Alleskunner, alleswiller

Spotprenten, reclameaffiches, erotische tekeningen en portretten. Eppo Doeve wilde én kon het allemaal. Arti toont de veelzijdigheid van de duivelskunstenaar.

Alleskunner Eppo Doeve maakte duizenden politieke prenten voor Elseviers Weekblad, de Haagsche Post en De Groene Amsterdammer en 1.650 illustraties voor de Avrobode. Hij ontwierp affiches en boekomslagen. Hij maakte muurschilderingen in Diego Rivera-stijl en portretten in olieverf á la Willink. De Nederlandsche Bank vroeg hem voor de vormgeving van bankbiljetten en de theaterwereld had zijn talent nodig voor decors.

Daarnaast maakte Doeve (1907-1981) gewaagde erotische tekeningen en als hij even geen tekengerei in handen had, bespeelde hij een keur aan blaas-, snaar- en slaginstrumenten. En dan verscheen Doeve ook nog eens veelvuldig op televisie toen dit medium nog in zwartwit uitzond. Vandaar zijn bijnaam: duivelskunstenaar.

Tot half juli wijdt het Persmuseum in Amsterdam een grote tentoonstelling aan Eppo Doeve onder de titel: 'Hij kon alles wat hij wilde, en wilde alles wat hij kon'. Eppo Doeve werd geboren in Bandoeng, in Indië. Hij heette eigenlijk Josef, wat werd verbasterd tot Josep, Eppy en Eppo. Als jongeling toog hij naar Nederland om in Wageningen te studeren, want hij wilde later theeplanter worden. Maar bij aankomst in de Rotterdamse haven waaide de tropenhelm van zijn hoofd en Eppo begreep meteen dat dit symbolisch was; pas tientallen jaren later zou hij de tropen terugzien.

Doeves tekentalent was te groot om onopgemerkt te blijven en hij publiceerde zijn eerste werk in het Wageningse studentenblad. Na een prijzig bezoekje aan Londen had hij dringend geld nodig en schreef een brief naar reclamebureau DelaMar om opdrachten te krijgen. Die kreeg hij.

Doeve wist inmiddels dat hij als tekenaar betere kansen had dan als planter omdat de wereldwijde crisis ook de theemarkt had aangetast. Hij koos voor de kunst en voor Nederland, wat hem geen windeieren zou leggen. Eppo Doeve werd meer dan politiek tekenaar, hij werd een merknaam, een Bekende Nederlander die optrad in shows als Wie Van De Drie, en zijn gezicht sierde het omslag van de TROS Kompas toen hij zestig werd.

In 1982 verscheen het boek Eppo Doeve - Portret van een duivelskunstenaar van Pierre Huyskens en wijdde het Singer Museum in Laren een tentoonstelling aan het werk van de tekenaar. Maar daarna werd het stil. Gelukkig kreeg het Persmuseum in 1999 de grote Doeve-collectie van uitgeverij Elsevier in beheer en kon het ook beschikken over die van de AVRO. De basis voor een grote tentoonstelling was gelegd. Van het Geldmuseum en het bedrijfsmuseum van Koninklijke Joh. Enschedé werden ontwerpen voor bankbiljetten geleend, Gielijn Escher stelde zijn Doeve-affiches ter beschikking en er werd onbekend erotisch werk van Doeve ontdekt.

Dit alles is nu te zien in Arti et Amicitiae in Amsterdam, dat een tijdelijke samenwerking is aangegaan met het Persmuseum. Niels Beugeling, directeur van het museum, heeft samen met Doeve-kenner Jop Euwijk een overzicht samengesteld waarin alle aspecten uit het oeuvre worden belicht. Er is zelfs een wc'tje gebouwd waarin de door Doeve geïllustreerde moppen van Max Tailleur op gepaste wijze kunnen worden bewonderd.

Alsof dat nog niet genoeg is, brengen hedendaagse cartoonisten in Arti's sociëteit op de begane grond een ode aan de meester. Stefan Verwey portretteert een wanhopige cartoonist achter zijn tekentafel, omringd door proppen papier. Hij klaagt: 'Ik ben geen Doeve! Het lukt niet!'

Und wir fahren (Elsevier, 6 januari 1962)

1 miljard Jelle (De Nederlandsche Bank, '67)

Crisis in prenten

Crisis in het Persmuseum is een tentoonstelling van Eppo Doeves spotprenten over de Nederlandse economie, die een mooie aanvulling vormt op het oeuvre-overzicht in Arti. De prenten geven een historische kijk op actuele discussies over de recessie. Opvallend is dat Doeve voornamelijk hoogwaardigheidsbekleders en hun misstappen tekent en nauwelijks de gevolgen van crises, zoals arme sloebers en hun malaise. Vooral Colijn moet het ontgelden.

T/m 1 september 2013, Zeeburgerkade 10, 1019 HA Amsterdam.

