Allesbehalve folklore Perceval plaatst Wedekinds 'Franciska' in een Belgische context

Het Vlaams Blok heeft hem een proces aangedaan wegens 'zedenschennis'. Bij een première van Bernhard verscheurden bezoekers programmaboekjes. Luk Perceval, artistiek leider van Het Toneelhuis - een fusie tussen de Blauwe Maandag Compagnie en de Koninklijke Nederlandse Schouwburg - is zich 'rot geschrokken' van het gebrek aan verdraagzaamheid in Antwerpen....

KARIN VERAART

'WEET JE wat zo dankbaar is aan België? Wat je hier ook speelt, het schuurt altijd. Omdat dit land op zo veel niveaus verwrongen en verkeerd in elkaar zit, is bijna alles revolutionair wat je doet. En natuurlijk hebben we het met Antwerpen helemaal getroffen, de meest donkerbruine stad van het Nederlands taalgebied.' Luk Percevals toon houdt het midden tussen vermoeid en geamuseerd. De regisseur had zich verheugd op garnalenkroketjes, maar het café-restaurant in Knokke serveert vandaag de huisspecialiteit niet.

In cultureel centrum Scharpoord wordt onderwijl gewerkt aan de opbouw van het decor van Franciska, Percevals nieuwe regie. In de hoek staat een manshoge penis, op de bühne her en der zwarte kisten met in witte letters: Blauwe Maandag Compagnie. De BMCie is niet meer, maar het gezelschap dat ervoor in de plaats kwam, draagt onmiskenbaar het stempel van de toneelgroep waarmee Luk Perceval (41) sinds medio jaren tachtig hoge ogen gooide. Vorig jaar werd de Vlaamse regisseur gevraagd artistiek leider te worden van 'fusiegezelschap' Het Toneelhuis in Antwerpen: een samenwerkingsverband tussen zijn (Gentse) BMCie en de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) in Antwerpen. Hij zei ja. 'En dat draai je niet meer terug', zegt hij nu droogjes. Alsof hij dat zou willen terugdraaien. Hij aarzelt, grinnikt: 'Nee.'

Hij kan het aan. Maar kan Antwerpen Perceval wel aan, dat is misschien eerder de vraag.

Vijftien eigen producties wil hij brengen dit eerste seizoen. In Knokke zit een deel van de groep zich in afzondering voor te bereiden op Franciska van Frank Wedekind; twee stukken zijn inmiddels aan het toeren, Moedersnacht en Cocu. Voor het pensioen was seizoensopening. 'Ik heb gekozen voor veelheid en verscheidenheid. Ik wil geen huisstijl. Zo'n groot huis heeft alleen maar zin als het zijn vele middelen weet aan te wenden om het publiek telkens te verrassen. Door diversiteit, mensen aan te trekken die vanuit zeer specifieke invalshoeken het theater benaderen. Zodat je als publiek verplicht wordt om je niet alleen maar te identificeren met één invalshoek, maar moet trachten te begrijpen waarom een andere misschien even legitiem is. En je dus indirect werkt aan een vorm van verdraagzaamheid.'

Het theater is de laatste jaren verstard, zegt hij, 'zéker in Antwerpen: je hebt deSingel, met highbrow Singelpubliek dat naar het betere internationale toneel komt kijken; dan hád je het saaie KNS-gebeuren, zeg maar een soort Haagse Komedie met een paar vergrijsde abonnees, en dan het echt Antwerps theater, met een hoog John-Lantinggehalte. Overal zaten zo van die soorten publiekjes bij elkaar.'

In Gent, de basis van de BMCie, was dat anders. Theater De Vooruit was een duiventil, waar in de kelder rockconcerten werden gespeeld en op zolder 'de meest waanzinnige experimenten' plaatsvonden. 'Het publiek mengde zich voortdurend en daardoor was er veel mogelijk en bespreekbaar.' God, hij mist dat nu, ja. Ook al omdat het, terugkijkend, zulke onbekommerde jaren waren.

Verdraagzaamheid, daaraan ontbreekt het in Antwerpen, 'waar zoals iedereen weet 28 procent van de inwoners op het Vlaams Blok heeft gestemd'. Openheid, daaraan ook. En Luk Perceval neemt geen blad voor de mond. Het kon niet anders dan botsen en knetteren, maar de mate waarin heeft hem toch weer verbaasd.

Het begon al met het openingsfeestje van Het Toneelhuis. Hij wilde per se geen redevoeringen van politici. Wel nodigde hij voor de gelegenheid Toneelgroep Amsterdam uit Liefhebber te komen spelen. Philip Dewinter, leider van het Vlaams Blok, zag het stuk niet maar vond het achteraf een schandalige voorstelling, 'zedenschennis'. Ook de Vlaamse liberalen lieten weten met dergelijke praktijken niet akkoord te kunnen gaan en stelden voor de subsidie vast maar op te schorten.

