Als een catamaran

Een beeldmerk wilde Utrecht. Een gezichtsbepalende brug die de overgang van het oude naar het nieuwe Utrecht zou markeren. En Utrecht kreeg wat het verlangde: Ben van Berkel ontwierp een enkelvoudige pyloonbrug....

Door Anne van Driel

Als een brug een gemoed heeft, dan is die van de Prins Clausbrug in Utrecht wisselvallig. Als de nieuwe brug van Ben van Berkel een humeur heeft, dan valt of staat dat met het weer.

Somber weer is het vandaag, en op zo'n dag zou de Prins Clausbrug het liefst willen verdwijnen. Onderduiken in zijn achtergrond. Dan verschiet zijn zachtblauwe gestalte in een donker grijs dat nauwelijks afsteekt tegen de grauwe hemel. Maar breekt later die dag de zon door, dan licht de Prins Clausbrug direct op. Staat-ie opeens stralend te pronken tegen een strakblauwe lucht.

'Het is grappig', zegt architect Ben van Berkel. 'Deze brug reageert zo sterk op reflectie, op veranderingen in het licht.' Veel sterker dan die andere brug die hij bouwde: de Erasmusbrug in Rotterdam. 'Dat komt door de kleur', meent Van Berkel. Lilablauw koos hij voor de Prins Clausbrug. 'Net een fractie paarser dan de Erasmus.'

'Dat lila pakt de donkere kant van het weer op', zegt Van Berkel. 'Maar het werkt ook net als het blauwsel dat men vroeger bij de was deed. Bij zonlicht oogt het juist witter dan wit.'

Over het Amsterdam-Rijnkanaal voert Van Berkels nieuwste brug. Van de oever waar de oude Utrechtse volkswijk Kanaleneiland eindigt, naar de oever van het vroegere Papendorp, het landelijke gebied waar langzaamaan een kantorenwijk verrijst, en de stadsuitbreiding Leidsche Rijn begint. Wie het weer meeheeft, ziet hem al van verre: de ranke pyloon, 92 meter hoog, die licht achterover lijkt te hellen. En het dunne wegdek dat, hondervijftig meter lang, met zo'n zelfde zachte glooiing over het water scheert.

Het is de derde brug van UN Studio, het Amsterdamse architectencollectief dat geleid wordt door Ben van Berkel en Caroline Bos. Voor Purmerend ontwierpen zij in 1995 een basculebrug (wipbrug); in 1996 kwam de Erasmusbrug gereed - 'de Zwaan' die met zijn dramatisch geknikte hals en uitwaaierende tuien al snel de icoon werd van Rotterdam. En krap een jaar later zond UN Studio een ontwerp in op de door de gemeente Utrecht uitgeschreven prijsvraag voor een brug over het Amsterdam-Rijnkanaal.

Een beeldmerk wilde Utrecht - net als de Maasstad. Een gezichtsbepalende brug die de overgang van het oude naar het nieuwe Utrecht zou markeren, net zoals de Erasmusbrug het Rotterdamse stadshart verbindt aan de nieuwe woningen en kantoren op de Kop van Zuid. En Utrecht kreeg wat het verlangde: Van Berkel ontwierp een enkelvoudige pyloonbrug. In blauw geverfd staal. Net als de Erasmusbrug.

Maar de Prins Clausbrug is geen patsertje geworden. Veel minder een kijk-mij-nu-eens-met-mijn-kop-in-de-wind dan zijn evenknie in Rotterdam. Terwijl de de kloeke pyloon van de Erasmusbrug zich aan de onderkant in tweeën splitst, als benen die zich schrap lijken te willen zetten, blijft de pyloon van de Prins Clausbrug een enkele, licht gebogen zuil. Eentje die gemoedelijk tegen de wind in leunt.

'Meer bescheiden' moest de Prins Clausbrug worden, zegt Van Berkel. 'Ingetogener qua signaal.' In de stedelijke omgeving van Rotterdam - dáár past een dramatisch gebaar. Rauw. Expressief. Zoals die stad is. 'Maar het Amsterdam-Rijnkanaal is een andere omgeving. Lieflijker. Meer landschappelijk. In de zomer nemen inwoners van Utrecht er hun tuinstoeltjes naar toe. Groeien de groene randen van het kanaal uit tot een soort strand.'

Van Berkel kent de buurt. Hij groeide op in Kanaleneiland, de wijk die midden jaren vijftig werd gebouwd naar een stedebouwkundig ontwerp van architect Rietveld ('Heel modernistisch, heel streng. Allemaal rechte, strenge stroken'). Het kanaal was toen nog smaller, herinnert Van Berkel zich. 'Ik heb er zelfs nog in gezwommen. Dan dook ik de boten achterna.'

Als een zeilboot, zo ontwierp Van Berkel zijn brug. Of beter misschien: als een catamaran. Want tussen de twee wegdelen van de brug (met elk twee rijstroken, één voor de bus, één voor auto's, en aan weerszijden twee brede uitkragende delen voor voetgangers en voor fietsers) loopt een vier meter brede spleet. Door die spleet kun je het water beneden je zien glinsteren. En door die spleet priemt de pyloon als een scheepsmast omhoog en omlaag.

