Als Portugal zijn kansen grijpt, gloort herstel

Portugal kan best uit het dal klimmen, maar dan moet het wel zijn kansen grijpen. Commerciëler denken en verder om zich heen kijken, naar de andere kant van de Atlantische Oceaan vooral.

PORTO - De vergaderzalen van de hightechcampus in Maia, vlak bij de stad Porto, staan leeg; fonkelnieuwe laptops liggen zielloos op de tafels in de kale onverlichte ruimten. Muisstil is het in de wandelgangen van het net opgeleverde hoofdgebouw. Hoe anders was het geweest als Portugal vorig jaar niet in een recessie was terechtgekomen, mijmert Antonio Tavares, voorzitter van de campus, terwijl hij de moderne faciliteiten van het gebouw toont. 'Hier de fitnessruimte, de bank en de winkels. Daar het auditorium.'

Tecmaia, in het noorden van Portugal, is een van de jonge hightechcampussen die met subsidie van de Portugese overheid en de Europese Unie zijn opgericht om de innovatieve kracht van het land aan te zwengelen. Op het terrein is tussen de lommerrijke lanen een honderdtal hightechbedrijfjes gevestigd, vooral op het gebied van voeding, farmacie en ict. De meeste bedrijven zijn gericht op de export, zoals het Indiase bedrijf Wipro dat wereldwijd ict-toepassingen verkoopt aan winkelketens zoals van Ahold. In totaal werken er zo'n duizend mensen op en rond de campus.

Maar door de economische crisis is het beoogde vliegwieleffect voor de Portugese industrie uitgebleven. Veel veelbelovende start-ups wachten op investeerders die hun producten op de markt willen brengen. En die investeerders houden zich gedeisd, merkt Tavares. Het vertrouwen in Portugal is zoek - zowel politiek, economisch als fiscaal - en daarmee lijkt alles tot stilstand te komen. 'De dynamiek is weg. Je ziet het in de industrie, maar ook op straat', zegt hij terwijl hij door de verlaten straten van Porto rijdt.

Dinsdag zei de Portugese minister van Financiën Vitor Gaspar na besprekingen met het IMF en de Wereldbankdat het nog decennia gaat duren voordat Portugal zijn staatsschuld heeft teruggedrongen. De verwachting is dat de schuld volgend jaar piekt op 124 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ver boven de toegestane 60 procent.

Hand op de knip

Ondertussen hebben de Portugezen het zwaar te verduren. Volgende week woensdag ligt het land naar verwachting grotendeels plat als gevolg van grootschalige protestbijeenkomsten. Door de miljardenbezuinigingen op lonen, uitkeringen en sociale voorzieningen is de binnenlandse consumptie stilgevallen. Dit jaar krimpt de economie met 3 procent en ook volgend jaar is er nog geen groei te verwachten.

Zolang de Portugezen de hand op de knip houden, ligt de enige kans op herstel in de export. En dat is geen ijdele hoop. Ondanks de wereldwijde crisis groeit de Portugese export namelijk, vooral naar landen buiten de Europese Unie, met name China. 'De gunstige ontwikkeling van de handelsbalans - meer export en minder import - zorgt ervoor dat het nationaal inkomen niet verder daalt', stelt Maria de Lurdes Fonseca van de Portugese Kamer van Koophandel, tevreden vast. 'Nu valt te hopen dat de exportsector door de achterblijvende binnenlandse consumptie wordt geprikkeld tot diversificatie.'

De exportsector heeft immers dringend een oppepper nodig, zegt ook econoom Paulo Reis Mourao van de Minho Universiteit in Braga. Portugal is een grote exporteur van textiel, schoenen, auto's, elektronica en landbouwproducten als kurk en olijfolie. Maar de potentie wordt onvoldoende benut. 'We hebben in dit land vruchtbare grond voor alle soorten groenten en fruit. Er liggen alle kansen voor de visserij. Het is toch te gek voor woorden dat wij dan nog voedsel moeten importeren?'

Belangrijke drempel voor de grootschalige export van landbouwproducten is de grote geografische verscheidenheid van het land. Hier ligt dan ook een uitdaging voor de hightechindustrie in Portugal. Een sector als de landbouw schreeuwt om technologische vernieuwingen om de productie op te voeren en te optimaliseren. Hetzelfde geldt voor de textielsector, stelt Mourao. Portugal is de kledingfabriek van Europa, maar ondanks de relatief lage lonen - gemiddeld 800 euro per maand en een minimumloon van 485 euro - kan het land niet concurreren met India, China of Bangladesh. Portugal moet zich daarom richten op hoogwaardig textiel. 'De gehele industrie moet toegevoegde waarde creëren', zo luidt het advies van de Portugese economen.

