'Als persiflage wel grappig' Haarscherp beeld van kafkaesk asielproces

Afgelopen week ging in Amsterdam Met Onbekende Bestemming in première, een toneelstuk over de bejegening van asielzoekers op Schiphol. Het stuk wist de recensent van de Volkskrant te overtuigen....

JEROEN TROMMELEN; MARIJN VAN DER JAGT

Met Onbekende Bestemming van K. Kanstadt, door De Factorij en Toneelgroep Amsterdam. Regie: Kees Hulst. Gezien: 13 maart, De Balie Amsterdam. Herhaling: t/m 29 maart. Gesprekken na afloop: 18, 20, 26 en 27 maart. Tournee.

Verschrikkelijk zelfingenomen is de ambtenaar van Aanmeldcentrum Schiphol die Hajo Bruins speelt. Hij kan alleen maar met een cynische grijns over asielzoekers praten. Bedriegers zijn het allemaal. Denken dat ze Jan en Alleman maar van alles kunnen wijsmaken. Nou, deze ambtenaar heeft ze allemaal door. Hij heeft niet voor niets zoveel jaar ervaring; noem hem een land van herkomst en hij kan feilloos vertellen of de desbetreffende asielzoeker liegt.

Een beetje overdreven zal het toch wel zijn, hoopt de naïeve toeschouwer. Nee, antwoordt het programmablaadje bij Met Onbekende Bestemming, waarin woorden staan als 'ooggetuigenverslagen' en 'gereconstrueerd'. De voorstelling geeft wel degelijk een waarachtig beeld van de misstanden die zich voordoen aan de poort van Fort Nederland. Daar speelt zich, in het diepste geheim, een selectieprocedure af die door de theatermakers 'kafkaësk' wordt genoemd. Bij twijfel over de vluchtelingenstatus van een asielzoeker moet een aanvraag binnen 24 uur worden afgehandeld. De beoordeling van deze probleemgevallen geschiedt dus onder enorme druk, en het toneelstuk van K. Kanstadt laat zien wat het resultaat is van die genadeloze haast.

Met Onbekende Bestemming is een reeks ontluisterende confrontaties tussen sprakeloze asielzoekers en stug doortypende ambtenaren, waarbij het verhaal van de asielzoeker steeds opnieuw wordt verstikt in een wurggreep van onoverzichtelijke procedurekwesties en onzorgvuldige vertalingen.

Dat kan het publiek in de zaal voor deze ene keer beoordelen. De asielzoekers op het toneel spreken namelijk vlekkeloos Nederlands, en toch gaan al hun woorden door de filter van een vertaler. Als het goed is, zouden wij alle teksten dus dubbel moeten horen, maar dat gebeurt in deze voorstelling geen enkele keer. Hoe goed de vertaler het ook bedoelt, zijn samenvattingen zijn tendentieus en vergroten steevast het onbegrip tussen asielzoeker en ambtenaar.

Om beurten spelen Hajo Bruins, Kees Hulst en Matthias Maat de drie rollen in dit kritische leerstuk. Je herkent de asielzoeker aan zijn ineengedoken houding, de ambtenaar aan zijn flair en de vertaler aan zijn gefronste gezicht.

Langzamerhand kruipt die rolwisseling het geraffineerd opgebouwde toneelstuk binnen. U deed hetzelfde werk als ik, constateert een ambtenaar bij een asielzoeker die in zijn vaderland opsporingswerk deed voor de overheid. De asielzoeker moet het maar eens voordoen, en zo verplaatst de zelfingenomen ambtenaar zich even in de positie van de machteloze. Nu begrijpt hij het tenminste, hoopt de naïeve toeschouwer. Maar wat de ambtenaar begrijpt, maakt hem woedend: de asielzoeker ontvluchtte het werk dat de Nederlandse poortwachter nog altijd doet.

Ook in de discussies die rondom deze voorstelling plaatsvinden, zijn de rollen omgedraaid: asielzoekers zullen betrokkenen uit de asielprocedure ondervragen. Dat geeft deze korte, haarscherpe voorstelling een bredere uitstraling. Maar het is nog veel te bescheiden voor dit belangrijke onderwerp, dat naïevelingen én VVD-stemmers naar het pluche van de schouwburg zou moeten trekken.

Marijn van der Jagt

Scène 1

Journalist meldt zich bij de portier van het aanmeldcentrum voor asielzoekers op Schiphol.

Portier: 'Heeft u identificatie? Wat is dit voor een kaart?'

Journalist: 'Een politieperskaart.'

