ReportageHoe het is om coronapatiënt te zijn

Als coronapatiënt zie ik hoe weinig slagkracht de GGD heeft

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Minister De Jonge wil quarantaine verplichten als iemand in een contactonderzoek naar voren komt. Hoe moeizaam zo’n onderzoek zonder die verplichting al verloopt, heeft Volkskrant-redacteur Marjolein van de Water zelf ervaren toen zij positief testte.

‘Mijn moeder heeft verhoging.’ Louis kijkt me aan, kaken op elkaar geklemd. ‘Shit’, zeg ik. ‘Gaat ze een test doen?’ Hij knikt en ijsbeert door de woonkamer. ‘Het zal toch niet zo zijn dat ik mijn 80-jarige moeder heb besmet?’ Dan, met woede in zijn stem: ‘Omdat ik zo nodig naar de kroeg moest.’

Vier dagen eerder, op zaterdag 1 augustus, bel ik de GGD voor een coronatest. Het is druk, pas na 40 minuten wordt er opgenomen. ‘Heb je symptomen?’ De vrouw die me te woord staat, klinkt uitgeput. ‘Keel- en hoofdpijn, en ik hoest een beetje’, antwoord ik. ‘En een kennis met wie ik onlangs contact heb gehad, heeft vandaag gehoord dat hij positief is getest.’

De vrouw verbindt me door. ‘Welkom bij GGD Amsterdam’, klinkt een bandje. ‘Als de wachttijd erg lang is, raden we u aan op een later moment terug te bellen.’ Twintig minuten later blijk ik te zijn doorverbonden met de afdeling bron- en contactonderzoek. Ik vertel dat ik de zaterdag ervoor met Louis en zijn beste vriend Pieter in een café ben geweest, dat we woensdag alledrie symptomen kregen en dat Pieter nu positief is getest. ‘Ik denk dat we in die kroeg zijn besmet.’

Voor het gemak noem ik Louis ‘mijn vriend’, dan snapt de GGD-dame in ieder geval meteen dat het hier niet gaat om zomaar contact, maar om zeer nauw contact. ‘Weet u het BSN-nummer van uw vriend?’, vraagt ze. Ik zwijg. ‘Zijn geboortedatum dan?’ Ik begin te stamelen. De vrouw zegt even niks. Ik stel me voor hoe ze met haar ogen rolt en zich afvraagt waarom ze idioten als ik te woord moet staan. ‘U weet het niet?’

Oude normaal

Ik zou haar kunnen vertellen dat Louis en ik elkaar pas in juni hebben ontmoet. De horeca was net weer open, de eerste coronagolf lag achter ons, de zomer lonkte. We dronken wijn, kusten, en wentelden ons in de illusie dat het oude normaal nog ergens rondwaarde. ‘Hij is niet echt mijn vriend’, mompel ik in plaats daarvan. ‘Ik bedoel, we scharrelen nog.’ De GGD-dame lacht en maakt een testafspraak voor de volgende ochtend.

Diezelfde zaterdag krijg ik een appje van een vriend met wie ik vijf dagen eerder in een restaurant heb gegeten. ‘Ik heb corona’, schrijft hij. ‘Mag ik je naam aan de GGD doorgeven voor contactonderzoek?’ Ik haal me ons etentje voor de geest. Het tafeltje was best breed, we hebben elkaar niet aangeraakt. Maar misschien zijn we tijdens het gesprek wat te dicht naar elkaar toegebogen?

Ik app terug dat de kans groot is dat ik hem heb aangestoken. Inmiddels heb ik begrepen dat patiënten twee dagen voordat verschijnselen optreden al besmettelijk zijn. Aangezien mijn testresultaat er op z’n vroegst over 48 uur is, en het contactonderzoek van de GGD dan nog moet beginnen, besluit ik zelf vast iedereen te waarschuwen. ‘Bezoek even geen kwetsbare mensen’, app ik. ‘Laat je testen als je verschijnselen krijgt.’ Ik licht ook de hoofdredactie van de Volkskrant in.

Zelf patiënt

Als chef van de buitenlandredactie houd ik me al een half jaar intensief bezig met het coronavirus. In de redactievergaderingen bespreken we dagelijks het beleid, de kibbelende wetenschappers en de angst en onrust die de pandemie wereldwijd teweegbrengt. De laatste weken is de aandacht verschoven naar de brandhaarden die GGD’s overal moeten opsporen en uittrappen.

