Allemaal sukkels

Als makke schapen sluiten de klanten van de spoorwegen netjes aan, achter in de rij als de trein weer eens is vertraagd, of in het geheel niet komt opdagen....

Het is 18.12 uur en op het Centraal Station van Amsterdam staat een flinke meute te wachten op de trein naar Maastricht van 17.58 uur, die volgens het mededelingenbord vijf minuten vertraging heeft. Dan kraakt de omroepinstallatie. Een kordate vrouwenstem raadt reizigers in de richting Utrecht aan de trein de stoptrein van 18.11 uur te nemen, die over enkele ogenblikken binnenkomt op spoor 4.

De meute trekt een sprintje en arriveert hijgend op spoor 4. Na enkele ogenblikken is er nog geen trein gearriveerd. Na tien minuten trouwens ook niet. Dan kraakt de omroep installatie. Een verontschuldigende vrouwenstem zegt dat de stoptrein van 18.11 uur vandaag niet vertrekt van spoor 4, maar van spoor 8. De meute trekt een sprintje en arriveert hijgend op spoor 8. Daar is geen trein te zien. Dan kraakt de omroepinstallatie. Een vertwijfelde vrouwenstem vertelt dat de trein van 18.11 uur vandaag niet zal rijden. Reizigers in de richting Utrecht kunnen het best de vertraagde intercity naar Maastricht nemen, die over enkele ogenblikken binnenkomt op spoor 2.

De meute trekt een sprintje en arriveert hijgend op spoor 2. En daar komt warempel de trein aan! Alleen gaan de deuren niet open; dat gebeurt pas acht minuten later. Na nog eens tien minuten zet de afgeladen trein zich in beweging. Op de overvolle balkons priemen aktetassen in magen en maken klemgezette passagiers elkaar misselijk met hun lichaamsgeuren. Bij station Amsterdam Amstel staat de trein stil. Dan kraakt de omroepinstallatie. Een afgemeten mannenstem maant de passagiers die hier moeten zijn, zo snel mogelijk uit te stappen: 'Dan kunnen we de opgelopen vertraging inlopen.'

Hoe loopt dit waargebeurde verhaaltje af? Nagelt de getergde meute machinist en conducteur aan de dichtstbijzijnde seinpaal? Bestormen tweede-klasreizigers massaal de eerste klas en weigeren ze de rest van de reis eensgezind hun vervoersbewijs te tonen? Besluiten ze collectief geen kaartjes meer te kopen, net zolang tot ze krijgen waarvoor ze betaald hebben?

Allemaal niet. De gemiddelde ns-klant laat zich als een mak schaap in roestende treinstellen drijven. Braaf sluit hij achteraan in de file als één van de bonden weer eens heeft besloten dat hij iets niet langer pikt. Hij glimlacht wanneer een conducteur door de intercom roept dat de trein nog niet weg kan 'omdat de machinist nergens is te vinden, ook niet op het toilet'. Zo'n gekke conducteur toch! En als ze trein dan eindelijk rijdt, laat hij keurig zijn kaartje zien.

'Wat moet je anders', vraagt mevrouw Boodt (70), terwijl ze met verbaasde ogen om zich heen kijkt. Het is donderdag 12 april en op Utrecht cs wandelen reizigers lamlendig heen en weer. Het rijdend personeel staakt en het treinverkeer 'ligt plat'. Om niks, vindt mevrouw Boodt. 'Ze maken alleen maar ruzie over wie de baas is. Het is schandalig dat ze ons daar zo de dupe van laten worden. Ze moeten de hele rotzooi ontslaan.' Dat gaat ze niet tegen de stakende machinisten zeggen, die in een hoekje bij elkaar geklonterd staan te smoezen. 'Nee hoor, zo direct ben ik niet. Maar thuis ga ik heus wel tekeer.'

