Allochtone politici, het blijft tobben

Politieke partijen worstelen met allochtone kandidaten. In hoeverre halen ze met hen een ongewenste achterban binnen?..

door Janny Groen en Iñaki Oñorbe Genovesi

Yusuf Akkaya, die op eigen verzoek op een onverkiesbare plaats op de CDA-kandidatenlijst in Arnhem staat, schrikt zich een ongeluk als de term Grijze Wolven valt. 'Mij kunnen ze niet voor Grijze Wolf uitmaken', zegt hij. 'Bij het CDA weten ze wie ik ben. Zij kennen mijn ideeën, weten waar ik vandaan kom.'

Toch hangt de mogelijkheid dat Akkaya tegen die aantijging aanloopt als een donkere wolk boven zijn politieke toekomst. Je kunt je er zo moeilijk tegen verweren. Hij verwijst naar een onfrisse affaire die vier jaar geleden speelde in de afdeling. Volgens hem werd de Turkse kandidaat Adem Arslantas er toen ten onrechte van beschuldigd banden te hebben met de Grijze Wolven.

Akkaya: 'Hij heeft er nog steeds last van. Ook zijn omgeving heeft er onder geleden. De Turkse gemeenschap is hecht, dus gaat zo'n gerucht razendsnel. Meestal is het moeilijk te achterhalen waar zo'n beschuldiging vandaan komt, iedereen houdt elkaar de hand boven het hoofd.'

De rel over de kandidatuur van Arslantas heeft diepe sporen nagelaten in de CDA-afdeling Arnhem. Akkaya is nu de enige Turk op de lijst en staat op een magere veertiende plaats. Fractievoorzitter Helda Havenkamp: 'Twaalf jaar lang heeft het CDA Turken op de lijst gehad. Eén periode heeft een Turk zelfs in de raad gezeten. Dat was geen succes. Hij werd ervan beschuldigd banden te hebben met de Grijze Wolven. Dat maken we steeds weer mee. CDA is conservatief, Grijze Wolven zijn conservatief, dus CDA is Grijze Wolven. Uit onderzoek bleek dat er geen enkel bewijs was. Maar de verdachtmaking bleef. Die man is nog steeds lid, maar kiest ervoor om niet meer op de lijst te komen.'

Akkaya: 'Door die affaire ben ik teruggeschrokken. Wil ik wel mijn nek uitsteken?' Voorlopig niet. Hij voelt zich thuis bij het CDA, wil wel lobbyen voor de autochtone lijsttrekker, maar blijft zelf liever op de achtergrond.

Allochtonen en de Nederlandse politiek. Het blijft tobben. Hoe goed doorgronden we hun bedoelingen? Hoe screenen we hen? Hoe kunnen we garanderen dat ze autonoom opereren en niet de politiek van hun land van afkomst binnensmokkelen? In zijn boek De etnische stem stelt politicoloog Jean Tillie dat de angst voor een ongewenste allochtone achterban dateert van voor de toekenning (in 1985) van het lokale kiesrecht voor migranten. Zo waarschuwde CPN-Kamerlid Marcus Bakker in 1979, tijdens het debat over de noodzakelijke grondwetswijziging, voor een versterking van de positie van nationalistische groeperingen als de Marokkaanse Amicales en de Turkse Grijze Wolven.

Anno 2002 worstelen selectiecommissies met dezelfde angsten. De dreiging van Amicales is weggeëbd, wellicht ook door de liberalisering van de Marokkaanse politiek. Maar de Grijze Wolven duiken voortdurend weer op. Ook met kandidaten van Milli Görüs weten de partijen zich geen raad. Gaan religieus geïnspireerde kandidaten niet morrelen aan de scheiding van kerk en staat?