Het Knokkense café loopt vol. 'Allemaal renteniers, die hier van hun zwart verdiende geld hun Grimbergen komen drinken', zegt Perceval half gekscherend. Hij laat zijn stem een beetje dalen. 'Die subsidiekwestie is opgelost. Maar ik heb wel persoonlijk een aanklacht wegens zedenschennis aan mijn broek.' Ingediend door Philip Dewinter. Percevals advocaat heeft hem net laten weten dat daaraan gevolg gegeven wordt.

'Ik riskeer drie jaar gevangenisstraf.' Bij de onderzoekspolitie kreeg hij te horen: 'Kijk, afhankelijk van welke procureur hieraan gevolg wenst te geven, en afhankelijk van tot welke loge en lobby de man behoort natuurlijk - zo is dat hier in België - kan het alle kanten op: van sepot tot cel.'

Even later, monter: 'Het positieve aan de zaak is dat we met Het Toneelhuis nu meer en meer een publiek krijgen dat zich identificeert met het engagement, dat door te komen zelf stelling neemt.'

De liberalen lieten het er ook niet bij zitten. Hun fractievoorzitter in de Antwerpse gemeenteraad Ward Beysen - hij zag Liefhebber al evenmin - bracht de slogan '300 miljoen francs voor pornografie' de wereld in en daagde Perceval uit tot een live-confrontatie op tv. 'Een liberaal politicus die uitblinkt in de meest fascistoïde uitspraken die je maar kunt bedenken, die uit is op electoraal winstbejag. Na de uitzending zegt 'ie in de schminkkamer: ''Toch heerlijk, zo'n beetje extra publiciteit.'''

Voor Perceval is het kwaad geschied, zegt hij. 'Zo'n slogan 300 miljoen (het subsidiebedrag) voor pornografie, dat vergeet geen Antwerpenaar meer, in een tv-debat zet je dat niet recht.'

Voor het pensioen was schok nummer twee. Nu hadden ze wel wat verwacht van het stuk waarin Thomas Bernhard op zijn messcherpe wijze het rechtse (Oostenrijkse) establishment onderuithaalt. Niet voor niets had Perceval de setting naar het 'hier (Antwerpen) en nu gehaald'. Maar de negatieve reacties waren overweldigend. Toeschouwers liepen de zaal uit of het toneel op, ostentatief programmaboekjes verscheurend. 'Oké, er was ook applaus, maar ik ben me rotgeschrokken.'

Er wordt in het stuk verwezen naar de oorlog, zegt Perceval, en die is in België - en zeker in Antwerpen - niet verwerkt. Hij haalt een Vlaamse documentaire aan, waarin geïnterviewden stuk voor stuk lieten weten 'niets vergeten te zijn'; zeker niet die landgenoten die hún familie destijds schade zouden hebben berokkend. Perceval: 'Dat zijn dan de kinderen van mensen die omwille van een absurdistische speling van de geschiedenis er niet meer zijn. Wat is het gevolg: haat en wrok. Wat er in Bosnië gebeurd is, dat kan hier net zo goed gebeuren. Ik denk dat we daar niet ver vanaf zijn.'

Mijmerend: ''t Is toch onze vaderlandse geschiedenis. Zeshonderd jaar lang hebben we tijdens Spanjaarden, of Oostenrijkers, of Fransen ondergronds moeten zien te overleven, dan wel vluchten. En dan zeg ik je, degenen die zijn weggegaan, dat waren de lui met kloten. Het is opvallend, zo'n compromissenvolk als er is overgebleven: ''Laten we het maar houden zoals het is. Corrupt, justitie deugt niet en er worden kinderen misbruikt en vermoord, ach, niet te veel drukte over maken.''

'Zoals Jean-Luc Dehaene zegt: ''Bij een ander gebeurt het ook, maar daar hoor je er niet van. Waarom is Dutroux een internationaal nieuwsitem geworden? Omdat het komkommertijd was. De media hadden wat nodig.'' Perceval: 'Ik dacht: maar jong toch! Wat zegde gij nu?'

Soms denkt hij wel aan vertrekken, ja. Tom Lanoye, die de Shakespeare-koningsdrama's bewerkte voor Percevals gelauwerde marathonvoorstelling Ten Oorlog! bij de BMCie, vertelde deze week nog van kapotgestoken autobanden. Perceval is blij dat hij luiken voor de ramen heeft. Een aantal jaren terug werd een klein theater dat hij juist had betrokken in opdracht van extreem-rechts met drie molotovcocktails bestookt. Er vielen geen ernstige gewonden, maar het gebouw brandde tot de grond toe af. Van verzekering noch via rechtszaken zag hij ooit een cent terug. 'Als je dat eenmaal hebt meegemaakt acht je nieuwe acties reëel.'

