Column

'Als het om herdenken gaat, zwichten wij voor achteloosheid'

We hebben van de nood een deugd willen maken en noemen het gebruik van het Nationaal Monument in Amsterdam als hangplek gemakshalve een triomf van de vrijheid, schrijft Paul Brill. 'Maar hier regeert natuurlijk de achteloosheid.'

Het Nationaal Monument op de Dam. Beeld anp
Het Nationaal Monument op de Dam.Beeld anp

Het is de burgemeester van Hilversum dus niet gelukt: ondanks zijn dringende verzoek om tenminste een andere datum te kiezen, houden radicale moslims op 4 mei een herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de naqbah - de 'catastrofe' die in Palestijnse ogen is veroorzaakt door de stichting van de staat Israël (waarvan de datum overigens 15 mei is). Hun enige concessie is van tactische aard: de 'schaduw-Holocaustherdenking' zal niet plaatsvinden in de Al Amalmoskee, maar op een locatie die pas enkele uren tevoren zal worden bekendgemaakt, dit om te voorkomen dat de eigenaar tijdig door de gemeente onder druk kan worden gezet om het evenement af te blazen.

Eerlijk gezegd: dit is een provocatie die er al een tijd zit aan te komen en die mede is bevorderd door de verwatering van de Dodenherdenking op 4 mei. Met dank aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Want dat heeft in de loop der jaren het specifieke onheil van de Tweede Wereldoorlog zo naar achteren geschoven en het herdenkingsthema zo verbreed dat jan en alleman er een eigen invulling aan kunnen geven. Dan moet je niet vreemd opkijken dat op een gegeven moment het Palestijnse leed wordt geägendeerd.

Expliciete erkenning
Daarbij doet zich de curieuze paradox voor dat bepaalde moslimgroepen veel misbaar maken over de vermeende 'holocaust-industrie', terwijl in werkelijkheid de Joodse gemeenschap de grootste moeite heeft om op 4 mei tijdens de plechtigheid bij het Nationaal Monument expliciete erkenning te krijgen voor de Jodenvervolging als kernonderdeel van de Duitse bezetting. Na veel touwtrekken zal het Nationaal Comité 4 en 5 mei hopelijk in 2015 met zoveel woorden aangeven dat het bij uitstek Joden (en Sinti en Roma) waren die, zoals het nu bij de kranslegging omzwachteld heet, 'werden vervolgd en vermoord louter om wie ze waren'.

Ik ben ervan overtuigd dat het afgepaste herdenken op de Dam, waarbij het vaak om anonieme slachtoffers lijkt te gaan in plaats van om mensen met een gezicht en een unieke geschiedenis, ook in de hand wordt gewerkt door dat ellendige Nationaal Monument.

Herdenking op 4 mei op de Dam in Amsterdam, 2013. Beeld anp
Herdenking op 4 mei op de Dam in Amsterdam, 2013.Beeld anp

Melbourne
Drie weken geleden was ik in Melbourne. In het fraaie park achter het centraal station, waar verderop de botanische tuinen zijn gelegen, staat de Shrine of Remembrance. Een groots, prachtig monument voor de Australische militairen uit de provincie Victoria die zijn gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog. Dat is voor Australië waarlijk de Grote Oorlog, waarin meer militairen de dood hebben gevonden dan in 1940-'45: rond de 60 duizend op een totale bevolking van nog geen vijf miljoen. Later zijn er aparte gedenktekens bijgeplaatst voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en in naoorlogse buitenlandse conflicten.

In de crypte van het monument zijn de namen van alle gesneuvelde militairen te vinden, worden exposities gehouden en films vertoond. Het gehele complex heeft allure, er heerst een serene, respectvolle sfeer. Er wordt elk uur een plechtigheid van drie minuten gehouden, geleid door een oorlogsveteraan. Daarin wordt niet slechts het slachtofferschap herdacht, maar ook eer betoond aan de opofferingsgezindheid en moed van de gevallenen.

Pretpark
Ter vergelijking ging ik vorige week nog eens goed kijken bij het Nationaal Monument. Ik trof het niet, want de andere helft van de Dam was gevuld met de paaskermis, wat het monument helemaal degradeert tot de zittribune van een pretpark. Maar je weet dat het op gewone dagen niet veel beter is. We hebben van de nood een deugd willen maken en noemen het gebruik van het monument als hangplek gemakshalve een triomf van de vrijheid. Maar hier regeert natuurlijk de achteloosheid. Ik heb nog eens geprobeerd de tekst van Adriaan Roland Holst op het monument te lezen, maar dat is bijkans onmogelijk, en als je vervolgens het internet raadpleegt, word je er ook niet warmer van. Gekunstelde, hybride taal die totaal niet inspireert.

De achteloosheid komt ook tot uiting in het gebrek aan erkenning voor de opofferingen die Nederlandse militairen zich in latere missies hebben getroost. Neem Afghanistan, waar 25 Nederlanders zijn gesneuveld. Je kunt met terugwerkende kracht twijfels hebben over nut en noodzaak van die missie - en zeker over de voorstelling van zaken die aan het begin is gegeven (we zouden daar vooral gaan opbouwen). Maar Nederlandse militairen zijn uitgezonden om een zaak te dienen die door een ruime parlementaire meerderheid van essentieel belang werd geacht. Dan mogen de 25 mannen die daarvoor met hun leven hebben betaald, toch wel worden geëerd met een gedenkteken. Dichtregel niet vereist.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over