‘Alles kan plots voorbij zijn’

Hans Kamps werd geboren in een Utrechtse arbeiderswijk, studeerde economie, richtte een adviesbureau op en verkocht dat. Hij is nu verzamelaar van invloedrijke functies, maar mijdt de publiciteit....

De man met twaalf banen woont in een riant pand aan een van de brede lanen in Amsterdam- Zuid. Tussen de advocatenkantoren, hotels, gevestigde artiesten en tandartsen. En ja, Bram Zeegers, de vermoorde getuige tegen Willem Holleeder, woonde ook in de buurt.

Een pand dat, afgezien van de moderne meubilering, oogt als bij oplevering in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Prachtige houten lambrizering met ingebouwde kasten, visgraat parket en glas-in-lood ruitjes. De keuken is gebouwd op kosjer koken, met twee aanrechten.

Hans Kamps is er trots op. En om die twaalf beroepen die op zijn cv prijken, moet hij lachen. ‘Ha, twaalf beroepen, dertien ongelukken, zeker? Nou, nee. Allemaal geluk. Dat cv is trouwens gedateerd. Het zijn niet zozeer beroepen, eerder functies. Ik sta nergens op de loonlijst. Dat betekent dat ik de ruimte heb om al die functies met elkaar te combineren.’

Toegegeven, het recentste cv van Kamps telt achttien functies. Zonder echte gemeenschappelijke noemer. Enerzijds is hij adviseur op sociaal-economisch terrein: zo is Kamps voorzitter van de lobbyclub van uitzendbureaus (ABU), onafhankelijk lid van de Sociaal-Economische Raad (SER), voorzitter van het Cultureel Jongeren Paspoort, actief in werkgeversclub VNO-NCW en lid van een adviesclub van FNV Bondgenoten. Maar met kompaan Hans de Boer, de oud-MKB-voorzitter, participeert hij ook in bedrijven, en hij is commissaris bij onder meer apothekerskoepel OPG.

Een beetje een allemansvriend? Onafhankelijk kroonlid van de SER, voorzitter van werkgeversclub ABU én adviseur van de grootste vakbond, FNV Bondgenoten.

‘Nou, dat bij Bondgenoten stelt niet zoveel meer voor. De vorige bondsvoorzitter, Hans de Vries, heeft die adviesraad ingesteld, maar die leidt al jaren een slapend bestaan. Als het goed is, staat die nu niet meer op mijn cv.

‘Maar los daarvan. Nee, ik waai niet met alle winden mee. Ik heb duidelijke standpunten en daar maak ik geen geheim van. Zoals ik er ook geen geheim van maak dat ik PvdA-lid ben, ook al heb ik ook daar nog wel eens afwijkende standpunten. Zo heb ik meer oog voor de belangen van het bedrijfsleven dan daar gebruikelijk is.’

Bij de ABU bent u toch een papegaai voor de uitzendlobby?

‘Zo voel ik dat niet. Ik krijg daar enorme vrijheid om te roepen en te lobbyen voor waar ik zelf in geloof. Ik luister natuurlijk wel naar wat de achterban vindt, maar ik krijg ook de ruimte zelfstandig standpunten in te nemen.

‘Ik vind dat de uitzendbureaus ook oog moeten hebben voor doelgroepen. Langdurig werklozen, mensen in de bijstand, arbeidsgehandicapten, ouderen. Soms moet ik daarover bij de ABU-achterban harder aan de slag dan als lobbyist in Den Haag. Maar als ze dat niet zouden accepteren zou ik geen voorzitter willen zijn.’

U bent ook ‘adviseur van het presidium van de Tweede Kamer’. Wat merkt de kiezer daarvan?

‘Niet zoveel. Als voorzitter van de Tweede Kamer vroeg Jeltje van Nieuwenhoven een paar jaar geleden of ik een onderzoeksbureau voor de Tweede Kamer wilde oprichten. Dat is het OVB geworden, het onderzoeks- en verificatiebureau. Van alle onderzoeksvragen uit de Tweede Kamer wordt daar gekeken of ze ook echt te onderzoeken zijn. Er wordt dan een onderzoeksvraag geformuleerd, en gekeken of er al eerder onderzoek naar is gedaan. Zo niet, dan wordt er een bureau bij gezocht. Als het OVB er niet bovenop zit, loopt het gierend uit de hand, zowel wat betreft de kosten als het onderzoek zelf.’

En wat doet een kroonlid van de SER?

