Alleen tienjarige weet te verdienen aan straathandel Atlanta

Hoezo is de Olympische straathandel in Atlanta een gigantische mislukking, zoals her en der wordt beweerd? Op de hoek van International Boulevard en Peachtree Street sluit de tienjarige Janet McDowell iedere werkdag af met een opbrengst van om en nabij de duizend dollar....

TIM OVERDIEK

Van onze medewerker

Tim Overdiek

ATLANTA

De handelaarster in Olympische pins betaalt zichzelf 5,50 dollar per uur, en stort de rest van de winst in een fonds waaruit haar toekomstige studie aan de universiteit wordt bekostigd. Duizenden mensen passeren haar kraampje, op weg naar het door commercie overgoten Olympisch park.

Daar zetten de groothandelaren miljoenen dollars om. Kleine Janet mag over de koopdrift van haar passanten niet klagen, al vormt de gestaag vallende regen op deze donderdagochtend geen reden tot Olympische opgewektheid.

Onzin, zegt vader David McDowell, die tot het garde ondernemers met een onverwoestbaar optimisme behoort.

De toekomst van het gezin valt of staat niet met de tijdelijke straathandel, want McDowell zegt een succesvol auteur te zijn van boeken 'over seks, liefde en huwelijk'. Omdat veel van zijn werk in het Russisch wordt vertaald, is hij regelmatig in het land waar het uitspreken van het woord kapitalisme tot voor kort nog een enkele reis Siberië kon opleveren.

Dankzij contacten in Moskou is hij in het bezit gekomen van duizenden Olympische pins uit 1980. Het communistisch bolwerk werd dat jaar getroffen door een Westerse boycot.

Gezien de niet te stillen honger naar originele speldjes heeft McDowell inmiddels tevreden vastgesteld 'het juiste produkt op de juiste plek aan te bieden, voor een prima prijs plus een gratis glimlach'.

Nadat hij wordt opgeslokt door de mensenmassa, dringt de vraag zich op of de vader van Janet McDowell zojuist niet een meesterlijk staaltje koopmanspraat heeft afgestoken.

Veel van tevredenheid blakende handelaren vallen er per slot van rekening niet te ontdekken, zeker niet in het gebied direct buiten de Olympische ring. Atlanta is uitgeroepen tot meest commerciële stad in de Olympische historie, maar het aanbod overtreft vele malen de vraag. En in strijd met het elementaire marktprincipe blijken de twee componenten niet overal op elkaar te zijn afgestemd.

Lanier Parking is inmiddels een regelrechte spookstad geworden. Tientallen kooplieden hebben hun stalletjes verlaten. Tussen de vijf- en tienduizend dollar bedroeg de huur van een kraampje voor drie weken, maar souvenirs als T-shirts, petten, horloges, ijskoud water en andere Olympische overbodigheid vonden geen aftrek, omdat de toeristen weg bleven.

Het parkeerterrein had een bruisende feestgelegenheid moeten worden. Maar omdat het aan een buurt grenst met een criminele geschiedenis, heeft de Olympische organisatie bezoekers afgeraden het stadshart te verlaten. Hotels brengen hun gasten met bussen naar het belendende Martin Luther King-centrum. Even rondneuzen in de gezellige winkelstraat Auburn Avenue is er niet bij.

Dat heeft de woede gewekt van Monica Clanton, die in april haar baan in Chicago opzegde en richting Atlanta toog. Haar spaargeld stak ze in een Olympisch stalletje, en met de verwachte opbrengst van 'tienduizenden dollars' had ze een restaurantje willen beginnen. 'De Spelen zijn desastreus voor de kleine ondernemer', zegt ze.

Iets verderop schuilt Randy Dunlap uit Los Angeles onder een regenkapje. Hij verkoopt ijsthee. Twintig mille was de totale investering, maar gisteren verkocht Dunlap 24 flessen van twee dollar per stuk. Zijn nicht Lisa doet nu betere zaken bij het Georgia Dome, maar wordt er regelmatig weggejaagd omdat ze voor die plek geen vergunning heeft.

De Zomerspelen in Los Angeles waren zoveel beter, herinnert Dunlap zich. 'De wijk met zwervers en dealers werd schoongeveegd, en de hele stad werd opengesteld. De Spelen waren toen ook voor de plaatselijke middenstand een groot succes.' Dat kwam volgens hem omdat organisator Peter Ueberroth met de zwarte burgemeester Tom Bradley had afgesproken dat de gemeenschap mee moest profiteren.

Daarvan is in Atlanta geen sprake, menen de lokale ondernemers. Billy Payne vertegenwoordigt de economische machthebbers, en de zwarte burgemeester Bill Campbell negeert de zwarte gemeenschap, luidt het verwijt aan Auburn Avenue. 'Alleen de multinationals profiteren', zegt Dunlap.

Campbells vroegere campagne-maatje Munson Steed verwierf met een bod van 2,5 miljoen dollar de rechten om alle straathoeken, steegjes en indien mogelijk putjes te verhuren als 'officieel Olympisch verkooppunt'. Downtown Altanta is daarmee uitgegroeid tot een pandemonium van de meest uiteenlopende souvenirshops.

Maar slechte logistieke afspraken hebben er toe geleid dat kraamhouders op de openingsdag plotseling een barricade zagen opduiken, waardoor hun koopwaar onbereikbaar werd voor de klant. Tegenvallende verkoopcijfers hebben tot een agressievere aanpak geleid. Volgens economen zal Atlanta uiteindelijk niet 5,1 miljard dollar wijzer worden van de Spelen, maar 'slechts' 4 miljard.

Zelfs het Internationaal Olympisch Comité toonde zich verbolgen over het stedelijk uitmelken van het hooggeprezen ideaal. Enig eigenbelang speelde daarbij ongetwijfeld een rol. Maar commerciële grenzen bestaan niet langer in de stad waar notabene hoofdsponsor Coca Cola zijn thuisbasis heeft. De frisdrankenfabrikant heeft dit jaar een kwart miljard dollar in de Olympische campagne gestoken.

Wie verstoken wil blijven van de commerciële hysterie, doet er beter aan zich thuis voor de buis neer te vleien. Mits men gewend is aan de chauvinistische aanpak van Olympisch televisiestation NBC. De kijkcijfers zijn historisch hoog, en voor de commercials worden dan ook recordbedragen betaald. Een boodschap van dertig seconden kost een half miljoen dollar.

Meer over