Alleen parlementaire enquête kan rust brengen in de Bijlmer

De discussie over de Bijlmerramp is nog steeds niet verstomd. Een speciale Kamercommissie bekijkt momenteel de noodzaak van een parlementaire enquête....

HET IS vijfeneenhalf jaar geleden dat een Boeing 747 van El Al zich in de flats Kruitberg en Groeneveen van de Amsterdamse Bijlmermeer boorde. Nog steeds komen er nieuwe feiten en feitjes aan het licht die vervolgens breed worden uitgemeten in de publiciteit en voor forse krantenkoppen of de opening van het NOS-journaal zorgen.

Is deze aandacht terecht of wordt de zaak in het nieuws gehouden door een klein groepje druktemakers? Is de roep om een parlementaire enquête, waarover een speciale Kamercommissie binnenkort advies uitbrengt, daarom overdreven en moet Den Haag zijn oren niet laten hangen naar deze sensatiezoekers?

Bij een ramp van de omvang als deze zal men er - zoals bij elke zaak die in de schijnwerpers van de publiciteit staat - op bedacht moeten zijn dat deze een zekere aantrekkingskracht uitoefent op mensen van allerlei slag die - vaak met de beste bedoelingen - hun steentje willen bijdragen. (Zo word ik elke keer dat de zaak weer in het nieuws komt, gebeld door een of twee helderzienden die er achteraf zeker van zijn dat zij de ramp hebben voorzien.)

Zoals bekend doen allerlei complottheorieën de ronde waarvan sommige meer (er bestond een geheim protocol dat El Al en de Israëlische veiligheidsdienst op Nederlands grondgebied meer toestaat dan andere maatschappijen), andere minder (er was plutonium aan boord en nu stelt men alles in het werk om dit te verbergen) waarschijnlijk zijn. Als uitvloeisel van dit laatste zou de piloot van het toestel de opdracht hebben gekregen koste wat het kost de luchthaven te bereiken om niet het risico te lopen dat bij een noodlanding elders de geheime lading aan het licht zou komen. Een ernstige beschuldiging, want in dat geval zouden mensenlevens op het spel zijn gezet.

Maar er is toch een onderzoek van de Rijksluchtvaartdienst geweest? Waarom blijft men dan vragen stellen? In de Volkskrant van 25 april werd zowaar een omgekeerde complottheorie gelanceerd: die van een klein groepje 'witte' onruststokers waar als ik het goed heb begrepen ook ik toe behoor. Dezen hebben er belang bij de zaak in het nieuws te houden.

In dezelfde lijn werd in het Israëlische parlement door de directeur van El Al uitgelegd dat het niet nodig was om verarmd uranium dat dienst doet als ballast in de El Al toestellen te vervangen. De hele zaak was opgeklopt door een lastige advocaat in Nederland die alleen maar uit was op een hogere schadeloosstelling voor zijn cliënten.

De verdachtmaking van advocaten als brenger van slecht nieuws is even oud als het vak zelf. Maar meer in het algemeen dreigt de discussie te ontaarden in die tussen gelovigen en niet-gelovigen, twee kampen tussen welke elke communicatie ontbreekt.

Het is beter zich bij de feiten te houden. En deze betreffen langzamerhand niet alleen maar de luchtramp zelf, maar ook het overheidsoptreden dat steeds opnieuw voedsel geeft aan nieuwe geruchten. Waarom spreekt men toch niet de waarheid? Vijf onwaarheden op rij:

- Eerste onwaarheid: de minister van Verkeer en Waterstaat (toentertijd May-Weggen) verklaarde desgevraagd in de Tweede Kamer dat zich geen uranium in het vliegtuig bevond; er bleken bij het blussen ook geen voorzorgsmaatregelen te zijn genomen (zoals het dragen van beschermende kleding). Hierop bleek dat het toestel als contragewicht verarmd uranium bevatte en dit ook aan het ministerie bekend geweest was.

- Tweede onwaarheid: de minister verklaarde desgevraagd in de Kamer uitdrukkelijk dat zich in het ramptoestel geen militaire goederen hadden bevonden. Kort hierop werd een half verbrande vrachtbrief gevonden waarop duidelijk leesbaar stond vermeld dat dit wel het geval was.

- Derde onwaarheid: de minister van Verkeer en Waterstaat (inmiddels Jorritsma) meldde desgevraagd het parlement dat alle betrokken documenten betreffende de lading door de Nederlandse overheid waren geïnspecteerd. Prompt hierop onthulde Nova dat eenderde gedeelte van alle vrachtbrieven nooit was gezien zodat een deel van de lading onbekend was gebleven.

- Vierde onwaarheid: namens een aantal slachtoffers spande ik een kort geding aan voor de president van de rechtbank te Amsterdam om El Al c.q. de Staat der Nederlanden te gelasten alle vrachtbrieven te verschaffen. Na aanvankelijke weigering beloofde zowel El Al als de Staat hieraan gevolg te geven. Kort voordat de zitting zou plaats vinden ontving ik twee pakketten vrachtbrieven, één van El Al, één van de Staat. Bij vergelijking bleken deze twee niet met elkaar in overeenstemming te zijn hetgeen tot de dag van vandaag onverklaard (en onverklaarbaar) is. Maar de minister verklaarde in de Tweede Kamer opnieuw dat nu alles in orde was.