Vanwege privacygevoeligheid lukte het ons niet het verhaal achter zo’n ‘cluster’ te vertellen. Nu ik zelf patiënt ben geworden, biedt dat de kans om nauwgezet de sociale dilemma’s in beeld te brengen die een besmetting met zich meebrengt. Voor mij, maar ook voor veel mensen in mijn omgeving. Het blijkt confronterend.

Ik ondervind bovendien aan den lijve hoe het bron- en contactonderzoek van de GGD verloopt, de belangrijkste pijler onder het Nederlandse coronabeleid. Het valt me vooral op hoe weinig slagkracht de GGD heeft, en hoe afhankelijk hij is van de bereidheid van betrokkenen om mee te werken. Want zoals Rutte vorige week zei: ‘We hebben geen dictatuur waarin ik politie bij de voordeur ga zetten.’ Vandaag debatteert de Kamer over de vraag hoe we in deze ‘volwassen democratie’ toch het aantal besmettingen onder controle kunnen houden.

Dat vraag ik me inmiddels ook af.

‘Ik wil niet dat je mijn naam doorgeeft’

Want als ik mijn contacten op de hoogte breng van mijn mogelijke besmetting, zijn de reacties nogal wisselend. ‘Het virus is toch al overal’, aldus een vriendin die de dag voor ik symptomen kreeg bij me thuis is geweest. Ze wantrouwt het regeringsbeleid en stuurde me al eens een filmpje van viruswaanzin.nl. Ik probeer haar ervan te overtuigen in ieder geval afstand te bewaren, niet te gaan werken en mensen in haar directe omgeving te laten weten dat ze mogelijk is besmet. ‘Ik zal erover nadenken’, zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat je mijn naam aan de GGD doorgeeft.’

Een tweede vriendin is er juist heilig van overtuigd dat ze door mij is besmet, heeft zich direct in huis opgesloten en weigert zelfs haar vriend toegang. Weer drie anderen, met wie ik een paar uur in een park heb doorgebracht, blijven terrassen bezoeken: ‘We wachten eerst jouw testresultaat wel even af.’ Een van hen wil bovendien niet dat ik haar naam bij de GGD noem. Ze is bang dat de vader van haar kind, met wie ze een moeizame relatie heeft, er lucht van krijgt.

Ik word me er pijnlijk van bewust dat ik de verdere verspreiding van het virus slechts mondjesmaat kan voorkomen. Ieder individu maakt eigen afwegingen, berekent risico’s en bepaalt vervolgens of het voor hem of haar sociaal en economisch haalbaar is om preventief in quarantaine te gaan. Ik kan me daar alleen maar bij neerleggen. We leven in een vrij land. Gelukkig.

Zondagochtend fiets ik door een nog slapend Amsterdam naar de teststraat in de RAI en onderga gedwee de met wattenstaaf uitgevoerde orale en nasale penetratie. Terug thuis lig ik met een boek in mijn hangmat, als ik ineens besef dat ik een zintuig mis. Ik ruik aan een rozemarijnplant, dan aan een stuk zeep, vervolgens open ik de koelkast, eet een aardbei en bel Louis. ‘Ik ruik en proef niks meer’, zeg ik. ‘Ik ook niet’, antwoordt hij. ‘We zijn besmet’, concludeer ik.

Louis wacht al ruim 48 uur op de uitslag van zijn test, de GGD heeft de zelf opgelegde deadline niet gehaald. Aan het eind van de middag krijgt hij ze te pakken, zijn test blijkt inderdaad positief, maar ze kunnen hem nu niet te woord staan. Morgenochtend wordt hij teruggebeld, beloven ze. Negen dagen nadat hij vermoedelijk besmet is geraakt.

Hoofd vol watten

Maandag word ik wakker met een hoofd vol watten. Ik probeer te werken, vanuit huis, maar moet tijdens de onlineredactievergadering overgeven. De thermometer geeft 38,3 graden aan, voor het eerst maak ik me zorgen. Ik ben 41 jaar oud, ben voor zover ik weet gezond en heb een goede conditie. Maar nu ik dit onbekende virus door mijn lichaam voel razen, kan ik me ineens heel goed voorstellen hoe beangstigend dit moet zijn voor ouderen, of mensen met een kwetsbare gezondheid.

