Nieuws

Als de overheid betaalt, willen bedrijven best kerncentrales bouwen

In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, bestaat er in het bedrijfsleven toch voorzichtige interesse in de bouw van kerncentrales in Nederland. De overheid moet dan wel bereid zijn het grootste deel van de financiële risico’s te dragen.

De Kerncentrale Borssele bij de gelijknamige plaats in Zeeland. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De Kerncentrale Borssele bij de gelijknamige plaats in Zeeland.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Een Kamermeerderheid vindt al enige tijd dat kernenergie als onderdeel van het nationale klimaatbeleid een serieuze kans moet krijgen. In september 2020 vroeg toenmalig VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff het kabinet deze optie nader te onderzoeken. Dijkhoffs motie werd gesteund door de complete rechtervleugel van het Kamergebouw (VVD, CDA, PVV, Forum voor Democratie, SGP en de eenmansfracties Van Haga en Krol). D66, ooit een verklaard tegenstander, zit op het vinkentouw en wijst kernenergie niet langer categorisch af.

De voorstanders van kernenergie vinden deze vorm van CO2-vrije elektriciteitsopwekking aantrekkelijk, omdat de industrie en huizenbezitters dan minder klimaatoffers hoeven te brengen. Het nationale energieverbruik hoeft minder omlaag als de benodigde energie geproduceerd kan worden zonder (of met verwaarloosbare) broeikasgasuitstoot. Een ander voordeel van kerncentrales is dat zij garant staan voor een stabiele elektriciteitsproductie, terwijl de opbrengst van wind- en zonne-energie fluctueert met de weersomstandigheden.

Het is de politiek daarnaast niet ontgaan dat er onder de bevolking steeds meer weerstand ontstaat tegen grote aantallen windturbines en zonneweiden op land. Als Nederland de gestelde klimaatdoelen wil halen door hoofdzakelijk op zonne- en windenergie over te schakelen, zijn die grote aantallen echter wel nodig. Zeker nu het verstoken van biomassa in energiecentrales niet langer als duurzaam wordt beschouwd, zelfs door de VVD niet.

Interesse afhankelijk van overheidssteun

Staatssecretaris Dilan Yeşilgöz van Economische Zaken (VVD) stuurde deze week de resultaten van het door Dijkhoff gevraagde marktonderzoek naar de Kamer. KPMG turfde de belangstelling voor het bouwen en beheren van een Nederlandse kerncentrale onder bouwbedrijven, leveranciers van kerntechnologie, potentiële exploitanten en investeerders. De slotsom is dat die interesse zeer afhankelijk is van overheidssteun.

De investeringsrisico’s zijn op dit moment zo hoog, dat de Nederlandse regering het grootste deel van de bouw zal moeten financieren om een nieuwe kerncentrale van de grond te krijgen. Daarnaast zal de overheid ook het leeuwendeel van de exploitatierisico’s op zich moeten nemen, schrijft KPMG.

Of dat een aantrekkelijke propositie is, zal het volgende kabinet moeten beslissen. Dat zal de vermoedelijk hogere kosten van kernenergie en het afvalprobleem moeten afwegen tegen de eerdergenoemde voordelen van nucleaire elektriciteitsopwekking. Yeşilgöz vindt de resultaten van het KPMG-onderzoek bemoedigend genoeg om alvast een vervolgonderzoek te gelasten. Die ‘scenariostudie’ moet de mogelijke wegen schetsen naar de bouw van een of meerdere kernreactoren in de periode 2030-2050.

CO2-reductie na 2030

Het duurt elf tot vijftien jaar om een nieuwe kernreactor in Nederland neer te zetten, denkt KPMG. Kernenergie kan daarom niet bijdragen aan de klimaatdoelen voor 2030, iets wat de Tweede Kamer al wist. Bij de verdere CO2-reductie in de periode daarna zou kernenergie wel een belangrijke rol kunnen spelen. De bouwkosten van een grote, moderne kerncentrale met een vermogen van 1.200 tot 1.500 megawatt bedragen circa 7- tot 13 miljard euro. Ter vergelijking: de kerncentrale in Borssele (in bedrijf sinds 1973) heeft een vermogen van 485 megawatt. Als mogelijke locatie voor de nieuwe kerncentrale(s) noemt KPMG Borssele, de Maasvlakte en West-Brabant (Moerdijk).

Een Kamermeerderheid wil de levensduur van de bestaande centrale in Borssele verder oprekken. De Zeeuwse kerncentrale zou in eerste instantie in 2004 sluiten, maar heeft al respijt gekregen tot 2033. Yeşilgöz laat onderzoeken wat ervoor nodig is om het oudje nog wat langer in leven te houden.

Meer over