'Wat moet je anders', vraagt ook de 25-jarige Marjolein Top. 'Kwaad worden? Op wie dan?' Scholier Daan Berkhoff (17) vindt vertragingen vervelend, maar stakingen 'wel lollig': 'Het is weer eens wat anders.' Klas genote Vivienne Bloemendaal (16) kan zich goed voorstellen dat reizigers boos worden. 'Alleen heeft het geen zin, je kan je woede toch nergens kwijt. Ik zie me nog niet naar de informatiebalie gaan om daar een potje te schelden.'

Collectieve anarchie, dat zou mooi zijn, mijmert M. Broeken (46), op weg naar haar werk in Leiden. 'Maar ik vrees dat we daar te netjes voor zijn. Ik koop keurig mijn kaartjes, ook al krijg ik als reiziger geen waar voor mijn geld. Het punt is dat je niks k n. Je bent aan de grillen van het ns-personeel overgeleverd.' Het enige wat een weldenkend mens volgens Broeken kan doen, is zijn lidmaatschap van de vakbond opzeggen. 'Iemand zou naar de rechter moeten stappen, en de rechter moet zeggen: nou is het afgelopen en hup aan je werk allemaal. Maar die iemand zal ik niet zijn.'

De passieve gelatenheid van de treinreiziger staat niet op zich. Volgens socioloog Herman Vuijsje toont zij een typisch Nederlandse karaktertrek. In zijn boek Correct: Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig (1997) schetst hij de achterkant van de consensustraditie, waarvoor hij het begrip 'calculerend conformisme' introduceert. 'We zijn een volk van aanpassers, die eigenschap treft je in onze hele geschiedenis aan. In de Tweede Wereld oorlog waren Nederlanders geen helden; uiteindelijk zijn er in die periode maar heel weinig mensen geweest die echt iets hebben ondernomen. En ook de verzuiling die daar op volgde, is een schoolvoorbeeld van een 'de hoge heren zullen het wel bedisselen'-houding. Het imago van revolutionaire types dat ons sinds de jaren zestig aankleeft, geldt hooguit voor ons gedrag als individu; in het openbare leven zijn we eerder tot lijdzaamheid geneigd. Ook tijdens zoiets als een spoorwegstaking.'

Toch zou het Vuijsje niet verbaasd hebben als Ne derland vorige week massaal in opstand was gekomen. 'Henk Hofland refereerde er in nrc Handelsblad al aan: behalve het openbaar vervoer is in de afgelopen vijf jaar ook gestaakt door artsen, leraren en politie. Hofland constateerde dat een aantal beroepsgroepen het algemeen belang in gijzeling neemt. Die combinatie kan de nijdigheid van de mensen vergroten.'

In de jaren zestig en zeventig is een aantal vernieuwingen ingevoerd die, aldus Vuijsje, in de jaren tachtig flink zijn doorgeschoten. 'Inmiddels ondervindt een steeds grotere groep mensen daar last van, of het nu gaat om onze houding ten opzichte van criminaliteit en drugsgebruik of om de problemen in zorg en onderwijs. Tegenwoordig heeft iedereen wel een oude moeder die niet geopereerd kan worden omdat de wachtlijst te lang is. D t is in Nederland een moment waarop er iets gaat gebeuren. Want wij doen dingen het liefst met zijn allen.'

Dat collectief protest vorige week toch uitbleef, heeft volgens Vuijsje te maken met het gebrek aan aanwijsbare boemannen. 'Hier is langzamerhand een cultuur ontstaan waarin niemand meer ergens verantwoordelijk voor is. Bij wie moet je zijn? Bij de bonden? De leiding van de ns? Als ik in de trein ergens over klaag, krijg ik meteen een empa thische reactie van een conducteur die me naar een ander doorverwijst. Netelenbos reageert net zo. Als je haar hoort, lijkt het wel of er op het spoor een natuurramp plaatsvindt, zoiets als de mkz-epidemie, waar je als minister alleen maar achteraan kunt hollen. Ze zegt dat ze hoopt dat 'iemand' een proces begint: laat ze het zélf doen. Maar zo werkt het hier niet. In Amerika, land van echte individualisten, was er allang een groep reizigers een actie begonnen. Maar wij wachten liever tot een instantie iets onderneemt. We interesseren ons uiteindelijk maar heel weinig voor het openbaar belang. Vroe ger regelden de zuilen alles, toen kwam de revolutie van de jaren zestig: sindsdien is er niets voor in de plaats gekomen.'