Bij de Haagse afdeling van de Partij van de Arbeid tekende de Turkse kandidaat Mustafa Demir protest aan tegen twee Turkse medekandidaten. Famile Arslan, een fervente moslim, zou te zeer haar religieuze belangen vooropstellen. En Murat Ersoy had banden met de Grijze Wolven, luidde Demirs kritiek. Hij wilde niet met dergelijke besmette kandidaten op één lijst staan.

De afdeling onderzocht de beschuldigingen en handhaafde de kandidatuur van Arslan en Ersoy. 'We hebben de beschuldigingen serieus onderzocht', zegt Steven Oostlander van de Haagse selectiecommissie. 'Bestuur, fractie en wethouders hebben gesprekken gevoerd met Demir en met de beschuldigde kandidaten. Er is diepgaand onderzoek verricht in de netwerken van de aspirant-kandidaten.'

Ersoy's vader zou banden hebben met de Turkse Federatie Nederland (TFN), die gelieerd is aan de extreem-rechtse Turkse partij MHP. Oostlander: 'Ersoy heeft schriftelijk en in het openbaar op een vergadering met alle kandidaten het gedachtegoed van zijn vader verworpen. Voor ons is daarmee de kous af.' Famile Arslan beschrijft hij als 'een moderne Turkse vrouw die er bewust voor heeft gekozen een hoofddoek te dragen'. Oostlander: 'So what, hebben we tegen elkaar gezegd. Ze is juriste en weet verdomd goed dat kerk en staat gescheiden zaken zijn.'

Dat weet Haci Karacaer, directeur van Milli Görüs, beslist ook. Karacaer maakt, vooral sinds 11 september, furore als vooruitstrevende woordvoerder van de islamitische gemeenschap. Hij studeerde aan de Hoge Economische School in Amsterdam, werkte bij het GAK en ABN Amro, is goed ingevoerd in zowel de Nederlandse als de Turkse cultuur. Hij voerde het woord tijdens de rel over de homofobe uitspraken van de Rotterdamse imam el-Moumni, ontbrak bij vrijwel geen enkel serieus debat over de gevolgen van 11 september. En schuwde het gesprek niet met de orthodoxe rabbijn Evers, nadat deze had gewaarschuwd voor een intifada in de Amsterdamse straten.

De PvdA zou zich geen betere allochtone kandidaat kunnen wensen. Toch haalde Karacaer de kandidatenlijst niet. Uiteindelijk wantrouwde de Amsterdamse selectiecommissie Milli Görüs te zeer. 'Ik heb de gesprekken met Haci grondig voorbereid', reageert Jos de Beus, hoogleraar politicologie en voorzitter van de selectiecommissie. 'Ik heb gesproken met Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling, met de BVD, met criminologen, met onderzoekers naar het etnisch stemgedrag en met andere Turken in de partij.'

Volgens De Beus manifesteerden zich twee scholen in de partij. Een groep vond dat de moed die Karacaer toont in het multiculturele debat moest worden beloond. Het andere kamp, onder wie Nehabat Albayrak, de rijzende ster in de Tweede Kamer, was principieel tegen zijn kandidatuur. Karacaers band met Milli Görüs is onverenigbaar met de sociaal-democratie. Met hem rolt de religieuze politiek de partij binnen, redeneert de groep rond Albayrak.

De Beus: 'Ik heb Haci talloze vragen gesteld. Waaruit blijkt dat Milli Görüs is ontkoppeld van de Turkse politiek? Dat de beweging hier is losgekomen van de conservatieve Milli Görüs-Duitsland? Als er sprake is van een ommekeer in Nederland, waar is de scheuring, de onrust? Als we jou wegdenken uit Milli Görüs, hoeveel vooruitstrevendheid blijft er dan nog over?'

Karacaer had op al die vragen wel antwoorden, zegt De Beus, maar die waren onbevredigend. Hij kreeg onvoldoende harde garanties dat er geen 'godsdienstpolitiek' zou worden bedreven. De Beus: 'We hebben hem niet op de lijst gezet in het volle besef dat we geen andere Turkse kandidaat hebben. En dat veel Turken nu niet op ons zullen stemmen. Maar zijn kandidatuur was onverantwoord. PvdA en Milli Görüs weten nog onvoldoende wat ze aan elkaar hebben.'

