Als Carter spreekt over Hamas, heersen scepsis én bewondering

Ex-president van de VS concludeert na zijn rondreis door het Midden-Oosten dat vrede zonder Hamas onmogelijk is...

Van onze correspondent Alex Burghoorn

JERUZALEM Jimmy Carter (84) is in zijn element. Zonder veel drama somt hij de bevindingen op van zijn achtdaagse studiereis door het Midden-Oosten. Maar in zijn kalme voorkomen zit een felle tegendraadsheid verpakt. Hier staat een voormalig president van Amerika (1977-1981) die het beleid van de huidige president van Amerika naar de vuilnisbelt verwijst.

Zeven uur heeft Jimmy Carter de afgelopen week in Ramallah, Caïro en Damascus gepraat met leiders van Hamas – dat is zeven uur meer dan George W. Bush, die de Palestijnse islamistische beweging uit principe negeert. ‘Mijn ontmoeting met Hamas-leiders is niet het probleem, maar de weigering van de Amerikaanse en Israëlische regering om hen te ontmoeten is het probleem’, zegt Carter. ‘Deze onwilligheid om te praten maakt het bereiken van vrede moeilijker.’

De conferentiezaal in het majesteitelijke King David Hotel in Jeruzalem is tot de laatste stoel gevuld. Carter brengt, geflankeerd door zijn vrouw Rosalynn, verslag uit op uitnodiging van de onafhankelijke Israel Council on Foreign Relations. Over de bereidheid van Hamas het bestaansrecht van Israël binnen de grenzen van 1967 te accepteren. Scepsis en bewondering spelen haasje-over onder het publiek. Veel oudere Israëlische diplomaten, ambassadeurs en professionele ijveraars voor de vrede zijn naar de bijeenkomst gekomen.

De Amerikaanse regering heeft tandenknarsend toegezien hoe Carter de doctrinaire scheiding tussen ‘gematigden’ en ‘extremisten’ in het Midden-Oosten aan zijn laars lapt. Hij is niet de eerste die met Hamas is gaan praten sinds de islamisten in 2006 de verkiezingen hebben gewonnen, maar hij is wel hun prominentste gesprekspartner tot nu toe. Israël is daar ook niet blij mee: premier Ehud Olmert en zijn belangrijkste ministers wilden Carter niet ontvangen en het leger liet hem niet toe tot de Gazastrook.

‘Vanaf mijn derde levensjaar is het Heilige Land het middelpunt geweest van de religieuze kant van mijn leven’, zegt Carter tegen de Amerikaanse oud-diplomaat en ‘peace processor’ Aaron David Miller in diens pas verschenen boek The Much Too Promised Land – America’s Elusive Search for Arab-Israeli Peace. Tal van diplomatieke anekdotes dist Miller daarin op, waaronder deze: ‘Om succes te boeken in Arabisch-Israëlische vredesbemiddeling’, heeft een hoge Amerikaanse diplomaat me eens gezegd, ‘moet je zulke grote ballen hebben.’ Zijn handen gaven grofweg de omvang van een basketbal aan.’

Het buitensluiten van Hamas is een van de belangrijke uitgangspunten van de last minute-poging van Bush om Israël en de Palestijnen tot vrede te brengen. Maar bijna vijf maanden na het begin van het Annapolis-proces is dit de conclusie van Carter: ‘Het werkt niet.’

Het is niet de bedoeling van Jimmy Carter de rol van bemiddelaar op zich te nemen, zegt hij. Ook al heeft hij dat 30 jaar geleden met succes gedaan: toen sloten Egypte en Israël onder zijn leiding een vredesakkoord dat nog steeds stand houdt en waar hij jaren later de Nobelprijs voor de Vrede voor heeft gekregen.

Nee, Jimmy Carter wil bovenal het diplomatieke corps in Amerika en Israël uitdagen, zoals hij dat in 2006 deed met zijn boek Palestine – Peace not Apartheid. Na zijn suggestie dat Israël dreigt te verworden tot het Zuid-Afrika van het Midden-Oosten – met de Israëli’s als de blanken en de Palestijnen als de zwarten van weleer – kreeg hij het zwaar te verduren.

Maar hij gaf toen, net als nu, geen krimp. Het lijkt er op dat Carter ondanks de broosheid van zijn leeftijd een overtuiging van beton heeft. ‘Vrede is niet mogelijk zonder Hamas erbij te betrekken.’

Meer over