'Als ik niet hier was, werkte ik nu voor mijn pooier'

Twaalf en gevallen voor de charmes van een pooier: meiden die het overkomt kunnen terecht bij Fier Fryslân, de enige specialist voor loverboyslachtoffers. De organisatie vreest over een jaar niet meer te bestaan.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER ELSBETH STOKER

LEEUWARDEN - 'Ik heb één keer aangifte tegen hem gedaan. Toen werd ik meteen gestraft. Ik heb een groepsverkrachting gehad.' Het is vrijdagmiddag en het weekend is begonnen voor de bewoners van Fier. Alice maakt zich in haar slaapkamer klaar voor een middagje winkelen. Terwijl ze haar geschiedenis vertelt, maakt ze zich op, kamt ze haar lange donkere haren en doet ze grote glinsterende oorbellen in. Klop, klop, klinkt het op haar slaapkamerdeur. Het is Destiny, het meisje met wie ze zo gaat winkelen. 'Mag ik je mascara even lenen?' Het 16-jarige meisje graait in haar toilettas. 'Deze?', vraagt ze.

Als Destiny is verdwenen met de mascara, hervat Alice waarmee ze bezig was. Aan de muren van haar kleine kamer hangen tekeningen en teksten: Ik geef niet op. Ik hoef niet bang te zijn. Ik doe iets. De woorden herinneren haar eraan wat ze moet doen als ze de moed verliest, als haar verleden haar te veel wordt. Want op haar 14de viel het onzekere, gepeste meisje voor de charmes van een mensenhandelaar, hij verkocht haar lijf aan zijn vrienden en strafte haar met een groepsverkrachting toen ze naar de politie stapte. Aan die straf hield ze een geslachtsziekte over.

Inmiddels voelt Alice zich een stuk sterker. Ruim een jaar woont ze in Leeuwarden, in het opvang- en behandelcentrum voor slachtoffers van geweld. Het pand heet de Veilige Veste, en oogt open en toegankelijk. Maar om de bewoners te beschermen tegen wraakzuchtige ex'en en mensenhandelaren zit er kogelvrij glas in de raamkozijnen en komen onwelkome bezoekers niet verder dan de receptie. Het politiebureau staat ernaast.

Alice woont in de jongste groep, samen met acht andere meiden tussen 12 en 16 jaar. Het zijn meisjes, zoals directeur Anke van Dijke het verwoordt, die op het eerste gezicht ogen als vrolijke, soms wat onzekere tieners. 'Maar van binnen hebben ze allemaal ernstige brandwonden die gespecialiseerde zorg vereisen.'

Hun meisjes worden bovendien steeds jonger, voegt teamleider Jan Dick Slop toe. 'Aan jonge meisjes kan een loverboy, in feite hetzelfde als een mensenhandelaar, veel verdienen. Als hij haar eenmaal in zijn macht heeft, kan hij haar jarenlang aan het werk houden.' Tenzij er wordt ingegrepen, zoals in het geval van Alice. Als deze Brabantse tiener niet in Fier was beland, 'werkte ik vandaag voor mijn pooier', vertelt ze.

Het is echter de vraag of deze zorginstelling volgend jaar nog bestaat. 'Daarmee kan ik leven als het een principieel besluit is', zegt mededirecteur Linda Terpstra. 'Als het kabinet zegt: we hebben instellingen zoals Fier niet meer nodig.' Reden voor haar zorgen: de decentralisatie van de zorg. Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor onder meer jeugdzorg en de jeugd-ggz. Het idee achter de veranderingen: hoe dichter bij huis de zorg wordt geregeld, hoe beter én goedkoper deze wordt. (zie kader)

Naar verwachting zullen gemeenten de zorg vooral inkopen in de eigen regio. Dat is funest voor landelijk opererende specialisten, zegt Kinderombudsman Marc Dullaert. 'Niemand twijfelt aan het nut van instellingen zoals Fier of de Hoenderloo Groep voor jongeren met complexe gedragsproblemen.'

