Alles willen winnen is niet netjes

In Stadbroek, de volkse wijk van Sittard, ging Danny Nelissen naar school. Maar leren deed hij vooral op straat. 'Het was van je afslaan, of thuiskomen met een blauw oog.' Nelissen werd er zo door gehard dat hij op de been bleef toen een verstoord hartritme het einde van een...

WYBREN DE BOER; JAAP VISSER

HET telegram van Piet Kuys, voormalig bondscoach van de amateurs, zei 'm meer dan al die andere gelukwensen bij elkaar. 'Gefeliciteerd. Fantastisch gereden', liet Kuys weten. Danny Nelissen keek er van op. Met Kuys had hij 't immers geregeld aan de stok gehad. 'Omdat wij nogal verschilden van inzicht over mijn mogelijkheden.'

Kuys was de coach die de onstuimige Nelissen probeerde af te remmen. 'Omdat hij vond dat mijn ontwikkeling geleidelijk moest gaan. Piet wilde mij voorzichtig brengen, maar ik wilde sneller. Omdat ik wist dat ik meer kon. En ik heb gelijk gekregen, ook van Kuys.'

De winnaar van Olympia's Ronde, 's lands gewichtigste etappekoers voor amateurs, heeft weer vrienden, veel vrienden, maar Nelissen weet ze op waarde te schatten. 'Want waar waren die mensen toen ik vorig jaar in de shit zat? Ik heb ze niet gezien.' Steun vond hij in die donkere maanden bij oom Jean, de wielerverslaggever en televisiecommentator, bij de rest van z'n familie en bij vertrouwensman Manfred Krikke. De wielerwereld schreef hem af en de medische wetenschap, zo leek het, ook.

Op 18 januari 1994 toog TVM-renner Danny Nelissen naar het Sint Joseph-ziekenhuis in Veldhoven, voor een routine-onderzoek. Tot zijn verbijstering openbaarde zich een stoornis in het hartritme. 'Ik was moe na een zwaar seizoen, maar ik voelde niets, ik had nooit ergens last van.'

Ploegleider Cees Priem herinnerde zich de tragische geschiedenissen van Johannes Draaijer en Bert Oosterbosch, jonge coureurs die plotseling waren overleden door een acute hartstilstand. Priem verbood Nelissen nog langer te fietsen en de bond trok zijn proflicentie in. Werkgever TVM liet weten het contract te willen ontbinden.

Nelissen: 'Ik kreeg nauwelijks de kans om te bedenken wat er aan de hand was. Iedereen begon van alles te roepen. Anderen raakten in paniek, ik niet.'

Daarom meldde hij zich in het Academisch Ziekenhuis van Maastricht, bij professor Wellens en specialist Smeets, voor een second opinion. 'Daar stond ik in m'n ponnetje onder die scan. En maar vragen: is er wat te zien, hebben jullie al wat gezien?' Maar de geleerden zagen niets, evenals de cardiologen in Nashville die op hun congres de casus Nelissen bespraken. Uiteindelijk trok ook de Veldhovense hartspecialist Hoogsteen zijn aanvankelijke conclusie in.

Maar in het peloton bleef de argwaan. 'Ik was besmet en daar kom je in dit wereldje niet gauw van af.' Van de bond kreeg hij evenwel zijn licentie terug en TVM werd gedwongen hem weer in dienst te nemen. Nelissen weigerde echter een verklaring te tekenen dat de ploegleiding bij een ongeval geen verantwoordelijkheid zou dragen. Aan het eind van het seizoen werd hij alsnog op straat gezet.

Met het Belgische Collstrop kwam hij tot een mondeling akkoord, dat uiteindelijk toch niet in een contract werd omgezet. 'Ze zeiden dat ze liever Jeff Bernard namen, maar waarschijnlijk durfden ze het met mij gewoon niet aan.'

Wat restte was een terugkeer naar de amateurs. Of stoppen. Nelissen: 'Er is een moment geweest dat ik het niet meer zag zitten. Mijn gevecht met TVM kostte zoveel energie dat ik me ging afvragen of dat het allemaal wel waard was.'

Dat was het, concludeerde hij na langdurige overpeinzingen. 'Stoppen, terwijl ik de juridische strijd had gewonnen, zou betekenen dat alles voor niets was geweest.'