‘Ik leidde dit najaar de opstelling van een advies aan het kabinet over werk voor jonggehandicapten. Die kunnen nu op hun 18de een uitkering krijgen, maar komen dan erg moeilijk aan de slag. Ik vind dat maatschappelijk onverantwoord. Dat gezegd wordt: hier heb je tot je 65ste een uitkering van driekwart van het minimumloon. Een groot deel van die mensen wil en kan werken. Daar moet alleen bij geholpen worden. Doordat ik voorzitter ben van CrossOver, een club die kennis en ervaring bundelt over werk en jonggehandicapten, hoor ik daar veel over. Bijvoorbeeld over een meisje met zo’n uitkering die postbode is en graag meer wilde werken. Dat vergde wat investeringen en dat ligt lastig. Maar als dat wel gebeurt, heeft zij een zinvolle activiteit en een inkomen dat haar uitkering kan vervangen. Maar zo wordt nog te weinig gedacht.’

U wordt in uw functies dus geaccepteerd als Freischwebende intelligenz. Hoe hebt u dat voor elkaar gekregen?

‘Dat weet ik niet. Klinkt misschien een beetje dom, maar ik heb het niet actief nagestreefd.’

Laten we bij het begin beginnen. U begon op de mulo, zoals het vmbo toen heette.

‘Ja, bij ons thuis ging je naar de mulo of naar de technische school. Atheneum of gymnasium was geen optie. Niemand dacht daaraan. Ik ging naar de mulo en bleef nog zitten in de tweede klas. Ik heb twee broers die iets jonger zijn. Hetzelfde verhaal. Ik had in die tijd meer belangstelling voor voetballen en zwembaden. Kijken wat er in de wereld te koop was. (lacht)

‘Bij ons thuis, dat was een arbeidersmilieu in Utrecht, zeg maar wat nu een achterstandswijk zou heten. Mijn vader werkte in een automatiek. Job’s automatiek heette het, een soort Febo. Mijn vader was niet de uitbater, hij werd uitgebaat. Echt. En hij had nog een andere eenvoudige baan. Mijn moeder deed het huishouden.

‘Mijn vader stierf toen ik een jaar of vijftien was. Hij werd voor de deur doodgereden door een vent die een slok ophad.

‘In één keer werd ik serieus. De knop ging radicaal om. Niet bewust, maar achteraf lijkt dat zo gegaan te zijn. Ik wilde iets bereiken. Ik wilde naar de universiteit, dat klonk mooi. Een soort plichtsgevoel, zonder dat het zo expliciet werd.

‘Ik hoorde toen een economische column van Ed Peereboom op de radio, en dacht: dit is het. Economie. Ik wist niet wat het was. Op de mulo had ik handelskennis, maar economie studeren, dat werd het doel.

‘In een keer was mijn puberteit afgelopen. Ik zie het aan mijn rapporten terug, die ik laatst weer gevonden heb. Op de mulo had ik zesjes, zeventjes, en bleef ik zitten. Ik ben naar de havo overgestapt en had meteen rapporten met alleen negens. Daarna de heao met alleen achten en negens. Economie cum laude afgestudeerd.

‘De heao gaf toen geen toegang tot de universiteit. Havo was ook niet genoeg, dus moest ik toelatingsexamen doen. Zou ik Franse teksten moeten vertalen. Dat had ik nooit gehad. Dat zat niet in mijn keuzepakket op de mulo, ook niet op de havo, en zeker niet op de heao. Maar plots mocht ik me – o wonder, en ik hoop dat nu niet alles met terugwerkende kracht ongeldig wordt verklaard – toch aan een universiteit inschrijven. Terwijl helemaal niemand in mijn omgeving doorleerde. Dat waren machinebankwerkers, sigarenmakers, schoenmakers.’

Hoe ging dat financieel?

‘Studiebeurzen. Ik vroeg en kreeg altijd het maximale bedrag. Mijn moeder kreeg ook nog kinderbijslag. Perfect. Ik had al een beurs op de mavo. Uiteindelijk had ik wel een fijne schuld opgebouwd. Die moest deels terugbetaald. Renteloos.

‘Toen ik afgestudeerd was, was ik zo oprecht blij over die beurzen, dat ik de minister van Onderwijs een briefje schreef om te bedanken. Echt, uit naïeve dankbaarheid.

‘Beste minister, (Kamps, schatert het uit) ik heb met heel veel genoegen gestudeerd, en ik zal met heel veel genoegen deze schuld aflossen. Dank voor *’, zoiets schreef ik.

‘Ik kreeg tot mijn stomme verbazing een briefje terug dat mijn schuld was kwijtgescholden. Ze hadden mijn dossier gelicht en ontdekt dat ik cum laude was afgestudeerd. Dat was aanleiding om de schuld kwijt te schelden. Iedereen dacht dat ik het daarom gedaan had. Dat is helemaal niet zo. Ik heb dat briefje geschreven omdat ik oprecht vond dat ik buitengewoon goed behandeld was door de overheid. Dat vind ik nog steeds. Als ik geen beurs had gekregen, had ik nooit kunnen studeren.’