‘Zullen we samen in quarantaine gaan?’, vraag ik Louis. ‘Als een van ons dan ademnood krijgt, is er in ieder geval iemand in de buurt.’ Na het telefoontje van de GGD maandagmiddag (‘u bent positief getest, we bellen u morgen voor het bron- en contactonderzoek’) fiets ik naar hem toe, zorgvuldig afstand houdend van alles en iedereen.

Ik krijg een mailtje van de GGD met daarin pdf-documenten voor mij en mijn omgeving. In de brief voor ‘nauwe contacten’ staat dat ze veertien dagen in quarantaine moeten, de minder nauwe contacten hoeven zich alleen aan de gebruikelijke coronaregels te houden. ‘Laat je bij symptomen direct testen’, staat erin. Om vervolgens minstens drie dagen te moeten wachten tot het contactonderzoek begint, denk ik er achteraan. Het beleid komt me steeds vreemder voor. Waarom duurt alles zo lang?

Langer dan een kwartier

Die nacht heb ik koortsdromen. Ik zie het virus zich als een monster over de wereld verspreiden, met glibberige tentakels als in een slechte horrorfilm. De vloeibare beelden mengen zich met de verhalen die ik in de krant heb gezet. Doden, massagraven, uitgeputte zorgmedewerkers, chloroquine slikkende staatshoofden, lockdownrepressie. Dat alles vormt een giftige bal in mijn lichaam en voert oorlog met mijn immuunsysteem.

’s Ochtends ga ik in de zon zitten. Louis perst een sapje met gember, ik kijk naar de langsrijdende trams, een toeterende auto, vaders met bakfietsen vol kinderen. De GGD belt, ik geef namen, nummers en mailadressen van mensen met wie ik langer dan een kwartier op minder dan anderhalve meter ben geweest. Alle anderen zijn niet relevant voor het bron- en contactonderzoek, zeggen ze. Ik vind dat raar. Doet het virus er dan altijd een kwartier over?

Ik vertel over de vriendinnen wier naam ik niet mag doorgeven. ‘Dat heb ik nog nooit gehoord’, roept de GGD-medewerker uit. Dat verbaast me. Zouden anderen dan zomaar nummers en mailadressen doorgeven, zonder daarvoor eerst toestemming te vragen aan hun vrienden? ‘Het gebeurt wel vaak dat coronapatiënten zelf anoniem willen blijven’, aldus de GGD’er. ‘Ze schamen zich.’

Dat betekent dus dat veel mensen niet proactief vrienden en collega’s op de hoogte brengen als ze een besmetting vermoeden. Nogmaals, we leven in een vrij land, en schaamte kan zwaar wegen bij het nemen van besluiten. Bij de afweging om door te werken bijvoorbeeld, of om al dan niet een bruiloft te bezoeken. Hoe dan ook, voor het virus pakt die gêne fantastisch uit: het kan zich drie dagen langer ongestoord vermenigvuldigen.

Ik schaam me ook. Want eerlijk is eerlijk, ik ben onvoorzichtig geweest. Het concept ‘anderhalvemetersamenleving’ stemt me somber, en hoewel ik in de openbare ruimte mijn uiterste best doe afstand te bewaren, ben ik nooit helemaal opgehouden een aantal van mijn vrienden te omhelzen.

Café

Tijdens mijn quarantaine denk ik geregeld terug aan 25 juli, de avond waarop ik waarschijnlijk besmet ben geraakt. Ook die avond bevindt corona zich niet in het centrum van mijn gedachten. Het loopt al tegen middernacht als Louis appt: ‘Waar ben je? Kom je hierheen?’ Hij zit met Pieter aan de bar van een café in het centrum van Amsterdam. Een groep luidruchtige Spanjaarden zit opeengepakt aan een tafel, verder is de kroeg nagenoeg leeg. Ik schuif een kruk bij, Pieter praat van dichtbij in mijn oor. Een van de toeristen komt mijn kant op en begint een gesprek. De barvrouw tapt bier, ze oogt melancholisch. Niemand houdt afstand.

De maandag daarop ga ik naar de redactie, waar we sinds maart een streng coronabeleid hanteren. Met redacteuren en correspondenten onderhoud ik telefonisch contact, op de redactie is slechts een klein gezelschap aanwezig voor vergaderingen, eindredactie en vormgeving. We houden ruim afstand van elkaar. Geen seconde denk ik na over de mogelijkheid dat ik besmet ben en dus een gevaar zou kunnen vormen. Dat komt pas woensdagochtend, als ik begin te hoesten. De rest van de week werk ik thuis.