- Vijfde onwaarheid: de minister verklaarde desgevraagd in de Tweede Kamer dat geen (geheime) buitenlandse (Israëlische of andere) diensten het rampgebied kort na het neerstorten hadden bezocht. Ik beschik over 14 getekende verklaringen van (oog)getuigen die op het tegendeel wijzen (de inmiddels bekende mannen in ruimtevaartachtige pakken).

Hoofdofficier Vrakking maakte kort geleden nog bekend dat er niets aan de hand was aangezien het gewoon om hulpverleners in witte pakken zou gaan. Bij navraag bleken de getuigen niet gehoord te zijn. Hierop lekte (via de GPD) uit dat ook politiefunctionarissen stellig verklaarden dat wel degelijk een 'geheime ploeg' aanwezig was geweest.

Bij dit alles valt te bedenken dat voor het eerst in de luchtvaarthistorie de cockpit-voicerecorder niet is gevonden. Verder is er sprake van niet-geregistreerde vluchten in opdracht van El Al vlak na de ramp, een of meer helikopters met gedoofde lichten die bij het rampgebied landden welke vluchten evenmin geregistreerd bleken.

Volgens mijn opvatting dient de advocaat te fungeren als zeef zodat niet lichtvaardig beschuldigingen worden geuit of processen worden aangespannen die vermijdbaar zijn. In eerste instantie weigerde ik de gevallen van bewoners en hulpverleners die medische klachten hadden bij te staan, maar toen deze aanhielden en een zekere consistentie vertoonden, besloot ik in juli 1995 de minister van Volksgezondheid te verzoeken een onderzoek te houden.

De weigering hiervan heb ik altijd enigszins merkwaardig gevonden. Wat was er eenvoudiger geweest dan van meet af aan een meldpunt in te richten waar mensen met klachten terechtkonden? Een van de argumenten om dit niet te doen was om onrust te voorkomen. De overheid heeft het tegendeel bereikt door de ene onwaarheid op de andere te stapelen. In plaats van ronduit toe te geven dat het publiek (en de Tweede Kamer) verkeerd was voorgelicht en daaruit de consequenties voor de betrokken ambtenaren te trekken, is er kennelijk de voorkeur aan gegeven dit zo goed mogelijk te camoufleren.

Hieruit zijn voor een deel latere paniekreacties van de overheid te verklaren. Waarom moest Kok in allerijl Netanyahu bellen en moest de Israëlische minister van Transport aan de tand worden gevoeld over de vrachtbrieven, terwijl toch tot voor kort was beweerd dat alle informatie aan het parlement (en ondergetekende) was verstrekt?

Hoeveel deelonderzoeken en commissies er zijn ingesteld, daarvan ben ik de tel kwijtgeraakt. Van de meeste hoor je als de stoom van de ketel is sowieso niets meer. De zaak is er kennelijk niet mee gediend indien er hapsnap feiten of feitjes aan het licht komen die dan weer tot nieuwe deelonderzoeken leiden waarbij dan opnieuw vraagtekens gezet kunnen worden.

Dat laatste heeft de overheid zelf uitgelokt: ze heeft zichzelf schaakmat gezet. Wat aanvankelijk een gewone rechtszaak was om schadevergoeding te verkrijgen (na een in de VS aangespannen procedure heeft Boeing aansprakelijkheid erkend) is zo getransformeerd tot een politieke kwestie.

Een parlementaire enquête zie ik als noodgreep omdat ons parlement in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Amerikaanse Congres niet beschikt over de nodige onderzoeksmogelijkheden waardoor het zonder dit instrumentarium dreigt te degraderen tot een machteloos praatclubje.

Het is niet overdreven te stellen dat de toepassing van dit middel onze democratie de laatste jaren een nieuwe impuls heeft bezorgd. Het is toe te juichen dat een kamermeerderheid hier nu ook in deze zaak voorstander van lijkt.

Ook als men uitgaat van de goede trouw van de minister en haar ambtenaren, ook als er niet van opzet of schuld kan worden gesproken, bestaat er een grijs gebied waarin afwegingen zijn gemaakt tussen enerzijds economische (en wellicht politieke) belangen en anderzijds veiligheidsrisico's voor omwonenden.

Aangezien nog dagelijks militaire vluchten van Schiphol naar Tel Aviv vertrekken, behoren deze afwegingen expliciet en voor eenieder controleerbaar te worden gemaakt. Hierbij dient ook te worden uitgezocht hoe het mogelijk is dat de minister door haar ambtenaren keer op keer verkeerd werd ingelicht.

De zaak is belangrijk genoeg: het moet duidelijk zijn dat juist de veelal kwetsbare groep die hier getroffen is - waarbij het anders dan aan de borreltafel beweerd wordt niet uitmaakt of iemand hier legaal of illegaal verbleef - recht wordt gedaan. Elke schijn dat er dingen onder tafel worden gewerkt behoort hierbij te worden vermeden.

Natuurlijk is het niet uit te sluiten dat ook na een parlementaire enquête vragen blijven bestaan of mensen ontevreden blijven. Maar er is dan één groot verschil: de overheid kan zich in dat geval verweren met de stelling dat al het mogelijke is gedaan en meer naar redelijkheid niet kan worden verwacht.

Zolang dit niet het geval is, kan, mede door de vele vragen die de door de overheid zelf verkondigde onwaarheden hebben opgeroepen, deze zaak niet worden afgesloten.

Bob van der Goen is advocaat van een aantal slachtoffers van de Bijlmervliegramp.

Meer over