Als Bianca iets mooi vindt, dan is het dat, klaar!

De mbo-school ligt achter het spoor, op tien minuten van het centraal station...

Een grijs gebouw, een ziek gebouw, mensen krijgen er te weinig zuurstof. Dus zet Bianca Sistermans de ramen open. Lucht. Soms zitten er 32 man in een klas. Die moeten kunnen ademen.

Ze heeft roodgeverfd haar, groene, vrolijke ogen en ze kleedt zich met de verfijnde beheersing van goede smaak. ‘Typografie & vormgeving’ geeft ze, aan de eerste klassen grafische media. Sommige leerlingen komen van het vmbo, anderen van de havo of het vwo. Ze deinen het klaslokaal in, tas op de rug, zetten zich aan hun verstelbare tafel. Er zijn getroebleerde pubers bij, met Arab-sjaals en zwartomrande ogen. Verlegen meisjes. Mooie, modieus geklede meisjes. Relaxte dudes, het haar in vlechtjes, het sportjasje half open. Leerlingen aan de drugs en ‘rugzakleerlingen’ met Asperger. De jongste is zestien, de oudste vierentwintig.

Bianca neemt het woord. Informeert hoe het met de tijdschriften gaat die de leerlingen moesten maken. Ze gingen de straat op om goths te ondervragen, hiphoppers of kakkers. Nu moeten ze dat vertalen met gebruik van letters en beeld. De cover moet een emotie raken. De koppen moeten pakken. De corpsgrootte moet precies zo groot zijn dat het lekker leest. Straks wordt het glossy gedrukt, dan hebben ze echt iets in handen.

Ze gaat bij hen langs, bekijkt hun ontwerpen aandachtig, weet zelfs over de meest onbeholpen creaties iets positiefs te zeggen. ‘Goede vlakverdeling’, bijvoorbeeld, of: ‘Over vijf jaar denk je: wat deed ik dat mooi.’

O, ze kan ook streng zijn. Je mag haar nooit tegenspreken, mopperen sommigen. Als zij iets mooi vindt, dan is het dat, klaar. Maar een ander zegt: dat is juist goed. ‘Als je later een opdrachtgever hebt, moet je ook doen wat je gezegd wordt.’ Een meisje met vier piercings dat al twee opleidingen heeft ‘verpest’, zegt: Bianca is een soort voorbeeld. Want Bianca is naar Parijs geweest en heeft een tijd in Egypte gewoond. Bianca heeft de St. Joost-academie in Breda gedaan, waar grote namen vanaf komen. Nachten doorhalen was het daar, eindeloos in jezelf wroeten. Master of Fine Arts mag ze zich nu noemen. Maar toen ze bij een designbureau begon, werd ze daar niet blij van. Zo’n hele dag achter de computer. Veel te individualistisch. Nu werkt ze hier, drie dagen, acht jaar alweer. Ze ziet zichzelf niet als docent, meer als een ‘vrij iemand die lesgeeft.’

En dat zijn ook haar leerlingen, vindt ze: mensen die van oorsprong vrij zijn. Niet iedereen hoeft ontwerper te worden, of art director van Vogue. Sommigen worden dtp’er, voeren opdrachten uit op de computer. En sommigen gaan naar de kunstacademie. Het hangt van zoveel dingen af. Van werklust. Van karakter. ‘Ik hoop dat ze iets gaan doen wat ze leuk vinden’, zegt ze. ‘Iets wat bij hen past.’ Over sommigen maakt ze zich zorgen. Een jongen die in zijn bed blijft liggen als z’n ouders naar hun werk zijn. Een meisje dat niet goed in de groep ligt en nu in haar eentje aan het tijdschrift moet werken. ‘Het is net of het haar eigen kinderen zijn’, zeggen haar collega’s.

Ze is bijna 39. Onlangs verhuisd naar een woning in Oost, van hieruit zo’n drie kwartier fietsen. Ze schildert, fotografeert en gutst, naait haar eigen sjaaltjes en jurkjes. Ze heeft een vriend die fotograaf is en een moestuin buiten de stad waar ze vriendinnen mee naartoe sleept.

Soms weet ze niet goed waar haar zwaartepunt ligt, ‘ik ben niet goed in kiezen’, zegt ze. Daar schrijft ze dan verhaaltjes over. Verhaaltjes waarin de woorden allitereren, of overeenkomen in klank, ja, mooi. Je kunt ze zingen of rappen. Daar wil ze best een boekje van maken. Zelf vormgeven en publiceren. Ook zou ze graag een expositie houden van haar zelfportretten in olieverf. Wel eng, hoor, het zijn heftige dingen.

Ze weet niet zo goed wat daarmee aan de hand is, maar als ze ze boven haar bed hangt, kan ze niet slapen.

Meer over