Voormalige kolonieën

Portugal moet zich daarbij vooral richten op landen buiten de Europese Unie, zoals de voormalige koloniën Mozambique, Angola en Brazilië en de opkomende economieën in Azië en Afrika.

De export naar die landen groeide het afgelopen jaar het hardst. De ligging aan de rand van Europa met het vizier gericht op de overkant van de Atlantische Oceaan, en vlak bij de groeiende afzetmarkt in Afrika, maakt Portugal tot een ideale uitvalsbasis.

De toetreding van Portugal tot de Europese Unie in 1986 heeft het land geen windeieren gelegd. Met Europese subsidies zijn wegen, openbaar vervoer en andere infrastructuur aangelegd waardoor Portugal industrie kon opbouwen en de export van textiel en landbouwproducten verder kon ontwikkelen. Vooral het noorden van Portugal is tot bloei gekomen. Talloze internationale bedrijven, veelal in de elektronica- en autobranche, vestigden zich rondom de steden Porto en Braga.

In navolging hiervan kwamen ook steeds meer Portugese innovatieve bedrijven naar de regio, zoals die op de campus in Tecmaia. En Portugal investeerde fors in onderzoek en ontwikkeling, zoals afgesproken in de Lissabon-agenda. Onder de vorige socialistische regeringen van José Sócrates stegen de uitgaven aan r&d van 0,8 procent tot 1,6 procent van het bbp. Dat is weliswaar twee keer zoveel als in Griekenland maar nog ver onder het Europese gemiddelde van 2 procent.

De crisis heeft echter een abrupt eind gemaakt aan de investeringen. En dat bedreigt de exportkansen, stelt de Deutsche Bank in een recent rapport in opdracht van de EU. 'Hoewel Portugal de laatste tien jaar een geweldige groei heeft laten zien, vraagt de Europese Unie om meer inspanningen van de regering om zowel meer risicokapitaal als meer hightechondernemingen aan te trekken.' Vooral op het gebied van onderwijs faalt Portugal. Het bungelt in Europa onderaan de ranglijst. Slechts de helft van de jongeren tussen de 20 en 24 jaar heeft een diploma in het voortgezet onderwijs. Zelfs Griekenland haalt het Europese gemiddelde van 80 procent.

Desondanks is er veel potentie in Portugal, stelt de Deutsche Bank in hetzelfde rapport. Het aantal wetenschappelijke publicaties is relatief hoog, maar het aantal aangevraagde patenten laag. Het lukt de Portugezen onvoldoende om hun kracht om te zetten in commerciële successen. Maar dat kan snel veranderen, zo toont het International Iberian Nanotechnology Laboratory in Braga, dat is opgezet door de Spaanse en Portugese overheid met steun van de Europese Unie. De eerste start-ups in het eerder dit jaar opgeleverde instituut hebben al patent aangevraagd voor hun ontdekkingen, vertelt een trotse woordvoerster terwijl ze de splinternieuwe laboratoria toont.

Lokkertje in het immense ultramoderne witte gebouw, dat hoog boven de oude gebouwen op de campus van Minho Universiteit uittorent, is de geavanceerde microscopische apparatuur en testomgeving. Het pronkstuk, dat 2 miljoen dollar (1,5 miljoen euro) kost, staat in de grootste zogenoemde cleaningroom van Europa. Met 700 m2 is dit het ideale testlaboratorium voor uiteenlopende nanotechnologische uitvindingen. De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen vooral voor start-ups op het gebied van farmacie, klimaatbeheersing en voedselindustrie.

In de laboratoria is het aan het eind van de middag op deze druilerige herfstdag muisstil. De internationale groepjes onderzoekers en promovendi zitten geconcentreerd achter hun computers of microscopen te werken. Het instituut, biedt plaats aan zo'n 400 onderzoekers maar vooralsnog is het aantal blijven steken op 80 . 'Maar we liggen op schema', zegt de woordvoerster vol vertrouwen. 'De crisis is niet ons probleem, want wetenschap kent geen grenzen. Wel moeten we net als iedereen internationaal concurreren om gekwalificeerd personeel. Maar met het aangename vestigingsklimaat zoals wij dat hier kennen in het zonnige en relatief welvarende noorden van Portugal, komt dat vanzelf goed.'

Antoni Tavares voorzitter campus Tecmaia

Maria de Lurdes Fonseca Portugese Kamer van Koophandel

undefined

Meer over