Alles went, zelfs zandbak in Eritrea

'Heli!', schreeuwt de kapitein der mariniers wanneer de enorme wentelwieken van de Russische Mi-8-helikopter aan de horizon verschijnen. Commandant A....

Van Gils (47) verdwijnt rap in de stofwolken, veroorzaakt door pantserwagens en rupsvoertuigen . Vijf uur geleden verliet een aantal Nederlandse chauffeurs zijn kamp om militair materieel van de havenstad Massawa naar het transitcentrum bij Dekhemare te vervoeren. Nu komen ze terug, per Russische VN-heli.

Zo'n 140 kilometer hebben ze afgelegd, honderden haarscherpe bochten hebben ze genomen en in even zovele ravijnen hebben ze geblikt. Na die tocht mailde chauffeur W. Leushuis meteen zijn ouders. 'Het is écht apart. Het rijden valt best mee. Maar wat moet je oppassen met die hoogteverschillen en de bochten.'

Nederlands nieuwste VN-missie, langs tweehonderd kilometer grensgebied tussen Ethiopië en Eritrea, komt vanaf deze week in een beslissend stadium. In de Eritrese hoofdstad Asmara arriveert vanaf dinsdag het eerste deel van de Nederlands gevechtstroepen voor de Unmee-missie.

Tegen het einde van deze week moet de ruim elfhonderd man sterke eenheid, gedomineerd door het korps mariniers, compleet en operationeel zijn. Een logistieke operatie, die op 20 november begon met het vertrek van het transportschip Rotterdam naar Massawa, is dan grotendeels afgerond.

In Asmara en Massawa domineert het legergroen van honderden mariniers en soldaten van de landmacht. Wat bestempeld was als een van de grootste logistieke operaties van Defensie tot nog toe, is ongekend voorspoedig verlopen. Ondanks de enorme afstanden, de gebrekkige infrastructuur en de hitte. In Massawa rekent majoor H. van de Ven van de Defensie Verkeer en Vervoer Organisatie voor dat zondag al 432 containers en 321 voertuigen aan land zijn gebracht. Van hieruit worden de Patria-pantserswagens, trucks en ander materieel overgebracht naar Dekhemare. Daarna worden ze verspreid over de bases in het operatiegebied.

Op de weg van Massawa naar Dekhemare kruipen constant kleine VN-konvooien naar boven, langs zwaaiende Eritreeërs. Eerder op de dag had inlichtingenofficier kapitein H. de Vries het lokale verkeer, naast het mijnengevaar en de ziektes, aangemerkt als een van de risico's voor de Unmee-missie: 'De mensen zijn niet gewend aan verkeer, ze steken gewoon over.'

De chauffeurs die even langs de weg stoppen, op centimeters afstand van diepe ravijnen, beamen het onvoorspelbare weggedrag van de Eritrese burger. Maar alles went, is hier de boodschap. In de namiddag stapt de groep van chauffeur Leushuis bij Massawa doodmoe in de bus om per landingsvaartuig te worden vervoerd naar de Hr. Ms. Rotterdam die buitengaats ligt. Daar wacht hun een bordje rijst met rundvlees, een bad en een bed. Om half vijf moeten ze weer op.

De jolige Van Gils zwaait ze uit. Nee, hij gaat ze deze dagen niet achterna. Van Gils blijft op zijn '24-uurskamp', waar hij slaapt in een boogtent. 'Dit moet geklaard worden', roept Van Gils terwijl hij kijkt naar het witte wagenpark om hem heen. 'Iemand moet toch dit zware werk bij 42 graden doen?'

Aan de kade van Massawa heeft majoor E. van der Lichte zo zijn eigen zorgen. Zijn drie Chinook-transporthelikopters staan geparkeerd in een hoek van het terrein. De rotorbladen moeten er nog op. Vandaag moeten de heli's operationeel zijn, maar het hoofd technische dienst van het helikopterdetachement maakt zich druk om zand en stof. 'We hadden filters kunnen kopen voor de motoren, maar die kosten een half miljoen gulden per stuk.'

Meer over