Waarom koos u voor de Vrije Universiteit?

‘Economie studeren kon niet in Utrecht. Amsterdam was het dichtstbij. En ik wilde de ruimte om de studie in te richten zoals ik dat wilde. Snelheid, tempo maken. Toen dacht ik, Vrije Universiteit klinkt goed. Het klinkt beter dan Gemeente Universiteit, zoals de Universiteit van Amsterdam toen nog heette. Daarom koos ik voor de VU.

‘Toen kreeg ik post over christelijk dit en christelijk dat. Doelstellingen die ik moest ondertekenen. Ik dacht dat dat een vergissing was. Toen ik daarover belde, moest de mevrouw van de VU vreselijk lachen. Vrij betekende niet dat je kon doen wat je wilde. Het was vrij van de overheid. Maar ik mocht wel komen en kreeg mijn beurs.

‘Echt een fantastische universiteit. Ik zocht meteen een student op die wat verder was, en die alle collegedictaten voor me had. Dat was Hans de Boer (de latere voorzitter van MKB, red.), die zat al in het tweede jaar. Hij had alle dictaten en leende ze uit. Dat vond ik toch wel bijzonder. Je wilt niet weten hoe hard ik toen gewerkt heb. Mijn eerste examens gingen goed, en ik tekende meteen in op de herkansingen voor andere examens. Na een jaar had ik mijn kandidaats terwijl er drie jaar voor stond.

‘Het wordt een merkwaardig verhaal, maar net voor mijn afstuderen ben ik naar Zweden vertrokken. Ik moest alleen mijn scriptie nog schrijven in het begin van mijn derde jaar. Maar ik was een Zweeds meisje tegengekomen, ben haar achterna gereisd en ik heb daar twee jaar groente en fruit verkocht op de markt. En ik heb daar mijn scriptie geschreven over de Zweedse Postbank die al verzelfstandigd en geprivatiseerd was. Dat vond ik ook wel wat voor de Nederlandse Rijkspostspaarbank. Dat is ook gebeurd, veel later. En ze hebben zelfs dezelfde naam genomen.

‘Met Hans de Boer had ik tijdens de studie al het plan opgevat samen een bedrijf te beginnen. Maar we wilden eerst ervaring opdoen, contacten leggen. We hadden geen van beiden via onze ouders een netwerk. Hans kwam van het Friese platteland en ik uit de grootstedelijke variant.

Waar bent u begonnen?

‘Bij het ministerie van Economische Zaken. Toen ik bijna klaar was met mijn studie, zag ik een advertentie voor de afdeling investeringsstructuur. Die bestaat nu niet meer. Ik heb niet gesolliciteerd via personeelszaken, zoals het hoorde, maar meteen de directeur aangeschreven. Daar heb ik een maand of tien gezeten.

‘Daarna heb ik bij de Rijkspostspaarbank gewerkt. Ze hadden mijn scriptie gelezen en zeiden: als je toch weet hoe het verder gaat, kom dan maar. Dus daar heb ik ook een blauwe maandag gewerkt.’

Tot u met Hans de Boer het Bureau voor Economische Argumentatie oprichtte.

‘Ja, halverwege de jaren tachtig. Eerst heb ik ook nog bij ESB gewerkt. Economische en Statistische Berichten, een vakblad voor economen. Daar heb ik leren schrijven, zeg maar.

‘We boden macro-economisch onderzoek en advies aan. Daarvoor deden universiteiten dat. Maar dat duurde vaak anderhalf jaar. Dan was de conclusie altijd: ‘het kan zus (Kamps wappert met beide handen naar links), maar het kan ook zo (wappert naar rechts), maar ook nog zus of zo. Om te weten wat het handigst is, is vervolgonderzoek nodig.’

‘Dat kon anders, beter, sneller, vonden Hans en ik. Als je in twee maanden niet doorhebt wat er aan de hand is, dan moet je toch raar functioneren. We waren goedkoper en sneller. Dus bedrijven dachten: advies in een maand, laten we dat eens proberen. We kunnen daarna altijd nog naar de universiteit. Het werd een doorslaand succes. Bedrijven en overheidsinstellingen vonden dat ze er wat aan hadden.’

Hoe beviel dat, managen?

‘Mensen in dienst nemen is een grotere stap dan voor jezelf beginnen. Als je mensen in dienst neemt, word je verantwoordelijk voor anderen.

