemak van het uitvoeren, dat je niet meer hoort hoe moeilijk een stuk is. Illusionisme bijna, daarmee heeft goochelkoning Fred Kaps hem nog geïnspireerd.

Vele malen te klein voor het Concertgebouw is z'n kerstgala. Misschien zou hij er het Museumplein moeten bijtrekken. Vorig jaar nog een paar tientjes entree, hij weet het niet meer zo precies, nu kost een biljet 100 gulden. Dat de happening een week later in het Utrechts Muziekcentrum Vredenburg voor ¿ 37,50 is te beluisteren, kan hij zelf niet verklaren. Proestend: 'Het is dezelfde kwaliteit.' Met management bemoeit hij zich niet, hoor. Of een Soerjadi-gala over vijf jaar misschien al op 300 gulden komt? Dat houdt het management allemaal bij.

Behalve op toegiften (in De Doelen kwamen die hem op een boete te staan) tracteert de frêle klaviervirtuoos op een kerstverrassing. Vorig jaar was dat een toneelkijkertje made in Hongkong, voorzien van zwierige handtekening. Nee, het wordt geen T-shirt met de ster op z'n stralendst. Het wordt iets passenders. Hij moet weer denken aan de eerste keer dat hij als verdoofd naar een pianorecital luisterde, naast z'n ouders. Op zijn elfde betrad hij zelf het podium. Daar merkte hij dat hij voor publiek beter speelde dan thuis. Vier-VWO verruilde hij voor het conservatorium en nu, nu gaat Philips zijn cd's wereldwijd uitbrengen.

Geen masterclasses of koffieconcerten meer. Laat staan jeugdhonken en aanverwant gefröbel. Sinds zijn triomf als achttienjarige op het Liszt-concours lijkt de factor Soerjadi de allure van een Horowitz, een Rachmaninov en een Bolet beschoren. Soerjadi Concerts, waarin zijn blonde vriendin Marion Klijnsmit de scepter zwaait, stuurt ten overvloede persberichten de wereld in over de virtuositeit van het megatalent dat als zoon van een hoogleraar wiskundeen een sociologe ooit gegrepen werd door gamelanmuziek, de klanken van zijn voorvaderen. Nu kijgt hij kippevel van Heifetz.

'Bij Heifetz zeg je niet: wat knap, hij is er ver voorbij. Als ik hem hoor, krijg ik de kriebels om te spelen. Dat viool-gevoel, dat huilen van die tonen probeer ik ook uit de vleugel te krijgen.' Graag vertelt hij over zijn vriendschap met een tuinder die hij tot tranen toe wist te roeren met zijn spel. Die leerde hem dat goed gereedschap het halve werk is; dat je dank zij een scherp mes al je aandacht kunt richten op je stukje vlees. Handen zijn ook gereedschap. Met een verzekeringsmaatschappij wordt al onderhandeld. Oppassen met schermen, z'n hobby. Volgend jaar gaat hij Europa veroveren.

En wie weet Amerika.

'Als ik denk dat het routine wordt, stop ik ermee. Ik leef naar elk concert toe. Na het Liszt-concours nam ik alle concerten maar aan. Dat was veel te veel'. Lekker een maand studeren, naar concerten toeleven. Het zou leuk zijn als de mensen Soerjadi herkennen door z'n specifieke touch. Persoonlijkheid mist hij soms in de muziek, in het dagelijks leven. Auto's, huizen, mensen, alles lijkt toch steeds meer op elkaar?

Soms denkt hij dat leden van de gezinnetjes die hij zo om zich heen ziet onderling inwisselwaar zijn; compatible, als computers. 'Dan denk ik: mensen, mensen, probeer toch het unieke in jezelf te vinden. Ga lekker aan jezelf sleutelen. Ik heb er in ieder geval nog een mensenleven de tijd voor.'

Een slechte vader zou hij zijn, door al die uithuizigheid. Hooguit ontspant hij zich met het erfgoed van Walt Disney, daar is hij helemaal gek van. Alle videobanden heeft ie. Sneeuwwitje is z'n lievelingsfilm. In zo'n spookjeswereld kun je zelf helemaal verdwijnen. In tekenfilms gebeuren dingen die in de harde realiteit niet kunnen. Met muziek is dat voor hem eten en drinken. Trouwens, als hij de kans krijgt eet hij drie keer op een dag warm. Hij is geen broodeter. Geen orkestman ook. 'Ik wil het liefst het hele orkest in m'n eentje spelen.'

'Iemand die de marathon loopt, kan niet gaan oefenen door die marathon tevoren af te leggen. Dat geldt ook voor mij. Emoties die je tijdens het recital voelt kan je niet alvast klaarleggen, laat staan eerder beleven. Ik speel uit m'n hoofd, ik wil niet aan de toetsen denken. Die moeten als was in m'n handen zijn.' Aan pianisten als Pollini merkt hij dat ze perfect huiswerk afleveren op het podium. Maar wel 'in alle zalen hetzelfde'. Soerjadi wil meer. Soerjadi wil Soerjadi. 'Enthousiasme tot m'n dood toe.'

Kuchers krijgen hem niet klein. Bij de eerste aanslag van Skrjabin hoorde hij een kuch in de zaal, hij nam zijn hand terug. Toen begon hij overnieuw, niet fortissimo, maar sereen. Doodstil werd het. Hij doet het voor. Schatert. Een Chopin-nocturne parelt als kwikzilver uit zijn polsen. Magie als sprookje, of omgekeerd. Nu nog de trap van het Concertgebouw goed zien te nemen. Hij lacht er deze keer niet bij. 'Lastige trap, je moet nooit twee treden tegelijk doen. En oppassen voor de leuning, die is statisch.'

De wereld ligt aan zijn voeten. Ze zullen weer stampen en gillen. En thuis in Abbekerk wacht z'n Marion. Die pas slapen kan als ze hem hoort spelen, Wibi de tovenaar.

Concertgebouw Amsterdam, 26 december: Kerstgala van Wibi Soerjadi (uitverkocht). Muziekcentrum Vredenburg Utrecht, 29 december: Oudejaarsconcert met werken van Mendelssohn, Ravel, Skrjabin, Schubert en Liszt.

Meer over