De GGD vindt het niet nodig dat collega’s in quarantaine gaan, toch ontstaat onrust op de werkvloer. De hoofdredactie besluit de toegang tot de redactie tijdelijk verder in te perken en stuurt met mijn instemming een mail rond: ‘Marjolein van de Water heeft corona’. Collega’s met kwetsbare huisgenoten beleven angstige weken, anderen vrezen dat ze hun ouders hebben aangestoken. Later blijkt dat een collega is besmet. Heb ik dat gedaan? Zullen er meer volgen?

De quarantaine met Louis is aangenaam, we zijn ziek maar niet ernstig. Ik lees kranten en boeken, ’s avonds kijken we series. We bakken knoflook, hangen boven de pan en proberen vergeefs een geur te ontwaren. We eten veel groente, steeds met een dikke laag sambal. Bij gebrek aan smaakvermogen is dat het enige dat de tong nog enigszins prikkelt.

Schuldgevoel

Maar het schuldgevoel knaagt. De vriendin die me het Viruswaanzin-filmpje stuurde, blijkt besmet, evenals haar geliefde. Ik vraag me voortdurend af hoelang de keten is van mensen die via mij het virus hebben opgelopen. Heb ik iemands dood veroorzaakt? Terwijl we wachten op de testuitslag van Louis’ moeder, belt zijn zus hem boos op. ‘Hoe kon je zo onverantwoordelijk zijn?’ Louis drentelt zenuwachtig heen en weer, en gaat uit pure wanhoop de kozijnen poetsen.

De GGD onderneemt intussen nauwelijks actie, geen van de contacten die ik heb opgegeven is benaderd. Louis wordt woensdag (een week nadat hij symptomen had gekregen) wel ineens gebeld door de GGD: ‘Spreek ik met Martijn’, vragen ze. ‘Nee’, antwoordt Louis. ‘Maar ik ken Martijn wel, hij is een van de personen die ik heb opgegeven voor het contactonderzoek.’ Verwarring alom.

Aangezien bij de GGD alles zo traag gaat, hebben wij zelf de kroeg ingelicht waar we die zaterdagnacht waren. ‘Hebben jullie de naam van ons café gemeld bij de GGD?’, vraagt de barvrouw. Dat hebben we, maar de GGD heeft hen op donderdag nog altijd niet gebeld. De barvrouw test intussen positief, ze heeft zonder het te weten drie dagen achter de bar gewerkt terwijl ze het virus al onder de leden had.

Zij twijfelt nu of ze de naam van haar collega moet opgeven bij de GGD. Want als die collega in quarantaine moet, heeft ze twee weken geen inkomen. En wat als het café moet sluiten? Ik begrijp haar wel. Zelf heb ik ook vrienden die door coronamaatregelen hun inkomen zijn verloren en de huur nauwelijks meer kunnen opbrengen. Voor hen is het kiezen tussen brood op de plank of de indamming van een virus waarvan je niet eens zeker weet of je het onder de leden hebt.

Uit een interview zaterdag in de Volkskrant met Anja Schreijer, hoofd infectieziekten van GGD Amsterdam, blijkt dat mijn ‘coronacluster’ geen uitzondering vormt. Ze vertelt dat veel mensen weigeren in quarantaine te gaan, en patiënten lang niet altijd eerlijk zijn over met wie ze in aanraking zijn geweest. Voorzichtig pleit ze voor meer dwang.

Minister De Jonge laat dinsdag alle voorzichtigheid varen en kondigt aan dat preventieve quarantaine voortaan een verplicht karakter krijgt, en dat op naleving gecontroleerd zal worden. ‘Wie zich er niet aan houdt pleegt een strafbaar feit’, aldus De Jonge. Zijn uitspraken gaan lijnrecht in tegen het discours van Rutte, die er juist voortdurend op hamert dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, maar dat de overheid niemand kan dwingen.

Als kleuter in de hoek

‘We zijn allemaal volwassen mensen in een volwassen democratie’, zei hij vorige week nog. ‘Ik hoop en denk dat we niet zo’n kleuterland blijken te zijn dat we dit niet aankunnen met z’n allen.’ Maar ook het kabinet, of in ieder geval De Jonge, lijkt nu doordrongen van de complexe realiteit die de individuele keuzevrijheid met zich meebrengt. De oplossing: wie niet ‘de juiste keuze’ maakt, is voortaan strafbaar. Tot zover de ‘volwassen democratie’.