Ook het kabinet niet. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) laat via een woordvoerder weten dat er 'extra aandacht' is voor instellingen zoals Fier. 'Er zijn afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zodat ze niet ondergesneeuwd raken.' Zo is afgesproken dat 2,2 procent van het budget gereserveerd wordt voor instellingen als Fier. Maar Terpstra heeft geen vertrouwen in deze woorden: 'Droom lekker door.'

Met de komst van het nieuwe financieringsstelsel dreigen instellingen zoals Fier tussen wal en schip te vallen, waarschuwt ook Dullaert. 'Er wordt nu te weinig zorg ingekocht. Straks moeten instellingen personeel ontslaan en hun deuren sluiten.'

Het gevolg, waarschuwt Terpstra, is dat meisjes zoals Alice - die soms verblind zijn door de aandacht van hun loverboy - dan naar een gesloten instelling moeten in de eigen regio. Daar zitten ze tussen de andere probleemkinderen - onder wie ook jongens. Een slecht idee, lijkt haar dat. 'In een ziekenhuis wil je geopereerd worden door een specialist, niet door iemand die eens in de drie jaar zo'n ingreep doet.'

undefined

Met de deuren gooien

Een paar uur eerder, op vrijdagochtend. Alice en haar groepsgenoten hebben zich verzameld rondom de trampoline. Destiny - de praatgrage Antilliaanse met adhd - vliegt door de lucht . 'Oh my god', roept ze uit. 'Dit is echt hoog. Oh my... oei. Oh oh.'

'Ben je gericht op het springen of ben je bezig met het feit dat we kijken en wat dat met je doet?', vraagt Corine Zijlstra-Maurits. Ze is psychomotorisch therapeut. Eens in de week geeft ze deze groep therapie. Tijdens het sporten hoopt ze de meisjes onder meer te leren hun onzekerheden te overwinnen. Het is een van de therapieën om de meisjes weerbaarder te maken.

Toen Destiny vorig jaar naar Fier kwam, was ze vaak driftig. Dan gooide ze met deuren, en begon het meisje - 'dat omging met te veel slechte jongens' - te schreeuwen. 'Ik heb geleerd met mijn emoties om te gaan', zegt ze. Als ze nu boos wordt, weet ze dat ze even moet wandelen om af te koelen.

Terwijl de meisjes om de beurten op de trampoline klimmen, komt Donna binnen. De 14-jarige kijkt chagrijnig. Ze heeft net met haar therapeut haar voortgang besproken. Vijf maanden geleden kwam ze naar Fier - nadat ze een etmaal vermist was geweest. In die uren is veel gebeurd, vertelt het meisje dat opgroeide in een probleemgezin. Vader was een gewelddadige alcoholist en haar buitenlandse moeder begreep amper de taal. Opeens was daar die jongen. Hij maakte contact via haar Facebookpagina. En ze werd meteen verliefd. Hij was 18 en zo knap dat iedereen keek als ze met hem over straat liep. Hij gaf haar een ring, dure spullen en sigaretten. 'Sigaretten vond ik heel belangrijk', vertelt ze lachend. Na een paar weken kreeg ze de vraag of ze naar een grote stad, elders in het land, wilde komen. Dus stapte ze op de trein. 'Hij zei toen: Als je niet gaat werken, steek ik een mes in de keel van je zusje.' En dus belandde ze in bed - met twaalf mannen in nog geen 24 uur. 'Ik kan niet geloven dat het er zoveel zijn geweest. Ik zou er 300 euro voor krijgen, maar dat geld heb ik nooit gehad.'