Oom Jean zei dat hij z'n talenten niet mocht verkwisten, Krikke beloofde alles te doen om hem terug te brengen naar de profs en de renner bespeurde nog altijd de drang om een groot coureur te worden. 'Het gevoel: ik zal ze eens wat laten zien, werd steeds sterker. 'Met Krikke heb ik uren gefilosofeerd over hoe we het moesten aanpakken. Ik wilde revanche, maar daarvoor heb je het beste materiaal, de beste trainer en de beste ploeg nodig.'

Krikke, de manager die de succesvolle profploeg PDM vorm gaf, schiep alle voorwaarden om Nelissen terug te brengen naar de top. Privé-trainer werd Adri van Diemen, een inspanningsfysioloog van de Haagse Academie voor Lichamelijk Opvoeding, en in Dextro uit Volendam werd de ideale ploeg gevonden om Nelissens talenten optimaal tot ontplooiing te brengen.

Ploegleider Leo van Etten rept zelfs van het 'project Nelissen. Natuurlijk willen we koersen winnen, maar ons voornaamste streven dit jaar is om Danny terug te brengen naar de profs. En dat gaat lukken, want hij is gewoon te goed voor de amateurs. Veel te goed.'

Danny Nelissen fietst bij de amateurs, maar hij denkt en doet als een beroepsrenner. 'Een prof leeft verfijnder. Die eet, drinkt, rust en laat z'n lijf verzorgen.' Hem hoeven ze niks te vertellen, ook niet tijdens de koers. 'Om me heen zie ik ze nerveus kijken. Voor de meeste amateurs moeten de ploegleiders denken. Maar ik hoef alleen maar te weten wie voorop zitten en hoe groot de voorsprong is. De tactiek kan ik zelf wel bedenken.'

Nelissen kan leven als een prof omdat hij in die vier jaar bij de professionals goed verdiende en geen 'domme dingen' deed. 'M'n vader zei altijd: wat je over de balk gooit, komt niet meer terug.'

Een jaar heeft hij er voor uit getrokken om zich te revancheren. 'Krijg ik geen profcontract dan zal ik moeten gaan werken, want mijn gezinnetje mag niks te kort komen. Dan is het fietsen zo goed als voorbij. Spijtig, maar dan weet ik dat ik er alles aan gedaan heb.'

Trainen doet hij op z'n Italiaans, dat wil zeggen: 'meer kwaliteit dan kwantiteit en alles op de fiets'. En met schema's van Van Diemen in de hand. 'Van Diemen weet er net zo veel van af als die Italiaanse professor Ferrari. Ook als ik terug naar de profs ga, blijf ik met hem werken. Hij is net als ik een perfectionist voor wie één-na-de-beste nooit goed genoeg is. Ik heb in niemand een blind vertrouwen, maar van Van Diemen neem ik heel veel voor waar aan.'

Deed Nelissen bij TVM zijn mond open dan vonden ze hem maar een lastige kwibus, veel te bijdehand voor een renner van nog maar 22. 'Zo Nelissen, is 't weer niet goed genoeg, zeiden ze dan.' Bij PDM was hij gewend dat er naar de renners werd geluisterd, ook naar hem. Bij de uitmuntend georganiseerde ploeg van Krikke kon zelfs de neoprof Nelissen mondig zijn. 'Elke opmerking werd er serieus behandeld.'

De talloze geruchten over medische experimenten en hormoonkuren ten spijt, spreekt Nelissen nog altijd vol bewondering over het drie jaar geleden ter ziele gegane PDM. 'Ik heb nooit wat verdachts gezien of gehoord. Ik zag alleen een ploeg waar elk detail tot in perfectie was geregeld.'

Zelfs die ene fatale misser, de waarheid verhullen nadat bij het toedienen van een voedingssupplement een hele Tourploeg was geveld, kan hij de ploegleiding vergeven. 'Ze gaven een miljoen uit aan medische begeleiding en gingen in de fout door één vieze naald van een kwartje. Dat durfden ze niet op te biechten en door steeds met een andere verklaring te komen, hebben ze argwaan gewekt. Die argwaan is altijd gebleven en heeft de ploeg kapot gemaakt. De opheffing van PDM is funest geweest voor het hele Nederlandse wielrennen.'