In een recent gesprek met collega Ivo van Hove zei de laatste: die rel die jij hier aan de hand hebt, dat wordt buiten Antwerpen als folklore beschouwd. Perceval: 'Hij doelde op Nederland, waar hij werkt. Mensen kúnnen het niet anders opvatten dan als zodanig, het is te beangstigend. Maar het is allesbehalve folklore, dat kan ik je verzekeren.'

Bij de bewerking van Wedekinds Franciska hebben Perceval en vertaler Marcel Otten ervoor gewaakt sloganesk of politiek te worden 'want dat is gevaarlijk', zegt Perceval fijntjes. Niettemin hebben ze een en ander toch weer in een Belgische context geplaatst.

Toen hij een jaar geleden, net voor de première van Ten Oorlog! moest gaan nadenken over de programmering van Het Toneelhuis, schoot hem weer het stuk te binnen dat hij ooit van een vriend kreeg, maar rap ter zijde had gelegd. 'Ik begreep er geen bal van.' Om te beginnen was het in gotisch schrift, maar Wedekind had er bovendien zo aan gesleuteld om het in 1911 door de Duitse censuur te krijgen dat het zich liet lezen als een cryptogram. Percevals hoofd stond er in het geheel niet naar, maar hij moest toch wat en sloot zich twee weken op met een woordenboek. Hij was verkocht. Hij werd verliefd. Woorden schieten tekort. Dat andere regisseurs er tot nu toe met een boog om heen zijn gelopen verbaast hem. 'Het is veel fascinerender dan Lulu, dat Wedekind, meer dan Franciska, schreef vanuit de rationele noodzaak zich te wapenen tegen critici die in hem een verdorven volksopruier zagen.

'Franciska is veel meer vanuit de emotie geschreven. Hierin stelt Wedekind de vraag aan de orde waarom de mens zo moeilijk met de liefde omgaat. Hij roept de vrouw - in zekere zin is hij een feminist-avant-la-lettre - op tot een vrije beleving van de liefde, omdat hij gelooft dat hierin de bevrijding van de maatschappij ligt; hij kent haar een heel belangrijke rol toe in die bevrijding.'

Ernstig: 'En wat voorts zo fascinerend is: de personages spreken in een soort geheimtaal, omdat de passie die hen overkomt niet maatschappelijk aanvaard is. Hun affaires moeten geheim blijven, de bastaardkinderen die hieruit voortkomen worden in kelders verstopt. En de auteur moet dit in geheimtaal opschrijven, om te voorkomen dat hij van, zeg, zedenschennis wordt beticht.'

Maar er zit meer in voor Perceval, zoveel meer: 'Wedekind toont hoe je liefdesgeschiedenissen meemaakt als de meest onlogische, ongrijpbare, oncontroleerbare ervaringen in je leven. Die herkenning wekt voor mij een heel diepe ontroering op en ook een heel grote liefde voor dat stuk.'

En als vanzelf komt hij weer terug bij zijn andere grote liefde: Shakespeare en Ten Oorlog! dat hij komend jaar met het Schauspielhaus Hamburg tijdens de Salzburger Festspiele gaat opvoeren, alle sores in Antwerpen ten spijt. De organisatie tijdens zijn afwezigheid is in goede handen bij Guy Joosten, zegt hij, en zo was het bij de oprichting van Het Toneelhuis bedacht.

Het Toneelhuis herneemt Ten Oorlog! dit voorjaar in Antwerpen en nee, Perceval krijgt er geen genoeg van: 'Er zitten zoveel kanten aan die voor mij existentieel zijn, zoals bij Wedekind: de onmogelijkheid van de liefde, die bij Shakespeare ook is: de missing link tussen ouders en kind, tussen broers. Het onwaarschijnlijke gegeven dat je binnen een familie een soort onvoorwaardelijke liefde hebt, want valt de één dood, staan ze allemaal te huilen om het gemis, maar zolang we nog leven is het niet mogelijk ook maar enigszins in harmonie een kerstfeest te organiseren.

'Het is iets wat me m'n hele leven al fascineert, waarom mijn ouders mijn ouders zijn en nooit echt van elkaar gehouden hebben, en dat ik toch een kind ben van die twee mensen. En waarom ik zelf nauwelijks met de liefde kan omgaan. Dat is een gegeven waar ik mee op sta en mee ga slapen. Hoe komt het dat het niet lukt. Maar ik begin de laatste tijd meer te houden van de mislukking.

''t Is dan een troost om met Shakespeare bezig te zijn. Hij is een soort wijze meester bij wie je vertoeft, iemand die zegt: tja, daar was ik vierhonderd jaar geleden ook al mee bezig en zie waar ik uitgekomen ben, bij een schuimbekkende Richard III, die tegen God zegt: klootzak waar ben je nu.'

Franciska door Frank Wedekind. Het Toneelhuis, in regie van Luk Perceval. In: Bourla, Komedieplaats 18 Antwerpen. Première 26 november. Tournee. Nederlandse première 15 december in Stadsschouwburg Amsterdam. Informatie: 0032-3-2248844.

Meer over