Terugkijkend realiseert ze zich wat hij 'haar heeft aangedaan. Hij heeft me heel klein gemaakt.' Het gaat beter met haar, vindt ze. 'Ik kleed me inmiddels netjes. En ik heb geen aandacht meer nodig van jongens. Daar ben ik trots op.' De jongens die ze soms tegenkomt buiten het hek van het opvangcentrum, negeert ze of scheldt ze uit. Sommige jongens proberen de meisjes in te palmen, omdat ze denken dat het makkelijke prooien zijn. 'Laatst stond mijn ex op de hoek te wachten. Ik ben als een Speedy Gonzales doorgelopen.'

Toch heeft ze vandaag, na het voortgangsgesprek met de therapeut, even geen zin in sport. De therapeut laat haar op de bank zitten. Een aanwezige groepsmentor gaat naast het meisje zitten.

undefined

Gemeente als geldschieter

Een bed in Fier kost 70- tot 90 duizend euro per jaar. Nu wordt de zorg gefinancierd uit verschillende potten: de WMO en de AWBZ nemen een deel voor hun rekening, net als de zorgverzekering en de rijksoverheid. Straks worden de gemeenten de geldschieters: iedere gemeente moet de zorg voor haar eigen burgers betalen. Voor een landelijk werkende instelling betekent dit dat zij met zo'n 400 gemeenten zaken moeten doen voor 18-plussers. Voor minderjarigen moeten deze instellingen aankloppen bij de 43 jeugdzorgregio's, samenwerkingsverbanden van gemeenten die samen jeugdzorg en jeugd-ggz inkopen.

'Wij willen contracten met ze afsluiten voor de financiering van bedden, maar elke gemeente of zorgregio doet het op haar eigen manier. De ene wil via een aanbesteding zorg inkopen, de ander wil het via een regionale zorgaanbieder laten lopen, weer een ander wil pas een zorgtraject inkopen als het nodig is', zegt Van Dijke. 'Dan zijn er nog gemeentes en regio's die zeggen: we doen geen zaken met kleine zorgaanbieders. Dat vinden ze te veel gedoe.'

Dat geluid hoort Kinderombudsman Dullaert ook bij anderen. 'Landelijke instellingen worden knettergek van alle gemeenten en jeugdzorgregio's waarmee ze zaken moeten doen. Naast onzekerheid over de vraag of er überhaupt zorg ingekocht gaat worden, betekent het nieuwe financieringssysteem voor hen een ondoenlijke leemlaag.'

De vraag wordt of meisjes uit bijvoorbeeld Maastricht of Amsterdam volgend jaar nog in deze gespecialiseerde opvang voor loverboyslachtoffers zitten, zegt Van Dijke. 'Maar je kunt die meisjes toch niet wegsturen?' Zo woont de Amsterdamse Chantal sinds een paar weken bij Fier. Waarschijnlijk moet ze nog negen tot elf maanden blijven. Het meisje heeft een hele trits instellingen en opvangplekken achter de rug. Op haar 2de werd ze uit huis geplaatst. Haar moeder was nog jong toen ze haar kreeg en 'die wilde vaak naar het café.' Inmiddels is ze 15 en oogt ze afwisselend als een boze puber met een intimiderende blik en een lief tienermeisje. Zodra iemand te lang naar haar kijkt, wordt ze kwaad. Dan gooit ze het liefst met kopjes. Een langduige blik doet haar denken aan de jongens die haar misbruikten. 'Die keken ook altijd lang naar me voordat ze begonnen. Dan vroeg zo'n jongen of ik mee wilde naar de bioscoop, maar voor die tijd moesten we nog even naar zijn huis. Daar waren dan een paar vrienden en werd de deur op slot gedraaid. Dan kun je moeilijk wegrennen.'

Het bevalt haar wel bij Fier. Komend jaar hoopt Chantal te leren 'nee' te zeggen, haar woede te beheersen en haar zelfvertrouwen op te vijzelen. Daarna hoopt ze op zichzelf te gaan wonen. 'Ik heb al best wat geleerd hier', zegt ze. 'Als ik vroeger kwaad werd omdat iemand te lang naar me keek, ging ik schoppen en met dingen smijten. Nu zeg ik: mag ik wat vragen. Waarom kijk je me zo aan?'

