Als een vluchtige foto van Herman van Veen

Herman van Veen: Vijftig jaar onderweg. Nederland 1, 20.32 uur...

PATRICK VAN DEN HANENBERG

In de herfst van 1989 is Herman van Veen in Oost-Berlijn. Hij woont politieke vergaderingen bij en brengt nachten door in kerken, waar het verzet wordt gebundeld. Hij treedt op voor een zaal met duizenden mensen, honderden staan nog buiten. Nederlandse critici ergeren zich nog wel eens aan het wollige taalgebruik van de springerige bard. Nu zijn de vaagheden verdwenen. Hier staat geen zwever, maar een glasheldere cabaretier met een politieke boodschap.

Van Veen houdt het DDR-publiek voor dat hij het opdrachten kan laten uitvoeren. Hij zingt een ingewikkelde melodie. Men moet het nazingen. Onzeker gelach. Hij vraagt aandacht en medewerking. Men lach mat. Dan schreeuwt hij om stilte in de zaal en roept dat er ook andere middelen zijn. Het podium wordt donker, felle schijnwerpers worden op het publiek gericht en er klinkt een oorverdovend lawaai van machinegeweren. Niemand lacht.

Twee weken later valt De Muur. Meerdere jaren zal de Duitse geschiedenis, van oorlog via hereniging tot neo-nazisme de programma's van Van Veen in Duitsland beheersen. Het wordt hem niet door iedereen aldaar in dank afgenomen, maar hij is tenslotte niet voor niets in 1945 geboren.

Herman van Veen is nauwelijks in woorden te vangen, ook al is het door velen geprobeerd: cabaret-Cruijffie, de humoristische neef van Jacques Brel, a one man apocalypse, ein Eulenspiegel unsere Tage, begenadigd tovenaar.

Maar ook: het beste slaapmiddel sinds de uitvinding van valium, maanzieke dichter, Vader Cats der labiele pubers.

Als woorden niet toereikend zijn, dan maar met muziek en beelden. Ter gelegenheid van een halve eeuw Herman van Veen heeft de NCRV geprobeerd de cosmopolitische, maar nog altijd heel nadrukkelijk Utrechtse clown in vijftig minuten samen te vatten. Dat is een bijna onmogelijke opgave, maar het werkstuk van regisseur Aleid Smid had toch echt wel wat minder oppervlakkig gekund.

Het lijkt alsof men er een dertig jaar oude handleiding voor het maken van een biografische documentaire op na heeft geslagen. Laat de hoofdpersoon een beetje door de buurt van zijn kindertijd wandelen. Een praatje met de vioollerares. Een paar collega's erbij halen, zoals zijn levenslange begeleider Erik van der Wurff en filmactrice Monique van der Ven, en wat lovende woorden van groten der aarde zoals Peter Ustinov, prinses Irene en Shirley MacLaine. En natuurlijk de jarige die het geheel vanuit een schouwburgstoel aan elkaar praat.

Heel veel wordt aangestipt: Alfred Jodokus Kwak, de band met Wim Kan, zijn gevecht om in de Verenigde Staten aan de bak te komen, zijn bemoeienis met Unicef. Veel wijzer worden we er echter niet van. Niets over zijn belangrijke tekstleveranciers Rob Chrispijn en Willem Wilmink, niets over de gedenkwaardige voorstelling in Oost-Berlijn

Vijftig jaar onderweg levert niet meer dan een vluchtige foto op, een veel te simpel kiekje van de enige internationale ster die Nederland rijk is. Herman van Veen maakt echt veel minder braaf theater dan deze documentaire doet vermoeden.

Patrick van den Hanenberg

Meer over