Vorig seizoen trachtte Krikke opnieuw een grote wielerformatie van de grond te krijgen, maar de plannen strandden. Nelissen: 'De laatste tijd hoor ik 'm er niet meer over, maar als Krikke plannen heeft mag hij me vragen. Graag zelfs.'

Ook een hereniging met de Vlaamse ploegleider Ferdi Vandenhaute zou 'm welkom zijn. Als assistent bij PDM imponeerde Vandenhaute de jonge Nelissen met zijn scherpe inzicht. 'We stonden ergens aan het vertrek en Ferdi zegt: nummer tachtig, let vandaag op nummer tachtig. Ik dacht nog: wat staat die nou te bazelen. Ik miste de slag en toen ik aan de meet kwam, moest ik vragen wie er gewonnen had: Sammy Moreels, nummer tachtig. Toen wist ik dat ik voortaan in de buurt moest blijven van het rugnummer dat Vandenhaute had genoemd.'

Als jongeling begreep Nelissen niet veel van het koersen. Meestal sleurde hij kilometers lang aan de kop van het peloton. Of hij fietste honderd kilometer lang vijftig meter voor de meute uit om bij de finish door vier of vijf man te worden voorbijgestoven.

'Ik was zo stom als een ezel, maar zei Knetemann niet: de stomsten zijn vaak ook de sterksten?' En ineens, bij de nieuwelingen, ging het hem dagen, doorzag hij de koers. 'Het is net wiskunde, ineens zie je het. Ik kan nu wel zeggen dat mijn tactisch vermogen goed is, heel goed zelfs.'

Recent bewees hij dat in Olympia's Ronde. Nelissen koos zorgvuldig zijn mogelijkheden en benutte ze. Na een vroege demarrage sloeg hij zijn slag op vertrouwd terrein, het Limburgse heuvelland. In de tijdrit was hij ongenaakbaar en met een etappezege op het vlakke bevestigde hij een allrounder te zijn.

Zijn overmacht had nog groter kunnen zijn, maar Nelissen verdeelt wanneer hij heerst. 'Alles willen winnen is niet netjes. Je hoort elkaar wat te gunnen.' Een kwestie van respect voor je tegenstanders. Bij de amateurs een grotere uitzondering dan bij de profs. Nelissen heeft dat in Olympia's Ronde het peloton duidelijk willen maken. 'Ik heb geprobeerd ze onderling wat beleefdheid bij te brengen.

Aan één renner in het bijzonder had hij zich geërgerd. 'Niels van der Steen zei dat ik of stom was of geen koersinzicht had. Toen ik de volgende dag had gewonnen, heb ik z'n ploegleider opgezocht en gezegd: doe die Van der Steen de groeten. Daarna was het over, ben ik het vergeten. Praten over collega's, dat doe je niet. Iemand flikken of onwaarheden vertellen over een renner, dat krijg je altijd een keer terug.'

Zo kan Serge Baquet op zijn vingers natellen dat hij Nelissen ooit nog eens zal tegenkomen. 'We reden in Geraardsbergen, een kermiskoers en Redant was weg. Ik zat er met drie van Lotto achteraan. Tienduizend francs als je meerijdt, zeiden ze. Oké, zei ik. Maar wat ik nooit had verwacht, gebeurde: Redant viel stil en de koers was weer open.

'Baquet demarreerde en ik sprong mee. Het dubbele als ik mag winnen, zei ik. Nee, zei hij, ik woon hier in de buurt. Ik verdubbel het nog een keer, zei ik. Da's vierduizend gulden hè. Nee, zei Baquet. En ik: oké dan blijft onze eerste afspraak staan. Hij won de sprint omdat ik m'n poten stil hield, maar m'n geld heb ik nooit gekregen. Die is dus nog een keer aan de beurt.

'Zo werkt dat in het peloton. Renners die demarreren als de klassementsleider staat te pissen, renners die dwars door afspraken heenrijden, komen zichzelf altijd een keer tegen. Zelfs in het wielrennen met al z'n gekonkel duurt eerlijkheid het langst. Belazer jij de kluit dan kun je er donder op zeggen dat ze je ooit zullen terugpakken. Al moeten ze je fiets er voor afbreken.'

Meer over