Dat de PvdA zo vlak voor de verkiezingen geen gerotzooi wil met een omstreden kandidaat, kan Karacaer billijken. 'Waarschijnlijk had ik dezelfde keuze gemaakt als ik in De Beus' schoenen had gestaan', zegt hij in zijn kantoortje in de Aya Sofia-moskee in Amsterdam-West. De vrees dat hij godsdienstpolitiek zou gaan bedrijven, vindt hij echter onzinnig. 'Ik ben sociaal-democraat, al twintig jaar lid van de partij. Mijn politieke motieven deugen. Ik wilde de politiek in, omdat er zoveel zaken blijven liggen. Zaken die allochtonen niet kunnen of willen en die witte politici niet durven aanpakken.'

Karacaer deelt de visie van Tillie dat allochtonen slechts politiek mogen participeren, zolang zij geen bedreiging vormen voor de gevestigde orde. 'Het gaat om de macht, niet om religieuze politiek', zegt hij. 'Ze zijn bang voor mijn achterban. Als ik wil kan ik zo honderden Turken mobiliseren. Ze willen niet dat we voor onszelf opkomen. Zielige Turken zijn oké. Daar willen witte politici graag voor zorgen. Maar Turken die voor zichzelf kunnen en willen zorgen, vormen een bedreiging voor de gevestigde orde.'

Hij wijst op de groeiende allochtone component in Amsterdam. Als je naar de jongere bevolkingsgroepen kijkt, vormen allochtonen met 60 procent een ruime meerderheid. Karacaer: 'Als kandidaten als ik buiten de politiek worden gehouden, dreigt vervreemding. Wie houdt de partijen dan nog draaiende? Een witte elite? Dan is er geen herkenning en erkenning meer door een meerderheid van de bevolking. De frustratie groeit. En frustratie is een rijke voedingsbodem voor proteststemmen. Kijk naar Pim Fortuyn. Wie weet staat er dan een allochtone Fortuyn op.'

De partijen worstelen. In hoeverre halen ze met allochtone individuen een ongewenste achterban binnen? Dreigt met een al te strenge selectie niet het allochtone isolement, waarvoor Karacaer waarschuwt? En dan nog: wie controleert wie? De Turken zijn zelf hopeloos verdeeld. Koerden, Grijze Wolven, Milli Görüs gaan niet door één deur. Een valse beschuldiging om politieke concurrenten de voet dwars te zetten, is snel geuit, weet de Arnhemse CDA'er Akkaya. Een onfatsoenlijke daad, vindt hij. Maar het gebeurt.

Er is maar één oplossing, zegt de Turks-Koerdische criminoloog Yucel Yesilgoz, die met collega Frank Bovenkerk de Turkse maffia onderzocht. Nederland moet onvoorwaardelijke trouw eisen. 'Allochtonen moeten eindelijk eens loskomen van hun land van herkomst, duidelijk kiezen voor Nederland. Dat doen ze bijna niet. Karacaer ook niet. Hij mag dan onafhankelijk zijn in Milli Görüs, maar Milli Görüs is niet onafhankelijk. Karacaer blijft dus een Turkse politicus. Hij zou veel meer afstand moeten nemen van zijn club als hij in de Nederlandse politiek wil.'

Yesilgoz is ervan overtuigd dat het CDA 'van top tot teen vol Grijze Wolven zit', dat zelfs GroenLinks soms door Grijze Wolven wordt geïnfiltreerd. En dat Milli Görüs-Nederland een verlengstuk is van de Turkse religieuze politiek. Voor hem kan de boodschap niet helder genoeg zijn. 'Wie niet honderd procent voor Nederland kiest, moet maar in Ankara politiek gaan bedrijven.'

Meer over