De vraag is bovendien of dwang de bereidheid van mensen om mee te werken aan het GGD-onderzoek vergroot. Alle al bestaande dilemma’s blijven immers overeind, en door ‘wangedrag’ na een besmetting te criminaliseren zal ook de schaamte er niet minder op worden. Ik verwacht dat veel mensen ervoor zullen kiezen zich helemaal niet meer te laten testen, om problemen voor zichzelf en hun vrienden te voorkomen.

De regering zou misschien beter kunnen nadenken over hoe ze burgers kunnen motiveren in preventieve quarantaine te gaan, bijvoorbeeld door financiële steun te bieden aan degenen die tijdelijk hun inkomen verliezen. Ingewikkeld natuurlijk, misbruik ligt snel op de loer, maar wel noodzakelijk om het beleid succesvol te maken zonder de dictator uit te hangen.

Na 30 uur wachten wordt Louis uit zijn lijden verlost: de test van zijn moeder is negatief. Ook op de Volkskrant-redactie is tot mijn grote opluchting verder niemand besmet geraakt. Zelf voelen we ons een stuk beter, en beginnen voorzichtig te fantaseren over het moment dat we weer naar de supermarkt mogen. De GGD heeft gezegd dat we na aanvang van de ziekteverschijnselen minstens een week in quarantaine moeten blijven. Daarna mogen we naar buiten, ‘mits we 24 uur geen symptomen hebben’.

Maar welke symptomen bedoelen ze precies? We bellen meerdere keren de GGD, en krijgen verschillende antwoorden. De een zegt dat we rustig naar buiten kunnen als we het gevoel hebben dat het ergste achter de rug is. Een ander zegt dat het zelfs bij een klein kuchje zaak is binnen te blijven. Over een ding zijn ze het eens: we hoeven niet te wachten op de terugkeer van reuk- en smaakvermogen, dat kan nog weken duren. Gelukkig hebben we nog veel sambal in huis.

Een aantal namen zijn om privacyredenen veranderd.

De GGD Amsterdam: ‘We kunnen niet overal de gewenste kwaliteit leveren’
‘In verband met de toegenomen besmettingen is de testcapaciteit bij de testlocaties en de verschillende aangesloten laboratoria, opgeschaald. Na diagnose door de laboratoria wordt de uitslag in een landelijk systeem ingevoerd. Op basis daarvan neemt de GGD contact op met de betreffende persoon. Bij het aanleveren van informatie aan dit landelijk systeem kan soms vertraging ontstaan. In een aantal gevallen lukt het dan niet om binnen 48 uur contact op te nemen.

‘Sinds het begin van de coronacrisis is de GGD Amsterdam bezig met het opschalen van onderzoekscapaciteit voor het corona-onderzoek. Door de snelle toename van besmettingen van de afgelopen weken is de GGD Amsterdam tijdelijk gaan werken met een meer risicogestuurd bron- en contactonderzoek. Op 6 augustus is besloten dat tijdelijk niet alle contacten door de GGD worden nagebeld. Voor risicogroepen blijft de gebruikelijke werkwijze in stand.

‘Er is heel veel hulp vanuit de regering, iedereen doet zijn best om ons te helpen. Er wordt met man en macht gewerkt om het bron- en contactonderzoek zo snel en goed mogelijk te doen. Maar we schalen nu zo snel op, dat we helaas niet overal meteen de gewenste kwaliteit kunnen leveren.’

Lees ook

Hoewel GGD’s clusters van coronabesmettingen tot in detail in kaart proberen te brengen, is informatie op stadsdeelniveau voor burgers vaak niet beschikbaar. Rotterdam bracht hier verandering in. ‘We kregen direct minder vragen.’

De GGD’s van Amsterdam en Rotterdam gaan de bron- en contactonderzoeken van coronapatiënten deels uit handen geven aan de patiënten zelf, aldus het hoofd algemene infectieziekten van de GGD Amsterdam.

In het Friese Dokkum heeft het coronavirus veertien jongeren besmet. Opmerkelijk genoeg vonden de meeste overdrachten waarschijnlijk plaats in de buitenlucht, waar minder besmettingsrisico zou zijn. Hoeveel gevaar loop je op het terras?

Opinie: Er is geen bewijs dat de 1,5-metermaatregel helpt, en dat zal er ook nooit komen. Mondkapjes ja/nee, ventilatie ja/nee: niemand weet het zeker. Maar inconsistent beleid helpt ook niet, betoogt Frits Rosendaal.

Meer over