Alles voor de baas, de baas vóór alles - dat is de toekomst

De strijd om de eigenwaarde van de werknemer is begonnen. Verdere flexiblisering is volgens Jan Marijnissen en Wim van Dorst niet alleen asociaal, maar ook kortzichtig....

VOLGENS minister-president Kok behoort de baan voor het leven tot het verleden. 'De werknemer zal zijn of haar eigen verantwoordelijkheid moeten nemen om de eigen duurzame inzetbaarheid veilig te stellen. Wie daar niet aan denkt mist de boot', aldus Kok op een conferentie georganiseerd door minister Wijers van Economische Zaken over het nieuwe modewoord employability.

Op datzelfde moment kwam naar buiten dat Philips af wil van de vaste contracten met zijn werknemers. Bovendien wil men weer prestatiebeloning invoeren en eist men van de 'nieuwe' werknemer dat hij overal inzetbaar is, in elke functie en op elke fabriek.

Maar niet alleen Philips, ook AKZO, Heineken, AEGON, KPN en ABN-AMRO zijn met dit soort plannen bezig. Employability is de nieuwe loot aan de stam van de eufemismen - uitgevonden door het bedrijfsleven om de werknemers en hun vakbonden af te houden van het stellen van looneisen.

Philips vindt dat elke werknemer zich de manager van zijn eigen 'Employability BV' moet voelen. En om druk op de ketel te zetten hoeft de werknemer niet meer te rekenen op een vast arbeidscontract. Bij Philips denkt men nu over een 'paraplucontract', een contract waarin men overeenkomt 'periodiek de arbeidsrelatie te herijken'. De werkgever kan de werknemer bij zo'n 'herijking' dan gewoon ontslaan.

De ontslagbescherming wordt zo de facto om zeep geholpen. De werknemer die te weinig aan zijn employability - zijn bruikbaarheid voor de baas - werkt kan ander werk gaan zoeken. Of hij wordt gedwongen ergens anders te gaan werken; of hij krijgt minder salaris, demotie dus; of beide.

De laatste jaren zien we in ons land een ontwikkeling in de richting van een steeds flexibeler arbeidsmarkt. Bedrijven bouwen hoe langer hoe meer hun personeelsbestand op volgens het 'schillenmodel'. Een kleine kern van mensen in vaste dienst, daaromheen een schil met flex-werkers die nog onder een CAO vallen, daaromheen een schil losse arbeiders voor de langere duur en daaromheen weer een schil met arbeiders die alleen worden aangetrokken als er pieken zijn. Hoe verder van de kern, hoe lager de lonen en hoe slechter de arbeidsvoorwaarden.

Dertig procent van de productiemensen bij bedrijven als Océ, DAF, Stork, Rank Xerox bestaat uit flexwerkers. In vijf belangrijke sectoren ven de economie, waaronder de horeca, glastuinbouw, en dienstverlening heeft nog slechts 27 procent van de werknemers een vast contract.

Uit een onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit 1996 blijkt dat 16 procent van de werknemers in ons land een flexibele baan heeft. Volgens Delsen en De Jong (ESB, 23 april 1997) bestaat 60 procent van de recente banengroei uit flexibele banen.

Uit cijfers van het CBS over l996 blijkt dat 225.000 mensen werkten als uitzendkracht, 35.000 meer dan in l995. Van al het werk in Nederland is 3 procent uitzendwerk. Ter vergelijking: in Duitsland is dit slechts O,5 procent en in de VS 1,6 procent.

Om de flexibilisering verder te bevorderen heeft het kabinet-Kok ervoor gezorgd dat wettelijke belemmeringen werden weggenomen. Zo zijn de arbeidstijden verlengd met de invoering van de nieuwe Arbeidstijdenwet en kwam er een nieuwe Winkeltijdenwet.

Maar volgens de econoom Kleinknecht zien de werkgevers de negatieve kanten van deze flexibilisering op lange termijn over het hoofd.

Werkgevers investeren niet in hun flexwerkers, doen nauwelijks aan scholing, en informeren ze slecht over wat ze precies moeten doen. Het is niet voor niks dat er relatief veel uitzendkrachten betrokken zijn bij bedrijfsongevallen. Het is niet verwonderlijk dat de meeste flexwerkers noch affiniteit met het werk noch loyaliteit ten opzichte van de baas hebben, ze zich vaak maar half inzetten, en meestal bezig zijn met het zoeken naar een andere, vaste baan.

De collectieve arbeidsovereenkomsten worden steeds meer omzeild omdat de relatie werkgever-werknemer steeds verder wordt geïndividualiseerd. Niet alleen wat betreft het arbeidscontract, maar ook wat betreft werktijden, scholing en beloning.

Net als Shell en andere bedrijven denkt ook Philips aan de invoering van 'een substantieel deel variabel salaris ten koste van het vaste salaris.' Prestatieloon dus. Dat is slecht voor de werknemer. Immers, bij ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid wordt de uitkering alleen berekend over het vaste loonbestanddeel.

Prestatiebeloning maakt van de werkplaats een arena waar voormalige collega's elkaars concurrenten zijn, zet de deur open voor vriendjespolitiek, maar bovenal jaagt het de mensen nog verder op. Per jaar worden er nu al 250.000 mensen ziek vanwege stress. Er zitten op dit moment al zo'n 100.000 mensen in de WAO vanwege stress, en per jaar komen er nog eens 10.000 bij.

Op het gebied van de werkdruk is ons land volgens NIA/TNO niet alleen topscorer, ook de stijging van de werkdruk is nu al meer dan gemiddeld. Prestatieloon zal alleen maar leiden tot nog meer stress. En dit in een land dat nu al de hoogste arbeidsproductiviteit heeft van heel Europa, een land waar degenen die een baan hebben zich uit de naad moeten werken, terwijl zo'n 1,5 miljoen mensen met een uitkering noodgedwongen thuis zitten.

Op dit moment heeft iedereen het over het succes van het poldermodel. Flexibilisering en loonmatiging zijn belangrijke pijlers onder dat succes. Beide hebben eraan bijgedragen dat de Nederlandse bedrijven overwinsten hebben kunnen boeken.

Daarvan zijn de bedrijven zelfgenoegzaam en lui geworden. Zij investeren naar internationale maatstaven nauwelijks in onderzoek en innovatie. Bij de eerste de beste recessie zullen we geconfronteerd worden met de gevolgen van de Wet van de Remmende Voorsprong.

De eenzijdige fixatie op de bijdrage die werknemers kunnen leveren in de vorm van flexibilisering en loonmatiging is kortzichtig en onderstreept nog eens het gebrek aan een lange-termijnvisie. Alles voor de baas, de baas vóór alles, dat lijkt het adagium voor de toekomst te zijn. De waarde van iemand wordt gelijk aan zijn economische waarde, zijn waarde voor de baas. McWorld rammelt aan de deur. Het is wel zeker dat de vakbeweging maar beter niet open kan doen.

Jan Marijnissen is fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer. Wim van Dorst is voorzitter van de FNV kadergroep bij Philips Oss.

Meer over