Almere Haarlem

Haarlem vulde een gapend gat in het historische centrum met nieuwbouw. De nieuwe wijk Raaks moest leefbaar en levendig worden. Maar of de realiteit zich naar de tekentafel zal voegen, is de vraag.

Ook nu de nieuwe wijk Raaks in het hartje van de stad na veertien jaar eindelijk zijn voltooiing nadert, zit het de Haarlemmer nog altijd hoog: die gesloopte 19de-eeuwse monumentale hbs, blikvanger van vroeger. Misschien wel omdat wat rest van dat gebouw - een paar beelden, muurankers en ornamenten - verwerkt is als details in het nieuwe stadskantoor van de Australische architect Peter Wilson, dé blikvanger van de nieuwe Raaks. Hoe kun je dan vergeten?

De ontstaansgeschiedenis van de Raaks is een prachtige illustratie van de clash tussen de theorie van de stedenbouwkundige en de alledaagse beleving van de stadsbewoner. Oude zichtlijnen terugbrengen; dat hebben de stedenbouwkundigen voor ogen gehad met de nieuwe Raaks, verbindingen leggen tussen centrum en periferie, herstellen van het 17de-eeuwse stratenplan. Raaks was een achenebbisj buurt waar oude steegjes werden ontsierd door een bovengronds betonnen parkeermonster van vijf verdiepingen, en allerhande 'achterkanten' van gebouwen en blinde muren. En deze kolos van een hbs-B blokkeerde de doorgang van de periferie naar het centrum en andersom, en vloekte vanwege de grote schaal met die schilderachtige 17de-eeuwse opzet. De sloopkogel erdoorheen dus.

Maar de gemiddelde stadsbewoner is niet geïnteresseerd in theorie. Nog altijd niet. Die herinnert zich tot op de dag van vandaag de kerkjes die de buurt óók herbergde, de oude conciërgewoning, een binnenhof met oude bomen, en de 'carréachtige, neogotische kloostersfeer'. Het enige wat die stadsbewoner nu wil weten: hoe is de sfeer nu? Valt er wat te beleven in de nieuwe buurt? Zijn er mensen op straat? Is er een lekker terras of bankje in de zon, zijn er leuke winkeltjes die de buurt verrijken? Wonen er nieuwe mensen, yuppen, of dezelfde bewoners als vroeger? Maar vooral: zijn de nieuwe gebouwen werkelijk aanzienlijk mooier dan wat ervóór stond? Oftewel: is het de sloop wel waard geweest?

Inmiddels zijn zes van de tien geplande gebouwen in Raaks gerealiseerd. De woon/winkelpanden van de Belg Jo Crepain zijn klaar. De ondergrondse parkeergarage (van Kraaijvanger Urbis) onder de hele wijk is klaar. Het stadskantoor/megabioscoop (van de Australiër Peter Wilson) gaat dit najaar open. Alleen de bouw van De Entree van architectenbureau Claus en Kaan, het meest speelse gebouwtje met asymmetrisch puntdak en kriskras gerangschikte ramen aan het begin van de wijk, verkeert nog in de beginfase.

De hbs-A, die wonder boven wonder wel mocht blijven staan, is ook door Claus en Kaan omgebouwd tot een verzameling luxeappartementen met hoge plafonds en een prachtige privébinnenplaats. Dat is het wrange als een project veertien jaar duurt: als er op dit moment één opgave urgentie heeft onder architecten en overheden, dan is het wel die van herbestemming en transformatie van historisch erfgoed. Maar goed: die discussie war einmal.

Het Raaksgebied is ook om andere redenen een bijzondere opgave. Want welke historische binnenstad droomt er niet van over zo'n gapend gat te beschikken voor nieuwbouw? Het is ook een actuele opgave. Veel steden in Nederland worstelen met een centrum dat 's avonds na winkelsluitingstijd uitgestorven en onveilig is. Dus als je dan toch van nul kunt beginnen, hoe creëer je leefbaarheid en levendigheid?