Demonstreren, ten strijde trekken, de barricaden op: het zit er allemaal niet meer in. Alleen voor stille tochten is de Nederlander te porren. Maar die zijn weer populair omdat ze zo goed aansluiten bij ons geheven vingertje, meent neerlandicus en cultuurhistoricus Herman Pleij. 'Daarmee laten we vooral zien hoe goed we zelf zijn, want Nederlanders zijn helemaal niet zo bescheiden als ze graag denken. Ze zijn zelfs erg arrogant.'

Volgens Pleij is de passiviteit van de treinreiziger in de eerste plaats een kwestie van gewenning. 'Het is dezelfde berusting als die waarmee we elke dag in de file gaan staan. Kennelijk worden de problemen op het gebied van reizen geaccepteerd als tol voor de relatieve weelde waarin we ons verder wentelen. Nederlanders kunnen over het algemeen een aardig leven leiden; daarbij accepteren ze dat het reizen soms wat moeizaam gaat. Bovendien is zo'n staking een doorbreking van de sleur. Alles is hier geregeld en vastgelegd, en nu gebeurt er iets dat het hele systeem overhoop haalt. Dat doet een beroep op je creativiteit.'

Net als Vuijsje zoekt Pleij een ander deel van de verklaring in de Nederlandse 'collectieve mentaliteiten'. 'We zijn inschikkelijk, pragmatisch, houden niet van het grote gebaar; sterven voor het vaderland vinden we aanstellerij. Doe maar gewoon. Dat is onze handels- en burgermoraal, stammend uit de Middeleeuwen, toen de moerasblubber dwong tot samenwerking en handeldrijven. En we houden niet van helden. Niemand weet nog precies wat Willem van Oranje heeft gedaan omdat de man hier nooit vereerd is: het enige wat we hebben gedaan was een televisieserie over hem maken, waarin hij prompt als een jaren zeventig-huisman werd afgeschilderd.

'Maar we houden wel van sukkels. Van Speijk, Schaffelaar, dat vinden we mooi; Den Uyl die er prat op ging dat hij zijn vakanties het liefst kamperend doorbracht, en dan niet in een bungalowtent. Daar smelten we van. En daar komen de problemen van Neder landse Spoorwegen weer aan: mij valt op dat de leiders in dat conflict eveneens een uiterst aandoenlijke indruk maken. Die Andries van de Berg van fnv Bondgenoten is een uitgesproken sukkel. Hij doet ook heel zielig. Hij roept geen 'dood aan het kapitaal!' maar slaat verwarde welzijnswerktaal uit. Hubert Van kan van de vvmc ziet er zo slecht uit dat je hooguit denkt: die moet eens vroeg naar bed, met een glas warme melk. Verder heb je nog Pamela Boumeester van de ns. Zij gaat elke dag naar de kapper, dat kan je zien. Ze is vooral bezig met leuk overkomen en zorgen dat wij niet zien dat ze daarmee bezig is.' Dan het ns-personeel zelf. 'Die conducteurs, dat zijn toch allemaal onhandige jongens en meisjes? Daar gaan we toch niet tegen tekeer? Ach nee, dat is het klimaat helemaal niet in Nederland.'

De onhandige jongens en meisjes in kwestie hebben over de passiviteit van de reiziger zo hun eigen opvatting. Anton - het gros van de stakende helden durft niet met zijn volledige naam in de krant - haalt eens diep adem: 'De meeste reizigers snappen gewoon dat het niet aan ons ligt. Of het nu om een vertraging, een verstoring of een staking gaat. De mensen zijn steeds begripvoller geworden. Echt waar.'

Meer over