Portier tot collega: 'Het is een PPK.'

Scène 2

Aan waarnemend hoofd van het aanmeldcentrum, Frank Hendriks, wordt op video een scène getoond uit Met Onbekende Bestemming. Als de video wordt stopgezet en hem om een reactie wordt gevraagd, glimlacht hij.

'Als persiflage is het wel grappig, maar met de werkelijkheid heeft het niets van doen. De manier waarop tolken en IND-ambtenaren zich gedragen, zou in werkelijkheid onaanvaardbaar zijn. Wij sturen onze medewerkers aan op kwaliteit. Met opleiding, coaching en sturing. Er is een onafhankelijke klachtencommissie voor het werk van de tolken.'

Journalist: 'Toch heeft de auteur hier bijna een jaar als vrijwilliger gewerkt.'

Hendriks: 'Het is een uitvergroting van wat hij kennelijk heeft geobserveerd. Maar ik vraag me af hoe hij tot die observatie is gekomen. Dit is niet geloofwaardig.'

Journalist: 'Hoe reageren uw mensen op het toneelstuk?'

Hendriks: 'De één vond het tenenkrommend. De ander zei dat hij het nogal grof vond.'

Scène 3

Binnen komt mr. Ruby Boesjes, asieladvocate en juridisch coördinator van de stichting Rechtsbijstand op het aanmeldcentrum.

Tot de IND-chef: 'Toch zet het stuk je aan het denken. Gaat het er hier wel altijd even zorgvuldig aan toe? Je ziet bijvoorbeeld dat een asielzoeker door een contactambtenaar alleen wordt gelaten met de tolk. Dat is absoluut no go! We weten dat tolken asielzoekers enorm onder druk kunnen zetten. Het is een signaal van wat zou kúnnen gebeuren.'

Journalist: 'Zijn er advocaten aanwezig bij de verhoren?'

Justitievoorlichtster Liesbeth Rensman: 'Géhoren. Het zijn gehoren.'

Boesjes: 'Nee, de rolverdeling is dat mensen van VluchtelingenWerk daar bij zitten. Dat is ook een kwestie van geld. De laatste tijd gaat dat trouwens niet zo goed. Ik schat dat bij 80 procent van de gehoren geen hulpverlener aanwezig is.'

Journalist: 'Bent u het vaak oneens met de conclusies van de IND-ambtenaar?'

Boesjes: 'Van de duizend zaken die we hier vorig jaar hadden, hebben we in 186 gevallen een 'zwaarwegend advies' gegeven. Dat zijn zaken die volgens de IND geen kans maken, maar volgens de advocaat niet moeten worden afgewezen. In slechts 27 gevallen is ons advies opgevolgd.'

Scène 4

In een verder lege kamer zitten de journalist en Bas Jansen, een IND-medewerker van het aanmeldcentrum die vrijwel dagelijks asielzoekers verhoort.

'Ik ga altijd naar toneel, dus wilde ik dit ook wel eens zien. Je kunt het vergelijken met de stukken van de Trust. Sommige collega's waren verontwaardigd. Ik niet. Het is toneel. Toen de lichten weer aangingen, was mijn eerste reactie: het is veel te kort. Ik had wat diepgang verwacht.'

Journalist: 'Voelde u zich niet geschoffeerd? U kreeg een lompe of racistische IND-functionaris te zien. Iemand die niet alleen wil weten hoe váák het meisje uit Sierra Leone is verkracht, maar ook hoe lang precies die verkrachtig heeft geduurd.'

Jansen: 'Dat ging over de grens. Als zoiets in een echt gehoor ter sprake komt, vragen we of de vrouw behoefte heeft aan een vrouwelijke functionaris of tolk. Het punt is: ik voel me absoluut niet aangesproken door het stuk. Ik herken mezelf niet, en ook mijn collega's niet. Als het echt zo zou gaan, zou ik hier niet werken.'

Journalist: 'Is alles dan verzonnen?'

Jansen: 'Het is een visie op de werkelijkheid. Net als tekstschrijver Christiaan Maat ben ik hier begonnen als vrijwilliger van VluchtelingenWerk. Je hebt dan een andere rol. Vijf jaar geleden zat er ook een ander type ambtenaar. Oud-politiemensen bijvoorbeeld, over wie het klachten regende, en terecht. En het stuk is gebaseerd op feiten. Er staat inderdaad een aanmeldcentrum op Schiphol. En er worden daar asielzoekers gehoord. Maar verder. . .'

Jeroen Trommelen

Meer over