Allochtone studenten doen het goed, maar ze zijn met te weinig

Allochtonen lopen in het hoger onderwijs tegen grote problemen op, blijkt uit onderzoek, maar in de praktijk valt dat mee....

Op de diploma-uitreiking vorige week viel het studentendecaan J. van Eerden van de Hogeschool van Amsterdam opnieuw op hoeveel allochtonen de opleiding in de minimumtermijn van vier jaar hadden volbracht. En allemaal een baan. Op zijn afdeling informatica en elektrotechniek is 30 procent van de studenten van allochtone afkomst, meldt hij trots. De helft daarvan bestaat uit zogeheten zij-instromers, hoog opgeleide vluchtelingen of asielzoekers.

Van Eerden denkt dat die forse belangstelling te maken heeft met het goede arbeidsmarktperspectief dat de opleiding biedt, maar vooral met de begeleiding die allochtonen er kunnen krijgen. 'Het succes van onze opleiding zingt rond in de allochtone gemeenschap. Allochtonen doen het hier even goed als autochtonen. De zij-instromers doen het zelfs beter. Die werken zich echt te pletter.'

Decaan M. Njiokiktjien van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) geeft eenzelfde indruk. 'De eerstejaars studenten die slechte resultaten behalen, komen bij mij op gesprek. In al die jaren dat ik dat nu doe, ben ik slechts een enkele allochtoon tegengekomen.'

Hun bevindingen staan haaks op de conclusies van recente onderzoeksrapporten. Allochtonen, zo blijkt daaruit, doen het slecht in het hoger onderwijs. Van alle studenten aan universiteiten en hogescholen is slechts 3 à 4 procent allochtoon. Allochtonen hebben moeite met nieuwe onderwijsvormen waarin ze steeds zelfstandiger moeten werken. En ze dreigen de dupe te worden van de nadruk die op het studietempo wordt gelegd. De tempobeurs dwingt tot sneller studeren, net als het besluit om mbo-studenten nog maar drie in plaats van vier jaar de tijd te geven voor verwante hbo-opleidingen.

Het rapport Allochtonen & Universiteiten dat begin september verscheen, doet daar nog een paar schepjes bovenop. Het onderzoek, dat werd verricht in opdracht van het Expertisecentrum Hoger Onderwijs Allochtonen (ECHO), stelt dat allochtonen op de universiteit te maken hebben met discriminatie en vooroordelen. Cijfers zijn er niet, maar de indruk bestaat dat ze een grotere studievertraging oplopen dan autochtonen. En ze komen vaak in een sociaal isolement doordat ze zich niet kunnen aanpassen aan de dominante studentencultuur, waarin 'veel bier drinken' belangrijk is.

Aanbevolen wordt onder meer om allochtonen assertiviteitstrainingen te geven, om de prestatie-eisen in sommige gevallen te versoepelen en om allochtone aandachtsfunctionarissen aan te stellen.

Studentenbegeleiders en allochtone studenten kijken bevreemd aan tegen die negatieve onderzoeksresultaten. 'Waar halen ze het vandaan?', vraagt decaan F. van Kampen van de Universiteit van Amsterdam zich af. 'Allochtone studenten, die in Nederland vaak al vanaf groep 1 onderwijs volgen, zouden niet in staat zijn om een goede presentatie te geven? We maken ze achterlijk op deze manier. Dát is pas discriminatie.'

C. Henriquez (20), tweedejaars economie en econometrie aan de EUR, werkte begin dit jaar met enkele allochtone medestudenten mee aan een onderzoek naar allochtonen in het hoger onderwijs. 'De positieve geluiden die wij naar voren hebben gebracht, vind ik nergens terug. Allochtonen doen het slecht, die mening is al gevormd nog voordat het onderzoek van start gaat.' T. Tari (28), vijfdejaars bedrijfseconomie, kan zich daar danig over opwinden. 'Er ontstaat een volkomen verkeerd beeld. Dé allochtoon bestaat niet, dat is het probleem van die rapporten.'

Decaan Van Kampen geeft echter toe dat allochtone studenten op de universiteiten vaak behoren tot de happy few. 'Zij hebben het hele circus van basis- en voortgezet onderwijs al overleefd en zijn dus extra talentvol. Ik vraag me af wat er gaat gebeuren als de doorstroming vanuit het voortgezet onderwijs beter gaat lopen en wij meer studenten van gemiddeld niveau krijgen.'

Met die opmerking legt Van Kampen de vinger op de zere plek. Universiteiten en hogescholen kunnen dan wel prat gaan op het succes van 'hun' allochtone studenten, de vraag dringt zich op waarom niet veel meer allochtonen de weg naar het hoger onderwijs weten te vinden.