Aap (affiche voor Artis, 1946)

The Beatles in Blokker (Elseviers Weekblad, 13 juni 1964)

Portret Joke Mommersteeg-Janssen (1943)

Doeve was zestig jaar oud toen hij zei: 'Ik zou graag heel grote, fantastische schilderijen maken, waar je je zo'n drie dagen met inspiratie voor opsluit.' Drie dagen! In deze tragikomische zin zit een artistiek probleem verstopt. Een paar vrije uren voelden voor Doeve als een zee van tijd omdat hij tegen opdrachtgevers met haastklussen nooit nee kon zeggen. Het was aan de Tweede Wereldoorlog te danken dat hij überhaupt aan schilderen is toegekomen. Door de oorlog gedwongen stopte hij bij de Haagsche Post en de Radiobode en ging naar het kunstenaarsdorp Blaricum. Hier, in het inspirerende gezel-schap van Raoul Hynckes en Carel Willink, maakte Doeve magisch-realistische portretten die vooral opvallen door de virtuoos geschilderde stofuitdrukking. Hij logeerde bij de familie Mommersteeg en verklaarde dat hij in dit kunstzinnige gezin zeer gelukkig was geweest. In 1977, na een briljant oeuvre te hebben geschapen, zei Doeve tegen Het Parool: 'Toch blijf ik de idee koesteren dat ik ooit nog iets zal maken dat de moeite waard is. Eén goed schilderij, om de zaak af te ronden.'

Het zijn historische beelden, van die vier jongens met rare kapsels die de hormonen van het publiek zodanig bespelen - ergens ver in Noord-Holland - dat de politie er de handen vol aan heeft. Voor Elseviers Weekblad maakte Doeve hierover deze schitterende tekening. Er is een foto bekend waarop de tekenaar, als altijd gestoken in een piekfijn pak, met een schetsboekje pal achter The Beatles staat om het optreden vast te leggen. Links onderaan de tekening staan overigens de handtekeningen van de popsterren, inclusief die van gelegenheidsdrummer Jimmie Nicol. Doeve was in de jaren zestig geregeld actief als tekenende reporter en vloog de wereld over om als ooggetuige verslag te doen: een stripjournalist avant la lettre.

Ook als ontwerper was Doeve een duizendpoot. Hij maakte decorontwerpen voor de Nederlandse Comedie, maatschappijkritische fabels voor de NCRV en boekomslagen voor uitgeverij Het Spectrum. Zijn meest prestigieuze opdracht kwam in 1952, toen De Nederlandsche Bank hem vroeg een aantal bankbiljetten te ontwerpen met beeltenissen van erflaters als Huygens en Erasmus. Doeve merkte al snel dat hij geen artistieke vrijheid kreeg en ging uit weerzin steeds trager werken, tot drukkerij Joh. Enschedé hem wanhopige brieven begon te sturen. Naderhand kreeg Doeve wel genoegdoening, omdat hij meermalen werd gevraagd nepgeld te ontwerpen, zoals het 1 miljard-bankbiljet voor Jelle Zijlstra, van 1967 tot 1980 president van De Nederlandsche Bank. Het origineel van dit biljet is ruim een halve meter breed.

Gielijn Escher is een van de beste affiche- ontwerper van ons land en bezit een groot aantal door Eppo Doeve ontworpen aanplakbiljetten, zoals ze vroeger werden genoemd. Sterker: de affiches die nu in Arti et Amicitiae in Amsterdam hangen zijn door Escher zelf aan de muur bevestigd. Tussen 1946 en 1949 ontwierp Doeve een serie offset-affiches voor Artis waarop een witte aap, een giraffe, pinguïns en een pelikaan zijn afgebeeld, trotse dieren die de typografie omarmen alsof ze willen zeggen: wijzelf zijn het die reclame maken voor deze dierentuin. Befaamde posters van Doeve zijn ook die voor Heineken, met de zwierige ober, en voor de Bedrijfsautomobielen RAI, waarop een sociaal-realistisch gespierde arm kracht schenkt aan het ontwerp.

Eppo Doeve is in de eerste plaats bekend als politiek tekenaar en heeft alleen al voor Elseviers Weekblad zo'n tweeduizend prenten gemaakt. Maar die cartoons tekende hij niet per se vanuit een persoonlijke morele verontwaardiging. Doeve schoof aan bij de zogeheten 'plaatvergaderingen' van de redactie en in overleg werd besloten wat er op papier moest komen. Koos van Weringh, groot kenner van de politieke cartoon, schreef in 1999 in een uitgave van het Persmuseum: 'Hij hoorde niet tot de scherpslijpers die hun gram wilden halen.' Behalve als het om Soekarno ging! Als de Indonesische president Nieuw-Guinea wil inlijven, vergelijkt Doeve hem met Hitler en zijn annexatie van Sudetenland. Sieg Heil = Merdeka (Maleis voor onafhankelijkheid). Een zeldzaam fel statement.

undefined

Meer over