reportage

Als jonge starter domweg gelukkig in een minihuis – maar helpt het tegen de woningnood?

Het is dé trend in de strijd tegen de woningnood: tiny houses. Ze zijn goedkoop, energiezuinig én dus klein. De bewoners zijn blij dat ze onder de pannen zijn, maar bestuurders hadden liever ‘een echt nieuwbouwwijkje’ gezien.


Dylan Adelaar in zijn tiny house in Renesse.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Dylan Adelaar in zijn tiny house in Renesse.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Waar vroeger de cornervlag stond, daar wonen wij nu’, vertelt Dylan Adelaar (25) op de veranda van zijn tiny house in Renesse. Op het voormalige voetbalveld heeft woningcorporatie Zeeuwland eind vorig jaar 24 minihuisjes neergezet, in twee rijen tegenover elkaar: veertien voor starters en tien voor medewerkers van horeca- en andere toerismebedrijven in de Zeeuwse badplaats.

Dylan en zijn vriendin Nadine (23), toevallig ook nog eens fanatieke voetballers, zijn dolblij met hun huisje van 45 vierkante meter op het oude veld van FC de Westhoek. Alles zit erop en eraan: keukentje, badkamer, slaapkamer, zitje buiten, zonnepanelen op het dak. ‘Het is zo moeilijk om hier als starter op de woningmarkt iets te vinden’, zegt hij. ‘Dan was het weer te duur of was het ’t net niet, en toen kwam dit. Het is klein, maar betaalbaar: kale huur 530 euro. Een gouden oplossing, we hebben eindelijk een eigen plekje.’

Tiny houses als tijdelijke oplossing voor de woningnood, het is een trend die in steeds meer gemeenten van Nederland zichtbaar wordt. Een greep uit recente krantenberichten: Goes, Veere, Valkenswaard, Zaltbommel, Heumen, Dinkelland, Den Helder – overal worden plannen gesmeed of al uitgevoerd. In de Achterhoek heten ze ‘uuthuuskes’, voor jongeren die het ouderlijk huis willen ontvluchten.

Tegenover hen zit buurvrouw Ankie Flikweert (20) te chillen op de loungeset, genietend van het stralende weer, terwijl haar zwarte kat Elvis sprintjes trekt richting de groene struiken. ‘We noemen het altijd het vakantiepark’, zegt Ankie, die samenwoont met Noah (21). ‘Het geeft ook best een vakantiegevoel, zeker met dit weer. Het is groot genoeg, en goedkoop. Wij betalen 430 euro; hiervoor huurde ik een kamer in Goes, voor dezelfde prijs.’

In de winter was het wel ploeteren door de modder, erkent Dylan. Maar inmiddels is er enige bestrating aangelegd, en misschien komen er ook nog hagen tussen de huizen, voor meer privacy. ‘Ze noemen het daarom ook wel ‘het kamp’ of ‘zigeunerkamp’, lacht Dylan. ‘Jammer dat ze een paar maanden geleden de doelpalen hebben weggehaald – toen gingen we op het oude trainingsveld hiernaast nog weleens een balletje trappen.’

Tot voor kort waren de tiny houses vooral populair bij mensen die om ideologische en ecologische kleiner willen gaan wonen: een klein huis met weinig spullen verkleint je ‘ecologische voetafdruk’. Maar de laatste tijd zien veel bestuurders van gemeenten en corporaties de minihuisjes ook als panacee voor het nijpende tekort aan (betaalbare) woningen.

Bevolkingskrimp

‘Een echte oplossing is het natuurlijk niet’, erkent directeur Marco van der Wel van woningcorporatie Zeeuwland. ‘Maar in Zeeland wordt al jaren een bevolkingskrimp voorspeld, waardoor we in de meeste dorpen van de provincie geen nieuwbouw mogen plegen. Zomaar 24 nieuwe woningen bouwen in Renesse mag niet, maar 24 tijdelijke woningen neerzetten dus wel. We vinden dit een heel mooi project, maar het is wel uit nood geboren. We hadden hier ook liever definitieve huisvesting neergezet.’

De afspraak met de gemeente Schouwen-Duiveland is dat de tiny houses er maximaal vijftien jaar blijven staan. Daarna kan Zeeuwland ze eventueel verplaatsen naar een ander dorp, afhankelijk van de woningbehoefte. Maar zeg nooit nooit – de ervaring leert dat tijdelijke woningen in Nederland vaak voorgoed blijven staan. Dat gebeurde ook met veel tijdelijke woningen die na de Tweede Wereldoorlog her en der in Nederland zijn gebouwd.

Het tiny houses-dorp op een voormalig voetbalveld in Renesse biedt onderdak aan starters op de woningmarkt en personeel dat in de horeca en het toerisme werkt.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het tiny houses-dorp op een voormalig voetbalveld in Renesse biedt onderdak aan starters op de woningmarkt en personeel dat in de horeca en het toerisme werkt.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘We zullen zien’, aldus Van der Wel. ‘Ik heb in ieder geval moeten beloven dat ze over vijftien jaar worden weggehaald. Besef wel dat dit een relatief dure vorm van huisvesting is. Die tiny houses kosten per stuk ongeveer een ton. Dat verdien je nooit terug in vijftien jaar. Daarom willen we ze zeker nog een tweede periode van vijftien jaar doorverhuren.’

Hans Geurtsen, voorzitter van de dorpsraad, heeft eveneens gemengde gevoelens bij het nieuwe wijkje met tiny houses. ‘Ik ben natuurlijk hartstikke blij dat we zo jongeren kunnen huisvesten, op een mooie plek dicht bij het centrum en het strand. Dat is een prima zaak, want ik wil mijn dorp in stand houden’, zegt hij. ‘Maar het is eigenlijk een doekje voor het bloeden. Want de eerste groep mag maximaal vijf jaar huren, daarna staan ze weer buiten en wat dan? Ik had hier liever een echt nieuwbouwwijkje met betaalbare woningen gezien.’

Renesse telt slechts 1.500 inwoners. Maar in het hoogseizoen wordt het overspoeld met ruim 70 duizend toeristen uit binnen- en buitenland. ‘Hele wijken zijn dood, daar staan allemaal recreatiewoningen’, verzucht Geurtsen. Hij vindt het kwalijk dat het huisvestingsbeleid van gemeente en provincie helemaal gericht is op vergrijzing en een krimpend inwoneraantal. ‘Dat is ook een selffulfilling prophecy: als je niet meer bouwt, dan krijg je vanzelf krimp’, aldus de voorzitter van de dorpsraad. ‘Als we de voorzieningen in stand willen houden en de jeugd een kans willen geven, dan moeten er juist meer huizen worden bijgebouwd.’

Dylan Adelaar, ict-specialist bij een bedrijf in buurdorp Burgh-Haamstede, haalt zijn schouders op over dergelijke bespiegelingen. Hij is voorlopig dik tevreden met zijn nieuwe stulpje. De jonge inwoner van Renesse schenkt gastvrij een bak koffie op de veranda, snuift de zilte Zeeuwse lucht op en zegt: ‘Het is ook mooi meegenomen dat dit huisje bijna energieneutraal is. Dat houdt de kosten laag. Zo kunnen we na vijf jaar sparen misschien een groter huis huren of kopen.’

Meer over