Jarenlang kon de verantwoordelijkheid voor die lage instroom bij basis- en voortgezet onderwijs gelegd worden. Allochtone leerlingen kregen vaak een lager studie-advies dan hun autochtone klasgenoten. Ze belandden op vbo of mavo en als ze al doorstroomden naar het mbo, dan haakte ruim de helft van de studenten af. De houding van de ouders was daar vaak debet aan. Zij kozen voor zekerheid: liever een mindere opleiding, maar dan wel een diploma en soms ook: liever een baan dan een jarenlange studie.

Maar nu de ambities van allochtone leerlingen en hun ouders groeien en alleen al in Amsterdam 20 procent van de vwo-leerlingen allochtoon is, wordt het tijd dat het hoger onderwijs bij zichzelf te rade gaat, zegt Z. Arslan, beleidsmedewerker van Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling. 'Het gaat erom dat universiteit en hogeschool ook aantrekkelijk worden voor de doorsnee allochtoon.'

De overheid heeft voor dat doel geld ter beschikking gesteld. Twee jaar geleden werd het Expertise Centrum Allochtonen Hoger Onderwijs opgericht. ECHO subsidieert projecten die 'de instroom, doorstroom en uitstroom van allochtone studenten moeten bevorderen'. Ruim zeventig projecten zijn al opgezet, variërend van taalbegeleiding tot 'interculturalisatie van curriculum'.

Lang niet iedereen ziet echter het nut in van speciale projecten voor allochtonen. Studenten zijn bang om gestigmatiseerd te worden. Decanen zijn ervan overtuigd dat de problemen van allochtone studenten niet anders zijn dan die van autochtonen uit sociaal-economisch zwakke milieus.

'Wij hebben geen speciaal kamertje voor allochtonen', zegt docent W. van Beek van de pabo in Haarlem. 'Studenten worden opgedeeld in kleine groepen met een vaste begeleider. Problemen komen hem vaak het eerste ter ore. Hij kan hulp bieden bij privémoeilijkheden maar ook een allochtone student met een taalachterstand doorverwijzen naar de sectie Nederlands.'

Maar dat er actie moet worden ondernomen om allochtone studenten binnen te halen, daarvan zijn de meeste universiteiten en hogescholen wel overtuigd. Een aantal instellingen heeft promotieteams gevormd. Allochtone studenten bezoeken havo's, vwo's en mbo's in de regio om over de opleiding te vertellen. 'Wij kunnen voor allochtone leerlingen een voorbeeldfunctie vervullen', zegt S. Abba, medevoorzitter van het team van de hogeschool Utrecht. 'Zij hebben vaak weinig familie of vrienden die studeren.' Het team blijkt succesvol, het aantal allochtone studenten in Utrecht is de afgelopen jaren flink gegroeid.

Ook de pabo in Haarlem probeert om via voorlichting op middelbare scholen meer allochtonen te trekken. Van de 350 studenten zijn er nu tien allochtoon en dat is volgens Van Beek veel te weinig. 'Allochtone leerkrachten zijn keihard nodig in het basisonderwijs. Zij bieden allochtone kinderen een identificatiemogelijkheid en kunnen de drempel tussen de ouders en de school slechten. Dat is enorm belangrijk. Vergeet niet: de basisschoolleerlingen van nu zijn de studenten van morgen.'

Blijven dergelijke initiatieven nodig of is de integratie van allochtonen in het hoger onderwijs een kwestie van geduld en tijd? Arslan van Forum maakt zich zorgen over het tegenstrijdige beleid van de overheid. 'Eerst wordt er geld ter beschikking gesteld om allochtonen in het hoger onderwijs een kans te geven. Vervolgens sleutelt de overheid aan de toegankelijkheid van dat onderwijs door maatregelen te nemen die de studieduur verkorten en die voor allochtonen vervelende gevolgen kunnen hebben.'

Hij pleit voor een quotering bij de studierichtingen waarvoor een numerus fixus bestaat. 'Ritzen wil bij de loting kijken naar de cijfers van het eindexamen. Dan zullen de plaatsen worden ingenomen door de sterksten, die zich ook financieel veel kunnen veroorloven. Kan een allochtoon het zich permitteren om bijlessen te nemen om die gemiddelde 8 te halen die hij voor zijn studie nodig heeft? Laat de minister 5 tot 10 procent van de plaatsen beschikbaar stellen voor allochtonen totdat de evenredigheidsnorm gehaald is.'

Njiokiktjien van de EUR is optimistischer gestemd. 'In de jaren vijftig maakten we ons zorgen over de kinderen uit de arbeidersmilieus die te weinig studeerden. Dat probleem heeft zich vanzelf opgelost. Met allochtonen zal het net zo gaan. De huidige generatie slaat de brug. Over niet al te lange tijd praten we niet meer over kleur.'

Meer over