'Als mijn ouders eerder waren gescheiden, zou er een kans geweest zijn op een nieuw, gelukklig leven'

Inge Peters Rit (25, verkoop- en service-adviseur bij een bank) zag al jong dat het huwelijk van haar ouders tot mislukken was gedoemd....

‘Over de echtscheiding van mijn ouders heb ik een duidelijke mening: ze hadden het tien jaar eerder moeten doen. Natuurlijk moet je eerst alles op alles zetten om eruit te halen wat erin zit, maar als dat echt niet lukt kun je beter uit elkaar gaan. Want dan kun je een nieuwe start maken en misschien weer gelukkig worden.

Vanaf mijn 10de begon ik te merken dat mijn vader en moeder niet gelukkig waren samen. Ze deden bijna nooit lief tegen elkaar, ze gaven elkaar zelden een kus. Wel waren er veel ruzies. Dan lag ik in bed, hoorde ik ze tegen elkaar tekeergaan en ging ik boven aan de trap staan luisteren, omdat ik dacht dat het over mij ging. Ik begon de veiligheid in huis te missen.

Met mijn oudere zus sprak ik er niet over, met vriendinnetjes op school ook niet. Bij mijn moeder probeerde ik het wel, maar als ik vroeg waarom ze zoveel ruzie maakten kwam er geen antwoord. Met mijn vader besprak ik niks; hij was een nuchtere Limburger die altijd aan het werk was in de agrarische sector. Vakanties schoten er vaak bij in. Toch denk ik niet dat het harde werken de oorzaak was van de verwijdering. Als de basis van een relatie goed is, maakt dat geen verschil.

Op een gegeven moment – ik had net mijn mavo-diploma gehaald – kwam mijn moeder erachter dat mijn vader iets met een andere vrouw had. Ik vond het pijnlijk, maar ik begreep het wel. Als je al tien jaar in een huwelijk zit dat niet goed is zoek je een uitweg en geef je je over aan iemand die niet gecompliceerd is en die veel te bieden heeft. Zo dacht de familie van mijn moeder er niet over: die wilde, in dat kleine dorp waar we woonden, geen contact meer met mijn vader.

Hij ging ergens anders wonen. Mijn zus was al naar Maastricht verhuisd, dus bleef ik achter bij mijn moeder. Er brak een mooie, intieme tijd aan. Mijn moeder en ik hadden het gezellig samen, konden goed praten, maakten, hand in hand, wandelingen door het bos. Maar ze bleef ook verdrietig. Bijna elke dag moest ze huilen. Ze was een beetje verbitterd, ze kon maar niet vooruitkijken. Op een dag heb ik gezegd dat we een nieuwe start moesten maken, en we besloten op zoek te gaan naar een nieuw huis, in de buurt van haar lievelingszus.

Zover kwam het niet. Doordeweeks was ik altijd bij mijn moeder, omdat ik het gevoel had dat ik voor haar moest zorgen. De weekends had ik nodig om op te laden, dan logeerde ik bij vrienden. Op een zaterdag belde mijn moeder me op in de kledingzaak waar ik toen werkte, om te vragen of ik ’s nachts toch thuis wilde komen slapen. Ik zei ‘nee’. Daar heb ik achteraf spijt van gehad: de dag erop werd ik gebeld dat mijn zusje haar thuis dood had aangetroffen, 49 jaar oud pas, overleden aan een hartstilstand. In een roes hebben mijn zus en ik samen de begrafenis georganiseerd. Mijn vader kwam ook op bezoek, maar pas wanneer de familie van mijn moeder er niet was. Tijdens de begrafenis zat hij niet naast ons. Hij zat achter in de kerk, uit het zicht van de familie. Zij hebben, vermoed ik, gedacht dat mijn moeder een hartstilstand kreeg omdat ze het verdriet niet heeft kunnen verwerken. Ook de dokter heeft gezegd dat mijn moeder een beetje op was van alle ellende – een stomme uitspraak, ja, dat had hij niet hoeven zeggen.

Nadat mijn moeder overleden was, woonde ik alleen in dat grote huis. Mijn vader kwam bij mij wonen, maar ik wist na korte tijd: als hij en ik samen blijven gaat onze relatie kapot. Ik ben uiteindelijk, via een vriendin, in Nijmegen terechtgekomen. Daar woon ik nu, naar volle tevredenheid. Soms verlang ik terug naar de tijd dat ik samen met mijn moeder woonde. Ik had haar toen voor mezelf, in alle rust, zonder ruzies.

Mijn vader bleef in het ouderlijk huis wonen, alleen. We hebben een hoop besproken, maar het verleden heb ik geprobeerd zoveel mogelijk te laten rusten. Het is goed zo, ik heb er vrede mee, het is mij gelukt te accepteren wat er gebeurd is.

Het gekke is dat mijn ouders uiteindelijk niet ofcieel gescheiden zijn. Ze hadden, doordat mijn moeder zo plotseling dood ging, nog niet getekend. Mij maakt dat niet uit, ze waren er toch al te laat mee. Als ze eerder waren gescheiden, was er een kans geweest op een nieuw, gelukkig leven.

Intussen is ook mijn vader overleden, december vorig jaar, aan de gevolgen van een ziekte. Hij was 53. Gelukkig hebben mijn zus en ik een ijzersterke band, waardoor we het verdriet kunnen delen. Door zijn dood, en door alles wat er is gebeurd, is het gevoel van intens genieten en maximaal leven alleen maar sterker geworden. Daar hoort ook het besef bij dat ik het anders ga doen dan mijn ouders. Te lang doorgaan, zogenaamd in het belang van de kinderen, en intussen veel ruzie maken, is erger dan op tijd stoppen en je kinderen de ruzies besparen.

En wat ik ook geleerd heb, door deze hele geschiedenis: dat mensen vaak maar één kant van het verhaal kennen. Mijn vader heeft tot zijn dood geen contact met de familie van mijn moeder gehad – zij zagen hem als een verrader, maar dat is onzin.

Ik maak niemand verwijten, ik begrijp alle partijen. Ik heb weleens het gevoel dat ik de enige ben die het overzicht heeft, en dit verhaal vertellen kan.’

Meer over