Alleen niets doen is echt fout

Artsen zonder Grenzen waakt ervoor dat haar humanitaire hulp wordt vermengd met militaire activiteiten of speelbal wordt van de politiek, betoogt Wouter Kok....

In haar boek De crisiskaravaan stelt journalist Linda Polman dat humanitaire hulp vaak meer kwaad doet dan goed en dat hulpverleners zich vaker moeten afvragen of ze zich niet beter afzijdig kunnen houden.

Artsen zonder Grenzen (AzG) werkt in veel vergeten crises, zoals die in de Democratische Republiek Congo. Zeg me alsjeblieft niet, zoals Linda Polman doet, dat ook AzG van humanitaire ramp naar humanitaire ramp trekt, de camera’s achterna. Dat alles in de jacht op het grote donorgeld om maar te kunnen blijven voortbestaan. Door onze keuze voor financiële en daarmee operationele onafhankelijkheid ontzeggen wij ons jaarlijks miljoenen euro overheidsfinanciering. We vroegen het Nederlandse publiek te stoppen met doneren voor de slachtoffers van de tsunami toen we zagen dat die steun groter was dan we nodig zouden hebben voor onze noodhulp.

Linda Polman scheert de hele humanitaire hulpverlening over één kam. Ze smeedt een aaneenschakeling van incidenten tot een generaliserend beeld waarin wij ons niet herkennen. Een van Polmans stellingen is dat individuele hulpverleners een luxe leventje leiden op kosten van onwetende en bewust dom gehouden donateurs. De salarissen van de medewerkers van AzG behoren tot de laagste in de sector. Het leven van onze hulpverleners in bijvoorbeeld Oost-Tsjaad is geen luxe. De enige luxe zit hem in de keus om aanwezig te zijn en weer weg te gaan, terwijl honderdduizenden vluchtelingen geen enkele keus hebben.

Een vraag die zich wél leent voor een inhoudelijke discussie is: wat te doen als humanitaire hulp wordt misbruikt en niet volledig ten goede komt aan slachtoffers? AzG komt voort uit de overtuiging dat iedereen, ook mensen in oorlogs- en conflictgebieden, recht heeft op levensreddende medische zorg. Waar elementaire mensenrechten op grote schaal met voeten worden getreden, moet dat aan de kaak worden gesteld en moeten de machthebbers, inclusief regeringen en internationale organisaties, hierop worden aangesproken.

AzG kan oorlogen niet voorkomen. We protesteren wél als de eerste levensbehoeften van burgers in een conflictgebied in gevaar worden gebracht. Wij maken wél bezwaar als overheden conflicten laten voortduren en economische belangen laten prevaleren boven de belangen van slachtoffers. Wij maken wél bezwaar tegen bewuste vermenging van humanitaire en militaire activiteiten waardoor humanitaire hulp geen doel op zich meer is, maar een speelbal wordt van politiek.

Onze beslissing om hulpactiviteiten te starten hangt af van de vraag of we onafhankelijk, neutraal en onpartijdig kunnen werken. Komt dat in gevaar, dan zullen wij óf onze hulpverlening aanpassen óf een gebied verlaten. Let wel: 100 procent goede noodhulp bestaat niet, 100 procent foute noodhulp wel: niets doen.

Een goed voorbeeld is Myanmar. De grote internationale donoren weigeren geld beschikbaar te stellen uit de terechte vrees dat dit het regime ten goede komt. AzG kan buiten het overheidsapparaat om medische zorg verlenen aan de meest getroffen slachtoffers van het regime. Zouden wij dit niet onafhankelijk kunnen doen of gedwongen worden bepaalde bevolkingsgroepen uit te sluiten, dan verlaten wij Myanmar. Of Tsjaad. Of Ethiopië. Uit Noord-Korea zijn wij weggegaan; uit Goma zijn wij destijds als eersten vertrokken.

Dat dit ingrijpende beslissingen zijn, moge duidelijk zijn. Vraag een arts die de eed van Hippocrates heeft afgelegd alles te doen wat in zijn macht ligt om patiënten van medische zorg te voorzien. Vraag hem de kliniek te sluiten, gedwongen door een vuile oorlog van lokale, nationale en internationale machthebbers, terwijl hij weet dat zonder zijn ingrijpen levens verloren zullen gaan. Een duivels dilemma. Net als Linda Polman worstelen wij hiermee. Net als zij hebben wij geen panklare oplossing. Wij kunnen alleen alert blijven en ingrijpende beslissingen niet uit de weg gaan.

Meer over