Het is hier in ieder geval beter dan de plekken waar ze hiervoor zat, vindt ze. 'Ik zat in een gesloten instelling met jongens. Dan voel je je echt niet veilig.' Hier, in haar kleine slaapkamer in Fier, voelt de 15-jarige zich wel veilig. In haar bed liggen een speen en knuffel Bully de Bulldog. De speen stopt ze 's avonds in haar mond en Bully - die ze kreeg op haar tweede verjaardag, de dag dat ze uit huis werd geplaatst - ligt naast haar. Zo valt ze in slaap.

De namen van de bewoners van Fier zijn gefingeerd.

undefined

GEMEENTE MOET GESPECIALISEERDE ZORG INKOPEN

Vanaf volgend jaar zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Zij moeten betere zorg bieden met uiteindelijk 15 procent minder budget. Dat is het idee. 'Er zijn veel incidenten geweest bij Jeugdzorg. Zo zijn er zaken geweest waarin vijftien hulpverleners betrokken waren bij één gezin', aldus een woordvoerder van staatssecretaris Martin van Rijn. De overheveling van zorgtaken moet leiden tot meer efficiëntie en moet een einde maken aan de veelgehoorde klacht dat hulpverleners langs elkaar heen werken. Daarnaast geeft de decentralisatie kansen aan nieuwkomers.

Wat koepelorganisatie VNG betreft is het lokale bestuur klaar voor deze ingrijpende verandering, maar uit een enquête die de Volkskrant in maart hield, blijkt dat veel gemeenten hieraan twijfelen. Zo liet de gemeente Appingedam weten dat het budget niet toereikend is om zware jeugdzorg in te kopen bij bijvoorbeeld Fier. Een gespecialiseerde plek kost al gauw 100 duizend euro per jaar. 'Stel dat je in een jaar drie plekken begroot en er komt een vierde kind bij dat zware hulp nodig heeft, dan zitten wij als kleine gemeente meteen met een strop', aldus wethouder Piet Manning (PvdA) destijds.

Appingedam probeert dit op te lossen door samen met andere gemeenten gespecialiseerde hulp in te kopen. 'Dat is nog een hele toer.' De gemeente Ommen doet dit al. Deze gemeente wil meer 'preventief' werken en minder geld besteden aan de gespecialiseerde opvanghuizen, 'want die kosten klauwen met geld', aldus de wethouder in maart.

De geplande veranderingen hebben nu al effect op de landelijk opererende specialisten. Erwin Duits, directeur van de Hoenderloo Groep, merkt net als Fier dat gemeenten terughoudend zijn om zorgtrajecten in te kopen. Zijn instelling biedt 24-uurszorg aan jongeren met complexe gedragsproblemen uit het hele land. 'Vooralsnog hebben wij alleen van de regio Amsterdam de garantie dat zij ook volgend jaar plekken bij ons inkopen. Rotterdam heeft een toezegging gedaan, maar die is nog niet contractueel vastgelegd. Tel ik dat op, dan zitten we nu op ongeveer 20 procent van de plaatsen die voor 2015 zijn ingekocht.' Dat is weinig: 'Om overeind te blijven, heb je toch 80 procent nodig.' Veel zorgen maakt hij zich echter nog niet. 'Ik heb goede hoop dat we eruit gaan komen.'

Wel vreest hij dat er grote ongelijkheid gaat ontstaan tussen gemeenten. 'Er zijn nu steden waar men zegt: kinderen mogen niet buiten onze regio worden opgevangen, dus wij kopen geen zorg in bij de Hoenderloo Groep. Andere gemeenten gaan daar veel soepeler mee om.' (Anneke Stoffelen, Elsbeth Stoker)

undefined

Meer over