‘Ik kan me nog levendig de schrik herinneren. We waren een jaar of vier bezig en organiseerden weer een uitstapje, naar de Efteling of zo. En ik was weer te laat. Altijd aan het werk. Ik was een enorme workaholic. Ik kwam een half uur te laat aanrijden en zie twee grote bussen staan. Afgeladen vol. En ik dacht: dit kan niet. En het gevoel: ik wil daarvoor niet verantwoordelijk zijn.’

Deed Hans de Boer het personeelsbeleid?

‘Nee, we hadden geen strikte taakverdeling. Maar af en toe heb je reflectie op wat je doet en wat je gedaan hebt. Dat overviel me toen. Hans en ik haalden 99,8 procent van de opdrachten binnen. Wij waren het gezicht naar buiten. Wij voelden denk ik goed aan wat opdrachtgevers wilden. Op elk onderzoek moesten we ons stempel drukken. Ik schreef altijd de samenvatting van een rapport. Al doende kreeg ik vaak het idee, dat het iets anders moest, en dan leverde ik het weer in bij de opsteller.

‘Hans zat bij het kraambed van zijn eerste kind te werken. Ik werkte ook altijd. Van maandag tot zondagavond. Jarenlang. Zei ik tegen mijn toenmalige vrouw: we kunnen of zondagmiddag iets doen of zaterdag, drie uurtjes, en dan ga ik weer aan de slag.’

Is het leuk om zo te leven en werken?

(Peinzend) ‘Tja, dat is niet goed als het lang zo doorgaat.’

In 1994 verkochten jullie BEA aan KPMG. Toen waren jullie binnen.

‘Ach het ging echt niet om heel grote bedragen.’

Hebt u nog contact met Hans de Boer?

‘Ja, we hebben nog twee, drie kleine bedrijfjes. Eén heeft een product voor woningbouwverenigingen die huizen aan huurders verkopen. Met ons product stijgen de kosten voor de kopende huurder niet. En we bellen elkaar veel.’

Hans de Boer is veel in de publiciteit. U lijkt dat te mijden.

‘Hans werd voorzitter van MKB Nederland en later van de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Dan hoort dat bij de functie. Ik zoek dat ook niet op. Heb daar geen behoefte aan.’

Er zijn wat leuke vacatures in Den Haag. Is die nieuwe commissie, naar aanleiding van de discussie over het ontslagrecht, niet iets voor u?

‘Die discussie over ontslagrecht is een non-discussie. Terwijl er veel te verzinnen valt om meer mensen aan het werk te krijgen. Werkgevers klagen wel eens over gebrek aan flexibiliteit, maar die is al heel groot. Mensen kunnen eindeloos met tijdelijke contracten aan het werk blijven.’

Hans de Boer ging na de verkoop van jullie bedrijf met zijn gezin naar Australië. Heeft u nog iets leuks gedaan?

‘Nee, ik ben gewoon doorgegaan. Dat is het patroon in mijn leven. Ik ben na de dood van mijn vader gewend om alleen maar keihard te werken. Het idee dat het zo afgelopen kan zijn, is overheersend. Dus ik wil ook genieten van wat er is.

‘Ik ben voorzitter van de arbeidsbureaus geworden in Amsterdam. De arbeidsmarkt en de sociale zekerheid zijn toch wel mijn stiel. Ik gelóófde in de publieke arbeidsbureaus. Nog steeds, ook al is alles nu geprivatiseerd. Nu betaalt de overheid commerciële bedrijven om werk te vinden voor moeilijke groepen zoals ouderen, gehandicapten en langdurig werklozen. Maar als het economisch tegenzit en die groepen het nog moeilijker hebben, wordt op die bedragen bezuinigd. Dat gebeurt minder snel als er een publieke dienst is. Dat weegt op tegen het stempel dat die moeilijke groepen krijgen als ze door een publieke dienst geholpen worden. Denk ik.’

En sindsdien verzamelt u functies?

‘Nou, er wisselt wel wat, hoor. Het zit allemaal op het snijvlak van arbeidsmarkt, sociale zekerheid, publiek en privaat. Ook schrijven vind ik geweldig, zoals mijn column in Het Financieele Dagblad.

‘De laatste jaren ben ik wel een stuk relaxter geworden. Kan ik hier ‘s avonds gewoon zitten genieten in dit huis. Dat heet geluk. Vijf, zes jaar geleden kwam een journaliste langs voor een achtergrondgesprek. Sindsdien zijn we samen. De vonken sloegen meteen over.

‘Ik denk dat ik goed kan relativeren. Misschien komt het daardoor dat ik al die functies aankan. Ik kan wel wakker liggen over vrouw en kinderen. Maar niet over zakelijke dingen. Daar slaap ik geen seconde minder van.’ *

Meer over