In het plan van stedenbouwkundige Donald Lambert is duidelijk gekozen voor de formule van enerzijds een grote dichtheid: flinke gebouwen dus, want flinke gebouwen betekenen veel mensen, en veel mensen betekent leven. En om te zorgen dat die mensen er niet alleen overdag zijn, is het accent op woningen gelegd. Anderzijds rust het plan op het mixen van functies: winkelen, werken (in de kantoren van de gemeente), ontspannen (bioscoop, restaurants). Alles voor de levendigheid. Maar of de realiteit zich naar de tekentafel zal voegen, is de vraag in deze crisistijd. Nog lang niet alles is verhuurd en verkocht.

Wat in elk geval goed gelukt lijkt, is de architectuur van de twee blokken van de Antwerpse architect Jo Crepain, aan weerszijden van de Drossestraat. Winkels op de begane grond en erboven drie lagen woningen, frivool met (Franse) balkonnetjes die als laatjes en bakjes uit de gevel lijken te klappen en schuiven. De blokken zijn opgebouwd als losse panden, waardoor de gevel om de zoveel meter van kleur verschiet, wit baksteen, donker baksteen, rood, witgepleisterd, of grijs natuursteen. Hierdoor ogen ze niet kolosaal. De blokken zijn aan de achterkant aangepast aan het karakter van de aangrenzende straat. In de Zuiderstraat is dat kleinschalig, met beganegrondwoningen met de voordeur direct aan de smalle stoep. Denk nog even aan die parkeerkolos en de balans slaat door naar het positieve.

Maar er zijn ook minder geslaagde kanten. Zoals het winkelaanbod in diezelfde Drossestraat. Vermoedelijk als gevolg van de forse ruimten zitten er: een superstore van Intersport, een Albert Heijn die de halve straat bezet en een Block van een paar verdiepingen. Het doet Almere-achtig aan. Niks winkeltjes en boetiekjes zoals je die van Kleine Houtstraat en Gierstraat gewend bent.

Dat Almere-gevoel kleeft ook een beetje aan het Dumontplein. Hoewel het plein qua vorm en grootte aardig is gelukt lijken de sushibar en de Italiaan veel te groot voor deze plaats. Strakke, lege interieurs. Ander minpuntje: de liftschacht van de ondergrondse parkeergarage. Hoezeer men ook zijn best heeft gedaan om er iets ranks en transparants van te maken, precies waar in Italië op zo'n plein een boom met een rondgetimmerd bankje zou staan, staat hier vol in beeld een glazen blok.

En dan het gebouw dat de meeste aandacht trekt, op de gevoeligste plaats van al, die van gesloopte hbs: het stadskantoor annex megabioscoop, ook wel de Raakspoort. Het is natuurlijk nog niet af. Maar een paar dingen vallen al op. Allereerst de schaalgrootte. Is dit gebouw niet hoger dan de oude hbs? Dan de toren met hoog in de lucht een klok. Een geweldige zet. Nieuw ankerpunt voor gehaaste stadsmensen en lome toeristen. Geeft meteen een heerlijk stadsgevoel. Ook goed is dat het gebouw onderaan in tweeën is gekliefd, waardoor het een echte toegangpoort is. Minder fraai is de gesloten ogende toegang tot het gebouw.

Maar pas echt betreurenswaardig is dat de twee naastgelegen gebouwen die de entree vanuit die o zo belangrijke periferie zouden vormen, (voorlopig) niet gebouwd worden vanwege de crisis. Daar waar vroeger die hbs stond, is nu een gapend gat: een bouwplaats en een onooglijk parkeerplaatsje. Dat voelt als zout op een nog altijd open wond.

FotoJoost van de Broek

Niet iedereen in Haarlem was blij met de komst van 'nieuwbouwpleuris' in het oude wijkje. Met de leuze 'Haarlem hou je Raaks' protesteerden bewoners tegen het verdwijnen van de kerkjes die de buurt herbergde, de oude conciërgewoning, een binnenhof met oude bomen, en de 'carréachtige, neogotische kloostersfeer'.

undefined

Meer over