Onder de brug loopt de pyloon naar twee zijden schuin uit. Omhoog, terug naar het wegdek. Als een soort anker dat de brug ondersteunt en rust op het landhoofd van Papendorp. 'We wilden de pyloon expliciet aan die zijde', zegt Van Berkel. 'Zodat je vanaf Kanaleneiland naar dat object loopt, het nieuwe Utrecht echt tegemoet gaat.'

Die pyloon richt zich boven de brug tientallen meters hoog op. Een abstracte sculptuur is het, die zich in het midden versmalt om dan langzaam weer uit te lopen naar de kop - 'bijna als twee theelepels die zijn samengesmolten', zegt Van Berkel. In die kop zijn de tuien van de brug verankerd. Niet symmetrisch zoals bij de Erasmusbrug. Niet netjes op een rij. Bij de Prins Clausbrug draaien de tuien om de ronding van de pyloon heen.

'Bij de Erasmusbrug ontstaat door de aanhechting van de tuien bijna een kathedraal-achtig effect', zegt Van Berkel. Wie de poten van de pyloon doorgaat, wordt - links, rechts en boven - omvat door een driehoek van parallel gespannen kabels. 'Bij de Prins Clausbrug wilden we meerdere ruimtes maken, om de pyloon heen.' Daarom lopen de tuien niet door tot de uiterste randen van de brug, maar zijn hun uiteinden tussen het fiets- en voetgangersplateau en de autorijstrook bevestigd. Loop je langs de stalen kabels heen, dan geeft dat een moiré-effect. Ga je (over de autoweg) onder de tuien door, dan ontstaat weer een heel andere ervaring.

Het sterkst is die wanneer je uit de richting van Papendorp komt, het hoofd in de nek gooit en omhoog tuurt. Vanaf daaraf bezien, wordt de kop van de pyloon omgeven door een stralenkrans van tuien. Die lijken zoveel kracht uit te oefenen, dat ze de pyloon elk moment uiteen lijken te kunnen rukken. Dat gevoel van fragiliteit wordt nog eens versterkt door de vorm van de pyloon. Die helt een beetje over, en oogt vanaf hier zo licht, zo iel (halverwege is hij slechts tweeëneenhalve meter breed, bij een hoogte van 92 meter) dat je je afvraagt hoe hij in balans blijft.

Vanaf de kant van Kanaleneiland daarentegen oogt de pyloon juist weer stevig, robuust. Dat komt doordat de zuil in doorsnede steeds van vorm verandert - aan de voet begint hij als een vierkant, in de top eindigt hij als een ovaal. En doordat ook het silhouet aan verschillende kanten verschilt: aan de Papendorpzijde zijn de hoeken van de pyloon afgeslepen, zodat hij slanker oogt. Aan de kant van Kanaleneiland zijn die hoeken behouden, en straalt de pyloon meer kracht uit.

Lichtheid, transparantie - daar ging het hem, zegt Van Berkel, voornamelijk om. 'Niet zoals sommige architecten doen, door lichte materialen in te zetten. Maar door te spelen met het gewicht van lichtheid, en met spanningsvelden.' Hij heeft geprobeerd dat spel zo ver mogelijk door te voeren. Niet alleen in de pyloon, maar ook in het wegdek, middels de vier meter brede middenspleet of het stalen hekwerk, dat aan het begin van de brug ondoorzichtig is, dan transparanter wordt en zich op het eind weer verdicht.

Maar ook onder de brug, zegt Van Berkel. 'Daar loopt aan beide kanten van het kanaal een heel mooi fietspad.' Om die reden maakte hij onder de beide bruggenhoofden een glooiende wand die uitloopt in het brugdek. Van blauw staalplaat dat zal worden aangelicht. Van Berkel: 'Want je wil de onderkant van een brug toch iets meer meegeven dan de onderkant van een brug.'

Het bleek allemaal mogelijk, zegt Van Berkel, voor 'een scherp budget': 24,5 miljoen euro. 'Dat is een standaard bedrag voor een rechttoe rechtaan brug', zegt de projectleider van de gemeente Utrecht, 'maar heel weinig voor een architectonische brug.' Bij het ontwerp waren behalve UN Studio vanaf het allereerste begin ook het Nederlandse ingenieursbureau DHV en het Britse staalconstructiebedrijf Halcrow betrokken.

'Ik hoop', zegt van Berkel, 'dat er iets in de vormentaal van de brug is ontstaan dat meerdere lezingen genereert, dat meerdere interpretaties mogelijk maakt van wat je ziet. Dat vind ik nodig ook. Zeker met dit soort grote publieke werken. Ik bedoel, er gaan straks 13 duizend mensen per etmaal over die brug heen. Bruggen hebben een enorme publieke impact.

'Architecten praten daar eigenlijk nauwelijks over, maar er gaat toch een emotionele werking uit van een brug. Architectuur moet daarmee omgaan. Daar zijn we verantwoordelijk voor.'

Meer over