‘Als ik mijn ouders nu zie, vind ik het bijzonder dat ze ooit getrouwd zijn geweest’

Manuel Kleijmeer (36, coach van studenten aan een businessschool) heeft veel vriendinnetjes gehad, en langer dan drie jaar duurde een relatie tot nog toe nooit....

‘Vier bruiloften heb ik meegemaakt, want nadat mijn vader en moeder waren gescheiden, zijn ze allebei nog twee keer getrouwd. Mijn moeder was, zeker bij haar derde huwelijk, een gelukkige bruid op een groot feest, waar ook mijn vader en zijn nieuwe vrouw waren. Mijn vader straalde tijdens zijn derde huwelijksfeest vooral uit dat hij er trots op was dat het uiteindelijk na een hoop omwegen toch nog allemaal goed gekomen was. Hun tweede huwelijk was voor allebei geen succes gebleken. Maar nu hebben ze beiden iemand gevonden met wie ze gelukkig zijn. Onderling is er ook weer contact. Dat vind ik prettig; het is toch mooi dat ze onlangs alle vier tegelijk aan het kraambed van mijn vriendin stonden, zonder onderhuidse spanningen.

Ik was 8 toen mijn ouders uit elkaar gingen. Het hing al een tijdje in de lucht. Er waren spanningen en ruzies, en die ontgingen mijn oudere zus en mij niet. Onze ouders legden ons ook steeds uit wat er aan de hand was. Als ik ze nu zie, vind ik het heel bijzonder dat ze ooit getrouwd zijn geweest: mijn moeder is creatiever en esoterischer dan mijn vader, die, hoewel hij klarinettist is geweest, veel meer down to earth is.

Het exacte moment dat de scheiding werd aangekondigd herinner ik me niet meer. Mijn vader verliet het huis omdat hij voor een andere vrouw koos. Later heeft hij gezegd dat zij niet de oorzaak was, maar de katalysator. Mijn moeder is zijn tweede vrouw altijd de schuld blijven geven van het stuklopen van hun huwelijk. Zij kreeg pas weer contact met mijn vader toen hij van zijn tweede vrouw gescheiden was.

Toen mijn vader het huis uit was, voelde ik me ellendig. Mijn moeder probeerde ons niet voortdurend te belasten met haar verdriet, maar ik merkte dat ze het zwaar had, dat haar gevoel van eigenwaarde een deuk had gekregen. Ik vroeg daar niets over. Ik ging het juist uit de weg door met vriendjes te gaan voetballen of bij hen te logeren – ik ben altijd eerder mijdend dan confronterend geweest. Maar het deed me wel wat dat zij, tot dan toe de stabiele factor, zomaar in huilen kon uitbarsten of uit pure onmacht een theepot kapotgooide.

Ik bleef bij mijn moeder wonen. Naar mijn vader ging ik wanneer ik zin had – er werd al snel afgezien van een krampachtige bezoekregeling. Mijn moeder kreeg een nieuwe man die boeiend en intelligent was, maar ook nogal een strenge klant. Hij had er redelijk de wind onder. Voor mij was dat wel goed; ik was vooral met mezelf bezig, zette me soms af tegen mijn moeder, hing veel op straat rond, was nauwelijks druk met school. Hij probeerde me meer in balans te brengen, en dat lukte omdat ik ontzag voor hem had. De periode erna, toen mijn moeder, inmiddels weer alleen, samen met mij in Deventer woonde, herinner ik me als een gelukkige. We gingen eerder als huisgenoten met elkaar om dan als moeder en zoon.

Met haar ben ik altijd in gesprek gebleven. Met mijn vader kwam dat pas veel later, toen ik inmiddels in Kaapstad woonde en werkte, en met hem twee weken lang in een Land Rover door Namibië trok. Hij zei toen dat hij me lang als het jongetje van 8 is blijven zien, het jongetje dat hij achterliet toen hij van mijn moeder scheidde. Hij was niet direct betrokken geweest bij de opvoeding. Hij had zich, vertelde hij, te weinig rekenschap gegeven van de ontwikkelingen die ik later had doorgemaakt. Dat veranderde pas toen ik in Utrecht ging studeren en hij me opzocht in het studentenhuis waar ik woonde.

Het is nogal opvallend, inderdaad, dat mijn ouders na een breuk steeds opnieuw voor de vorm van het huwelijk kozen. Mijn vaders tweede huwelijk was vooral ingegeven door fiscale overwegingen, maar met zijn derde heeft hij willen zeggen: ‘Ik weet zeker dat ik niet nóg een keer een vrouw ga verlaten, en dat wil ik bevestigen met een huwelijk.’

Zelf heb ik veel vriendinnetjes gehad. Een relatie duurde nooit lang. Drie jaar is tot nog toe mijn record. Ik weet niet of zich hier de invloed van de scheiding van mijn ouders wreekt, ik vind het te makkelijk om alles simpelweg terug te voeren op het verleden. Met Anja, mijn huidige vriendin, ben ik nu twee jaar samen en zij is, grappig genoeg, de ex van een van mijn beste vrienden. In het begin was dat wel even wennen, en er waren ook de nodige botsingen, maar nadat ze een reis met een vriendin naar Amerika had gemaakt, wisten we het zeker: we wilden met elkaar door.

We wonen nu samen, we hebben inmiddels een zoontje, Lars. Hij was er wat sneller dan we gepland hadden, maar dat maakt de blijdschap er niet minder om. We zijn bovendien al een eind in de 30, dus veel langer hadden we niet kunnen wachten. Anders dan mijn ouders zullen wij nooit trouwen. Anja en ik denken daar hetzelfde over. We kunnen ons niet voorstellen dat we elkaar ooit kwijt willen, maar tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat niemand kan voorspellen hoe we over tien jaar tegenover elkaar staan. Ach, een huwelijk is ook maar het etiket dat je er opplakt. De emotie zal er niet minder om zijn als je na een jarenlange relatie uiteindelijk besluit toch uit elkaar te gaan.’

Meer over