‘Alles kan mislukken, alles kan kapot, dacht ik altijd’

Toen hij 5 was, liep zijn vader weg, om na verloop van tijd helemaal te verdwijnen uit het leven van cabaretier Silvester Zwaneveld (39)....

‘De scheiding van mijn ouders is een rode draad in mijn nieuwe voorstelling. Mijn moeder laat ik in Silvester alone een beetje buiten beschouwing – ik ben tijdens mijn jeugd altijd in haar directe nabijheid gebleven. Voor mijn vader ligt dat anders. Ik wilde hem waarschuwen; ik heb hem gevraagd om naar een vroege try-out te komen kijken, maar hij heeft eigenlijk niet op het programma gereageerd.

Hij ging het huis uit toen ik 5 was. Mijn twee jaar jongere zusje en ik bleven bij mijn moeder wonen. Wat ik me nog levendig herinner is dat ik na een leuk weekend bij mijn vader altijd in huilen uitbarstte. En dat duurde dan rustig een uur of drie. Ik had moeite met de wisseling van de wacht en met de verandering in sfeer, denk ik nu. Wanneer ik bij mijn vader was, vond ik dat vervelend voor mijn moeder, en andersom. Als kind kon ik mijn emoties niet plaatsen of kanaliseren. Ik kon niet bevatten wat er gebeurd was – dat zie ik scherper sinds ik zelf kinderen heb. Ik herken dezelfde emoties bij kinderen van gescheiden ouders die bij ons thuis komen spelen. Soms leg ik dat hun vaders of moeders uit; die kinderen kan ik er moeilijk mee lastigvallen. Als je ouders scheiden, en daarmee een van de belangrijkste zekerheden uit je bestaan verdwijnt, schopt dat je basis onderuit – zoveel is zeker. Mijn moeder heeft me later verteld dat ik als jongetje vaak uit mijn slaapkamerraam naar buiten zat te turen, in de hoop dat mijn vader voorgoed zou terugkomen.

Twee jaar nadat hij het huis uit was gegaan, verdween hij uit ons leven, tien jaar lang. Geen idee waar hij toen heen is gegaan. Ik denk dat hij zichzelf heeft voorgehouden dat hij het voor ons heeft gedaan. Maar ik vermoed dat hij zich met de situatie en zijn emoties geen raad wist, en daarom, min of meer, is gevlucht. Ik heb hem later nooit gevraagd wat de werkelijke reden van zijn vertrek is geweest. Ik hoefde het niet te weten, bang als ik was dat ik dan alsnog op een beerput zou stuiten en pissig zou worden.

Na tien jaar kwam er opeens een brief. Dat hij weer contact wilde. Ik heb, kinderachtig, een kort briefje teruggestuurd: ‘Geachte heer Zwaneveld, bij deze ga ik niet op uw verzoek in. Ik hoop u zo voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet’, ondertekend met de achternaam van mijn toenmalige stiefvader. Mijn zusje is het contact wel aangegaan. Hij kwam haar sindsdien om het weekend ophalen. Wanneer hij langskwam, zorgde ik dat ik er niet was. Ik wilde er niks van weten, van hun ontmoetingen, en ik wilde ook niet dat ze het over mij hadden. Jarenlang ben ik woedend op mijn vader geweest.

En toen, op een dag, twee jaar later, ben ik zomaar ineens thuis gebleven toen hij mijn zusje voor een korte vakantie kwam ophalen. Voor het eerst in al die jaren zag ik hem weer, en ik ben zelfs meteen meegegaan naar de camping. Hij bood aan om over het verleden te praten, maar ik wilde dat niet. Ik ging liever uit van de toekomst, en van wat er nog tussen ons mogelijk was. Langzaam maar zeker bouwde ik onze relatie op tot een hecht contact. Van iemand die ik kende werd hij toch weer iemand van wie ik dacht: hé, dat is mijn vader. Al heb ik mezelf nooit zo in hem herkend.

Toch liep het alsnog een beetje spaak. Ik belandde in de puberteit, die ik tot die tijd in het bijzijn van mijn vader nooit had gehad. Zo tegen mijn 30ste begon ik me steeds vaker te ergeren aan de standpunten die hij had, de man die inmiddels aan zijn derde huwelijk was begonnen. Wie ben jij, dacht ik, die zo lang uit mijn leven is weggeweest, dat je nu iets over mij denkt te kunnen zeggen? Het kwam tot uitbarstingen, die niet tot een verwijdering leidden, maar mij wel nieuwe inzichten brachten.

Ik leerde erkennen dat de scheiding van mijn ouders een behoorlijke impact op mijn leven had gehad. Ik realiseerde me dat mijn aanvankelijke verzet tegen het huwelijk en het krijgen van kinderen daar mede een gevolg van was. Ik was altijd als de dood geweest dat ik mijn ouders achterna zou gaan.

Nu weet ik beter. Ik heb een vriendin, ik heb twee kinderen, en ik blijk als vader goed te functioneren. Lange tijd heb ik gedacht dat ik niet voor kinderen zou kunnen zorgen, misschien wel omdat ik nooit het voorbeeld van mijn eigen vader heb gehad. Ik voel me niet langer afhankelijk van de onzekerheid die zo lang maatgevend is geweest in mijn leven. Zelfs in mijn werk liet ik me erdoor leiden, bang als ik was dat ik niet het hoogste niveau zou halen. Alles kan mislukken, alles kan kapot, dacht ik altijd. Ook dankzij Silvester alone heb ik ontdekt hoezeer ik jarenlang voortgedreven ben door onzekerheid. Nu durf ik veel meer op mijn eigen kracht te vertrouwen.

En dat huwelijk? Tja, ik ben nog steeds niet getrouwd, ik geloof er niet zo in. Mijn vriendin en ik hebben ons wel laten registreren, al was mijn verzet groot toen de vrouw achter de balie opmerkte dat het verschil tussen partnerregistratie en huwelijk eigenlijk verwaarloosbaar was. Pissig was ik, toen ze dat zei. Misschien is dat nogal kinderachtig van me. En ik heb het Nanda, mijn vriendin, wel beloofd: als we samen 60 zijn geworden, gaan we alsnog trouwen.’

Meer over