Alles wil zo graag leven, dat ik ervan in mijn godvergeten sas raak

Afwisselend betuigen Stella Bergsma en Sylvia Witteman hun liefde voor Nederlandse woorden die je niet vaak genoeg meer hoort. Deze week: in mijn sas.

Het voorjaar komt eraan Beeld anp
Het voorjaar komt eraanBeeld anp

Het is misschien nog koud maar het is lente, je ruikt het in de lucht. De zon schijnt, de krokusjes bloeien. Ik loop in de stad, in mijn sas. Heel erg. Er middenin. BOEM! In het hart van mijn sas ben ik. Alles is mooi. Mijn buurtje, de mensen, ze lachen weer. Hebben hun kleurenkleren aangetrokken. Er is hoop voor de toekomst.

Zo tevreden ben ik waar ik woon. Amsterdam, Hoofddorppleinbuurt. Net volks genoeg om met 'schat' te worden aangesproken, ouderwets genoeg om aan mijn opa en oma te denken en aan de plakjes worst die ik kreeg bij de slager. Maar inmiddels ook een grote, trendy gegentrificeerde gecentrifugeerde hippe bende van poke-bullshit en matcha lattes.

En ik houd ervan. De te koude terrasjes vol ingepakte mensen, hun bleke koppen als schildpadden uit hun plofjassen gestoken, hunkerend naar de eerste zonnestralen. Alles wil zo graag leven, dat ik ervan in mijn godvergeten sas raak. Midden erin huppel ik door het Vondelpark.

Waar komt dat nou vandaan, sas? Het is onbekend, er is een verklaring dat het van sperma zou komen. Loop ik hier nou een beetje zaadgraag te zijn? Of sluis, dat zegt me maar bar weinig. Het schijnt misschien snel verbrandend al dan niet ontplofbaar mengsel, palmhouten beitel, of uitgespogen speeksel van een tabakspruimer te betekenen.

De meest logische verklaring vind ik dat er een verband zou zijn met het Bargoense woord sjakelen; zuipen, pimpelen. Wat weer teruggaat op het Hebreeuwse sasjoon: drinker. Wellicht betekent in je sas zijn van oorsprong dus wel gewoon vrolijk door dronkenschap. En zo voel ik me wel eigenlijk. Er loopt een man met een heel klein hondje voorbij. 'Wat schattig', zeg ik. 'Ja hè', antwoordt de man, 'en hoe vind je mijn hondje?' Dronken van lente, dat zijn we.

Meer over